Voorlichting en behandelingen

Aften

Wat zijn aften?
Sommige mensen worden regelmatig geplaagd door pijnlijke zweertjes in de mond. Deze zweertjes, aften, komen zowel voor bij jongeren als bij volwassenen. De oorzaak is niet helemaal duidelijk, maar ze richten geen blijvende gezondheidsschade aan.

Aften zijn blaasjes of zweertjes in de mond met een doorsnede van drie tot vier millimeter. Het zijn grijswitte of dikke gele plekjes met een rode ontstoken rand. Aften verschijnen aan de binnenkant van de lippen, wangen of onder de tong. Ze bezorgen een stekende pijn tijdens het eten van zuur of heet voedsel. Sommige mensen voelen een afte van te voren aankomen. Ze herkennen het pijnlijke gevoel wat erbij hoort. Soms ziet ook het mondslijmvlies rood.

Hoe ontstaan aften?
Helaas is de oorzaak voor het ontstaan van aften onduidelijk. Vaak steken ze de kop op bij een verminderde lichamelijke weerstand, een slechte mondhygiëne, overgevoeligheid voor bepaalde voedingsmiddelen of stress. Ze kunnen ontstaan door het bijten op de tong of op de binnenkant van de wang, maar ook bij het eten van heet voedsel. Soms zijn aften het gevolg van een scherp randje aan een tand of kies of een slecht passend kunstgebit. Aften ontstaan niet door een vitaminetekort. Dat is een misverstand.

Hoe lang duurt het voordat een afte verdwijnt?
Hoe groter het zweertje is, hoe langer de genezing ervan duurt. Na twee weken moet de afte verdwenen zijn.

Wat kunt u zelf doen tegen aften?
Blijft u van de aften af. Het stuk maken van de blaasjes verergert de klachten. Als u voorzichtig poetst en rustig eet, voorkomt u uitbreiding van de aften. Van sommige tandpasta’s en mondspoelmiddelen wordt beweerd dat ze effectief werken tegen aften, maar daar is geen wetenschappelijk bewijs voor.

Wanneer moet u uw tandarts raadplegen bij aften?
Raadpleeg uw tandarts als de aften na twee weken niet zijn verdwenen. Vraag ook om advies als u er vaak last van heeft. Informeer uw tandarts als u het idee heeft dat uw aften ontstaan door scherpe randjes aan uw tanden en kiezen of een slecht passend kunstgebit.

Zijn er geneesmiddelen tegen aften?
Er is geen geneesmiddel met een gegarandeerde werking. Om de pijn enigszins te verlichten kan de tandarts u een middel voorschrijven. Sommige mensen hebben baat bij ontsmettende mondspoelingen met chloorhexidine. Dat is een desinfecterend middel dat het aantal bacteriën in de mond vermindert. Om die reden kunnen de spoelingen een gunstige werking hebben op aften. Deze middelen versnellen de genezing echter niet. Bovendien kan het gebruik pijnlijk zijn.

Zijn aften gevaarlijk voor de gezondheid?
Aften zijn soms uitermate pijnlijk, maar niet bedreigend voor de gezondheid. Alleen bij een combinatie van aften en hoge koorts kan er sprake zijn van een infectieziekte. Raadpleeg dan uw tandarts.

Download als informatiefolder

Beugel

Een mond met rechte tanden
Je krijgt een beugel als je tanden naar voren staan. Of als je tanden en kiezen niet goed op elkaar passen. De beugel zorgt er voor dat je tanden en kiezen rechter komen te staan. Zo kun je bijvoorbeeld beter kauwen. Ook je tanden poetsen gaat gemakkelijker. Daardoor blijven je tanden en kiezen gaaf en gezond. En een mond met rechte tanden ziet er natuurlijk mooi uit.

Welke beugel krijg je en wanneer moet je die dragen?
Er zijn verschillende soorten beugels. Een slotjesbeugel bijvoorbeeld. Die zit aan je tanden vast. Ook zijn er beugels die je zelf in en uit kunt doen. Soms komt daar een buitenboordbeugel bij. Die zit met een band om je achterhoofd of je nek vast Misschien moet je de beugel dag en nacht dragen. Of je hoeft hem alleen maar ’s nachts in. Het hangt er allemaal vanaf hoe scheef je tanden en kiezen staan. En wat er voor nodig is om ze op de goede plek te krijgen. Dat bepaalt welke beugel voor jou de beste is en wanneer je die beugel moet dragen.

Hoe werkt een beugel?
Een beugel trekt of duwt je tanden en kiezen in de goede richting. Een beugel moet je regelmatig laten bijstellen. Dan blijft hij je tanden en kiezen de juiste kant op duwen.

Hoe lang moet je een beugel dragen?
Gemiddeld moet je twee tot drie jaar een beugel dragen. Dat is niet altijd dezelfde. In je hele beugelperiode heb je vaak verschillende beugels nodig.

Naar wie ga je toe voor een beugel?
De gespecialiseerde tandarts, die scheve tanden en kiezen weer recht zet, is een orthodontist. Sommige tandartsen kunnen ook zelf beugels maken. Eerst kijkt hij hoe scheef je tanden en kiezen staan. Het kan zijn dat je nog te jong bent voor een beugel. Dan moet je kaak eerst nog verder groeien. Als je wel aan een beugel toe bent, maakt hij een afdruk van je boven- en ondertanden. Daarvoor moet je in een soort papje happen. Dat smaakt meestal naar pepermunt. Ook maakt hij röntgenfoto’s en gewone foto’s van je tanden en kiezen. Daarop kan hij zien welke beugel voor jou de beste is. Bij het volgende bezoek vertelt hij dat aan jou en aan je ouders.

Hoe vaak moet je terugkomen voor je beugel?
Meestal moet je één keer per maand voor je beugel terugkomen. In het begin duren deze bezoeken ongeveer een half uur. Later worden ze steeds korter. Je kunt niet altijd na schooltijd terecht. Misschien zul je daarvoor weleens een uurtje van school missen.

Wat voel je van een beugel?
De eerste dagen is het een vreemd gevoel dat er een beugel in je mond zit. Daarna raak je eraan gewend. Dan is het vreemde gevoel weg. Soms kunnen je tanden en kiezen na het aanbrengen of bijstellen van de beugel gevoelig zijn.

Kun je met een beugel gewoon je tanden poetsen?
Je kunt gewoon je tanden poetsen. Het is zelfs belangrijk dat je extra veel aandacht besteedt aan het poetsen van je tanden, kiezen en je beugel. Het is bij sommige beugels wel moeilijker om het goed te doen. In dat geval kun je gebruikmaken van speciale tandenborstels. Daarover krijg je handige tips als je de beugel krijgt.

Kun je met een beugel alles eten?
Helaas kun je met een beugel niet alles eten. Zo zul je met je beugel in, dropjes, toffees en andere plakkerige dingen moeten laten staan. Neem ook liever geen kauwgom. De resten ervan gaan op je beugel vastzitten en die krijg je er heel lastig vanaf. Wees ook voorzichtig met draadjesvlees en met cola of andere frisdrank. In de dranken zitten suikers. Die suikers veroorzaken tandplak. En door tandplak krijg je gaatjes. Met je beugel in je mond kun je tandplak lastig wegpoetsen.

Download als informatiefolder

Bleken

Bleek uw tanden altijd onder begeleiding van uw tandarts of mondhygiënist
Een wit en stralend gebit. Wie wil dat niet? Mooie witte tanden zijn populair en het aanbod om ze te krijgen is groot. De reclames beloven hagelwitte tanden, vaak zelfs binnen een uur. Tanden wit maken met behulp van bleekbehandelingen kan in veel gevallen, maar zeker niet altijd. Onveilige bleekprocessen kunnen schade aanbrengen aan je mond. De Europese wetgeving is daarom in 2011 aangepast. Sindsdien mogen agressieve bleekmiddelen niet meer worden toegepast. Overweeg je een bleekbehandeling? Bespreek je wensen en de mogelijkheden met je tandarts of mondhygiënist.

De kleur van uw tanden
De kleur van tanden en kiezen is bij iedereen verschillend. De een heeft wittere tanden dan de ander. Sommigen hebben gele, anderen zelfs bruine of grijze tanden. Tanden en kiezen hebben niet allemaal dezelfde kleur en wijken soms duidelijk van elkaar af. Tanden en kiezen zijn opgebouwd uit tandbeen en glazuur. De kleur en de dikte van het tandbeen zijn vooral bepalend voor de kleur van de tand of kies. Het glazuur van tanden en kiezen is nagenoeg doorzichtig en een beetje wit.

De hoektanden hebben een dikkere laag tandbeen dan de overige tanden en zijn daarom vaak beduidend geler. Je tanden worden donkerder naarmate je ouder wordt. De vorming van tandbeen gaat namelijk altijd door. De glazuur laag wordt juist dunner door slijtage.

Waardoor worden tanden donkerder?
Als kleurstoffen uit voedings­ en genotmiddelen de tand binnendringen, zien de tanden er donkerder uit. Dit gebeurt onder andere door het eten en drinken van koffie, thee, wijn, frisdrank, vruchtensap, kleurstof bevattende etenswaren (zoals vruchtenjam) en roken. Er kunnen barsten in het glazuur komen. Hierdoor dringen kleurstoffen uit voedsel en dranken nog makkelijker in de tand of kies.

Ook kunnen aanslag en verkleuring van tandsteen de tanden donkerder kleuren. Deze uitwendige verkleuringen ontstaan eveneens door koffie, thee, wijn en roken. Verder kunnen sommige mond verzorgingsproducten verkleuringen geven. Aanslag kan de tandarts of mondhygiënist door een professionele gebitsreiniging verwijderen. Bleken is hiervoor niet de oplossing.

Dode tanden (meestal als gevolg van een val of klap of een wortel kanaal behandeling) kunnen van binnenuit verkleuren. In uitzonderlijke gevallen kunnen ziekten of medicijnen, tijdens de vormingsfase, verkleuringen geven.

Witte tanden, ook voor mij?
Laat de tandarts of mondhygiënist eerst je gebit beoordelen. Die moet vaststellen dat je tanden gezond en vrij van gaatjes zijn en je vullingen in orde. Daarna bekijkt hij de kleur van je tanden. Is er sprake van verkleuring? Wat is de oorzaak ervan? Heb je veel vullingen, kronen of bruggen in je mond? Is aanslag de oorzaak van de verkleuring? Is het resultaat dat je voor ogen hebt realistisch? Bleken is niet altijd de enige of beste oplossing. Vullingen, kronen en bruggen kleuren niet mee en kunnen na het bleken op een storende manier zichtbaar worden. Je mondzorgverlener zal adviseren of bleken voor jou zinvol is en wat het resultaat zal zijn.

Bleekmethoden

Bleken van binnenuit bij ‘dode’ tanden
Eerst maakt de tandarts een opening aan de achterkant van de tand. Hierin brengt hij een papje aan met het blekend middel. Dit papje heeft enkele dagen een blekende werking. Afhankelijk van het behaalde resultaat herhaalt de tandarts de behandeling één of meerdere keren. Uiteindelijk sluit hij de tand af met een definitieve vulling. Het bleekmiddel dat hiervoor lange tijd werd gebruikt is onder invloed van de Europese regelgeving uit de markt genomen. Of de alternatieve middelen even effectief zijn wordt nog onderzocht.

Bleken van buitenaf bij gezonde tanden

Thuisbleken onder begeleiding van de tandarts of mondhygiënist
Egale, niet te ernstige verkleuringen kun je van buiten af bleken. Dat gebeurt met behulp van een bleeklepel. Eerst maakt de tandarts of mondhygiënist een afdruk van je gebit. Hiermee maakt de tandtechnicus in het tandtechnisch laboratorium een bleeklepel van een zachte transparante kunststof, die precies over je gebit past en ruimte laat voor de gel. Dat is belangrijk, om irritatie van het tandvlees te voorkomen. De bleeklepel is de mal waarmee je de blekende gel op de tanden aanbrengt. De gel bevat 3 tot maximaal 6% waterstofperoxide. Na een goede instructie hoe je de gel moet aanbrengen en wanneer je de bleeklepel moet dragen, krijg je de bleeklepel en enkele spuitjes bleekgel mee naar huis. Daarom wordt deze methode ook wel ‘thuisbleken’genoemd. De tandarts geeft aan hoe lang je de bleeklepel met de gel (meestal ‘s nachts) moet dragen voor het gewenste resultaat. Afhankelijk van de verkleuring zie je na enkele dagen of weken effect. Uiteindelijk duurt de behandeling twee tot drie weken. Tijdens het bleken kunnen je tanden en tandvlees tijdelijk gevoelig worden. Raadpleeg je tandarts of mond hygiënist als deze klacht optreedt en vraag om een aangepaste instructie.

Uit onderzoek blijkt dat de thuisbleekmethode onder begeleiding van de tandarts of mondhygiënist het meest effectief en duurzaam is.

Bleken in de mondzorgpraktijk of bleekwinkels
Sommige mondzorgpraktijken en bleekwinkels bieden een versnelde bleekbehandeling aan. Soms gebruiken ze een lamp om de gel te verwarmen en zo het proces te versnellen. Het is niet duidelijk of dit daadwerkelijk een beter resultaat geeft. Door de verandering in de wetgeving zijn concentraties waterstofperoxide hoger dan 6% niet meer toegestaan. Daarom is het onmogelijk in één keer hetzelfde resultaat te behalen als met de thuisbleekmethode. Ook wordt met alternatieve bleekmaterialen geëxperimenteerd. Onderzoek over de resultaten met deze nieuwe materialen is nog niet beschikbaar.

Vragen en antwoorden over bleken

Wat gebeurt er met je tanden als je ze bleekt?

Bij bleken wordt meestal gebruikgemaakt van waterstofperoxide. De peroxide bleekt de verkleuringen. Daarnaast droogt het bleekmiddel de tanden tijdelijk uit en maakt ze iets poreuzer. Hierdoor wordt het glazuur tijdelijk minder doorzichtig en zie je het donkere tandbeen minder.

Hoe lang duurt een bleekbehandeling?

De lengte van een bleekbehandeling hangt af van de bleekmethode. Bij de thuisbleekmethode duurt het meestal twee tot drie weken voordat je het gewenste resultaat hebt bereikt. De tandkleur wordt na het beëindigen van de bleekbehandeling altijd weer iets donkerder. Na zes weken kun je pas het echte bleekresultaat zien.

Kunnen je alle tanden en kiezen bleken?

Tijdens een bleekbehandeling kleuren vullingen, facings (een schildje van porselein of composiet), kronen en bruggen niet mee. Een bleekbehandeling voor die tanden of kiezen heeft dus geen zin. Ze kunnen zelfs meer opvallen na het bleken. Overleg daarom met je tandarts of mondhygiënist vóórdat je je tanden gaat bleken. Bespreek je wensen en vraag of jouw gewenste resultaat haalbaar is.

Is thuisbleken onder begeleiding van de tandarts of mondhygiënist schadelijk voor mijn tanden?

Onderzoek heeft aangetoond dat het buitenste deel van het glazuur direct na het bleken tijdelijk iets poreuzer en minder hard is. Het effect is vergelijkbaar met de schade aan een tand die enige tijd in contact is geweest met frisdrank. Deze veranderingen van het glazuur herstellen, zodra het glazuur in contact komt met speeksel. Thuisbleken onder begeleiding van de tandarts of mondhygiënist heeft, indien je de aanwijzingen opvolgt, geen blijvende nadelige gevolgen en levert het beste resultaat op.

Kan ik tijdens de bleekbehandeling alles eten en drinken?

Het bleken maakt het glazuur van de tanden en kiezen iets poreuzer. Dit effect is tijdelijk. Het glazuur herstelt zich weer. Tijdens de behandeling met de bleeklepel kunnen bepaalde etenswaren en dranken het resultaat nadelig beïnvloeden. Dus, waar is de verkleuring door ontstaan? Tijdens de bleekbehandeling is het gebruik van deze producten, evenals roken, af te raden. Hierdoor zal de duurzaamheid van het bleekresultaat verbeteren.

Kan ik ook zelf mijn tanden bleken?

In sommige winkels en vooral via internet kun je diverse bleekproducten kopen. De wet staat alleen zeer lage concentraties waterstofperoxide toe. Dit betekent dat je weinig effect van de behandeling mag verwachten. Wie hiervoor kiest, moet het ook doen zonder een deskundig advies of een behandeling voor jou wel de aangewezen oplossing is. Als je je tanden wilt bleken, doe dat dan altijd onder begeleiding van de tandarts of mondhygiënist.

Welk resultaat zal het bleken opleveren?

Het te bereiken bleekresultaat verschilt voor iedereen. De basiskleur van het tandbeen bepaalt voor een belangrijk deel het uiteindelijke resultaat. En die basiskleur is bij iedereen anders. Ook gebleekte tanden zullen, net als niet -gebleekte tanden, op den duur verkleuren door veroudering. Dit proces gaat sneller als je rookt of de genoemde voedingsstoffen veel gebruikt. Je tandarts of mondhygiënist kan de kleur van jouw tanden vastleggen en laten zien welke verandering is opgetreden. Indien gewenst kun je de behandeling herhalen.

Kan ik met ‘whitening‘ tandpasta’s mijn tanden witter maken?

De naam is enigszins misleidend. Whitening tandpasta’s bleken niet. De hoeveelheid bleekmiddel die in tandpasta is toegestaan is te gering om effect te hebben. Er zitten enzymen en fosfaten in die kleurstoffen kunnen afbreken en losweken van de tand, waarna je ze makkelijker kunt wegpoetsen. Met whitening tandpasta’s kun je dus makkelijker verkleuringen op het oppervlak verwijderen. En schone tanden lijken witter. Een nieuwe ontwikkeling is het toevoegen van kleurstoffen aan de tandpasta, die de tand tijdelijk wit kleuren.

Download als informatiefolder

 

Droge mond

Tijdelijke, langdurige of blijvende monddroogheid?
Iedereen heeft tijdelijk wel eens last van een droge mond, bijvoorbeeld na langdurig spreken of bij stress. Maar je kunt er ook langdurig last van hebben. Of de klacht kan blijvend zijn. Langdurige of blijvende monddroogheid kan slecht zijn voor uw gebit en mondslijmvlies.

Wat zijn de meest voorkomende klachten bij een droge mond?
U kunt de behoefte hebben om regelmatig uw mond vochtig te maken. Die behoefte kan zowel op de dag als ’s nachts optreden. Soms gaat wegslikken van droog voedsel (bijvoorbeeld beschuit, cracker of brood) moeilijk, als u er niets bij drinkt. Het eten blijft als het ware in uw mond plakken. Verder kunnen zowel de lippen als de tong strak en plakkerig aanvoelen. Ook kunt u problemen hebben met spreken. Denk hierbij aan het klakken van de tong en een moeizame uitspraak van sommige woorden of letters.

Wat zijn de oorzaken van een droge mond?
Een tekort aan speeksel is de oorzaak van een droge mond. De speekselklieren geven bijvoorbeeld onvoldoende speeksel af. Ook kan het speeksel door verdamping uitdrogen bij ademhaling door de mond. Onvoldoende afgifte van speeksel kan ontstaan door:

1. Het gebruik van medicijnen
Honderden medicijnen hebben als bijwerking dat de speekselklieren worden geremd in de afgifte van speeksel. Dit zijn vooral medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling tegen hoge bloeddruk (antihypertensiva), of hartritmestoornissen, of medicijnen zoals antidepressiva, slaap- en plasmiddelen. De medicijnen tasten de speekselklieren zelf meestal niet aan, maar remmen alleen de speekselafgifte.

2. Ziekten
Een droge mond kan optreden bij uitdroging door koorts of diarree. Ook iemand die lijdt aan een nog niet goed ingestelde suikerziekte kan klagen over dorst en monddroogheid. In deze gevallen is de klacht tijdelijk. Zodra de ziekte is genezen of de suikerziekte is geregeld, verdwijnt de droge mond. Blijvende monddroogheid komt voor bij mensen die lijden aan bijvoorbeeld aids of het syndroom van Sjögren (chronische ontsteking van de traan- en speekselklieren). Bij hen kunnen de klachten over monddroogheid wisselen, maar geheel verdwijnen doen ze nooit. Bij het syndroom van Sjögren neemt de monddroogheid met de jaren zelfs toe.

3. Bestraling
Wanneer een kwaadaardig gezwel in het hoofd of de hals radioactief wordt bestraald, kunnen de speekselklieren door de straling onherstelbaar worden beschadigd. Dit resulteert veelal in blijvende, ernstige monddroogheid.

Waarom is speeksel zo belangrijk?
Speeksel heeft een smerende werking wanneer u spreekt, kauwt en slikt. Met behulp van speeksel kunt u makkelijker bewegen met uw wangen, tong en lippen. Met uw speeksel bevochtigt u voedsel zodanig dat u het pijnloos kunt doorslikken. Ook bevochtigt speeksel het mondslijmvlies, waarmee uitdroging wordt voorkomen. Bovendien heeft het een reinigende werking op tanden, kiezen en het mondslijmvlies. Daarnaast remt speeksel de werking en de groei van bacteriën en schimmels in de mond, waardoor mondinfectie wordt voorkomen.

Wat zijn de gevolgen van een droge mond voor uw tanden en kiezen?
In een gezonde mond helpt speeksel uw tanden en kiezen te beschermen. Als u onvoldoende speeksel heeft, vormt tandplak zich sneller dan normaal. Hierdoor ontstaan sneller gaatjes in uw tanden en kiezen. Dit gebeurt vooral wanneer u regelmatig suikerbevattend voedsel eet. In een droge mond treden de vorming van tandplak en gaatjes vooral op langs de randen van het tandvlees. Hierdoor kan bovendien het tandvlees gaan ontsteken. Op den duur kunnen de tanden en kiezen los gaan zitten. Zonder extra beschermende maatregelen kunnen uw tanden en kiezen dus sneller verloren gaan.
Om de gevolgen van monddroogheid te bestrijden, kan iemand op zure snoepjes willen zuigen. Hierdoor bestaat een grotere kans op het ontstaan van gaatjes en tanderosie (slijtage door zuur).

Wat zijn de gevolgen van een droge mond voor iemand met een kunstgebit?
Vaak blijft een kunstgebit in een droge mond niet goed op zijn plaats zitten. Bij anderen ontstaat tussen het kunstgebit en het mondslijmvlies een ingedikte laag speeksel. Het kunstgebit plakt dan als het ware vast aan het gehemelte. Hierdoor gaat het kunstgebit wrikken en ontstaan pijnlijke plekken.

Wat zijn de gevolgen van een droge mond voor het mondslijmvlies?
Slijmvliezen raken makkelijk geïrriteerd als de beschermende speeksellaag ontbreekt. Die irritaties ontstaan bijvoorbeeld door het kunstgebit, of door het eten van zuur of gekruid voedsel of het drinken van alcohol. Er kunnen dan pijnlijke plekken ontstaan op uw tong, wang, gehemelte of tandvlees. Ook ontstekingen, vooral schimmelinfecties, kunnen makkelijk ontstaan.

Hoe zijn de gevolgen van een droge mond te bestrijden?
De gevolgen van een droge mond kunt u, afhankelijk van de oorzaak, op verschillende manieren bestrijden. Overleg met uw tandarts welke behandeling voor u het meest geschikt is. Monddroogheid is te bestrijden door:

Het stimuleren van de speekselafgifte
Uw speekselklieren kunnen tijdelijk niet goed werken of uw speekselafgifte kan geremd zijn door het gebruik van medicijnen. In beide gevallen kunt u de speekselproductie stimuleren. Eet bijvoorbeeld voedsel waarop u goed moet kauwen. Denk aan stevige bruine boterhammen, wortels of suikervrije kauwgom. De afgifte van speeksel kunt u ook versterken door het eten van licht zuur voedsel, zoals fruit of komkommer. Dit werkt vaak niet of onvoldoende bij mensen die reeds langer lijden aan het syndroom van Sjögren of die in het hoofd of de hals zijn bestraald.

Verandering van medicijnen
Is medicijngebruik de oorzaak van uw droge mond? Dan kan uw huisarts of specialist de soort medicijnen, de dosering of het tijdstip van toediening misschien aanpassen.

Het gebruik van speekselvervangers
Het is niet mogelijk de speekselproductie te stimuleren wanneer uw speekselklieren niet meer werken. Als ze nog maar een beetje functioneren, kunt u ze onvoldoende stimuleren. Dan kunt u met behulp van zogenoemde speekselvervangers de gevolgen van een droge mond beperken. Dit zijn speciale vloeistoffen in de vorm van een bevochtigingsgel (Biotène Oral Balance) of een verstuiver (Glandosane, Xialine). Een bevochtigingsgel brengt u op de slijmvliezen aan. Met behulp van een verstuiver kunt u de mondholte met die vloeistof bevochtigen. Het lichtzure Glandosane is voor iemand met eigen tanden en kiezen niet aan te bevelen voor frequent gebruik. Een gel wordt vooral ’s nachts prettig gevonden, een spray is vooral overdag aangenaam. Welk middel u het prettigst vindt, moet u zelf ondervinden. Een mondgel is bij de drogist of apotheek te koop. Een speekselvervanger kan de tandarts voorschrijven en is bij de apotheek verkrijgbaar. Overleg in ieder geval met uw tandarts en begin niet op eigen initiatief aan een middel, ook al is dit bij de drogist of apotheek verkrijgbaar.

Ik heb een droge mond. Is extra verzorging van de mond nodig?
Het is belangrijk dat iemand met een droge mond extra zorg besteedt aan zijn tanden, kiezen en tandvlees. Denk daarbij aan het volgende:

  • Poets uw tanden tweemaal per dag met een zachte tandenborstel en gebruik een fluoridetandpasta.
  • De meeste tandpasta’s hebben een te scherpe mentholsmaak. Alternatieven zijn kinder- of juniortandpasta’s of tandpasta’s specifiek ontwikkeld voor mensen met een droge mond.
  • Gebruik dagelijks ragers, flossdraad of tandenstokers om de ruimten tussen uw tanden en kiezen te reinigen.
  • Eet zo min mogelijk suikerhoudend en zuur voedsel.
  • Overleg met uw tandarts of mondhygiënist of u extra fluoride moet gebruiken en hoe u uw tanden, kiezen en tandvlees het beste kunt verzorgen.

Wie een kunstgebit heeft, doet er goed aan dit zo schoon mogelijk te houden. Reinig het zorgvuldig na iedere maaltijd. Gebruik een speciale protheseborstel en water om etensresten goed te verwijderen. Reinig uw kunstgebit dagelijks met een bij de drogisterij of apotheek beschikbaar reinigingsmiddel. Volg daarbij de voorschriften van de fabrikant. Vraag eventueel uw behandelaar om advies. Een vuil kunstgebit is vooral in een droge mond een broedplaats voor bacteriën en schimmels. Houd ook het slijmvlies (kaken, gehemelte en de overgang van de kaak naar de wangen) onder de prothese goed schoon. Doe uw kunstgebit ’s nachts uit en bewaar het in water. U kunt uw kunstgebit ook in een reinigingsmiddel leggen.

Zie voor meer informatie de websites:

www.drogemond.nl
www.drymouth.info (engelstalig)

Ik heb een droge mond. Moet ik vaker naar de tandarts?
Iemand met een droge mond moet ten minste één keer in de drie maanden de tandarts of mondhygiënist bezoeken. Alleen dan kan beginnende aantasting van uw tanden en kiezen tijdig worden onderkend en verdere aantasting worden voorkómen. Vooral bij ernstige monddroogheid kan deze aantasting zo snel gaan, dat de ontstane schade bij de halfjaarlijkse controle zeer moeilijk of zelfs niet meer te herstellen is.

Download als informatiefolder

Een gezond gebit tijdens de zwangerschap

Tijdens uw zwangerschap heeft u meer kans op het krijgen van tandvleesproblemen en gaatjes. Over het algemeen kunt u dat met extra aandacht voor de verzorging van uw gebit voorkomen.

Kost elk kind de moeder een tand?
U kent vast het praatje wel dat elk kind een tand kost. Gelukkig is dat niet zo. Door de zwangerschap heeft u meer kans op het krijgen van ontstekingen in de mond. Het tandvlees gaat hierdoor sneller bloeden en het is gevoeliger. Als u bovendien minder aandacht besteedt aan de gebitsverzorging en u door uw zwangerschap bijvoorbeeld meer snoept, neemt de kans op het krijgen van gaatjes toe.

Voorzorgsmaatregelen bij zwangerschap
Met een goede gebitsverzorging hoeft uw gebit niet te lijden onder uw zwangerschap. Eigenlijk is het een kwestie van goed blijven poetsen, tweemaal per dag. Houd ook de ruimtes tussen de tanden en kiezen goed schoon met flossdraad of tandenstokers. De verleiding is misschien groot om tandvlees dat bloedt (en dus ontstoken is) te ontzien. Bovendien is het verleidelijk om in geval van misselijkheid de achterste kiezen niet te poetsen. Houd juist deze plekken extra goed schoon. Een tandenborstel met een kleine kop is bij misselijkheid beter te verdragen. Gebruik niet te vaak zoetigheid en suikerhoudende dranken. Bezoek zo nodig uw tandarts of mondhygiënist een keer extra als u vragen heeft.
Let op: overdreven of verkeerd gebruik van hulpmiddelen bij de mondhygiëne kan schade veroorzaken aan de tanden en het tandvlees.

Misselijk
Vaak gaat een zwangerschap gepaard met misselijkheid. Sommige vrouwen zijn zo misselijk dat ze regelmatig moeten overgeven. De verleiding is groot om direct daarna uw tanden te poetsen om die vieze smaak in uw mond kwijt te raken. Toch kunt u dat beter niet doen. Maagzuur tast het glazuur aan. De borstel en de tandpasta hebben een schurende werking. Als u direct na het overgeven uw tanden poetst, kunt u het tandglazuur gemakkelijk wegpoetsen. Beter kunt u uw mond spoelen met water of een mondspoelmiddel.

Tandheelkundige behandelingen bij zwangerschap
Vertel uw tandarts voorafgaand aan de controle dat u zwanger bent. De eerste drie maanden van de zwangerschap is hij voor de zekerheid terughoudend met het maken van röntgenfoto’s. Soms worden uitgebreide tandheelkundige behandelingen uitgesteld tot na de bevalling. Maar de meeste tandheelkundige behandelingen kunt u zonder risico tijdens de zwangerschap ondergaan.

De baby is er. En nu de zorg voor het kindergebit
De leeftijd waarop kinderen hun eerste tandjes krijgen verschilt per kind. Doorgaans breekt de eerste melktand door tussen de zes en negen maanden. De zorg voor de mondgezondheid van uw kind begint zodra het eerste tandje is doorgebroken. Denk daarbij aan het volgende:

  • Poets zodra het eerste tandje is doorgebroken zorgvuldig met een speciale kindertandenborstel en gebruik fluoride-peutertandpasta.
  • Bij kinderen tot twee jaar is het voldoende als u de tanden één keer per dag poetst. Poets de tanden van kinderen vanaf twee jaar twee keer per dag.
  • Stap zo vroeg mogelijk van een zuigfles of antilekbeker over op een drinkbeker zonder tuit. De meeste kinderen kunnen al vanaf negen maanden uit een beker zonder tuit leren drinken. Beperk het gebruik van de zuigfles en anti-lekbeker. Vaak kleine beetjes sap sabbelen uit een zuigfles kan het melkgebit op ernstige wijze aantasten.

Geef geen flesje mee naar bed. Ook niet met melk. Want ook in melk zit van nature suiker dat tandbederf kan veroorzaken.

 Download als informatiefolder

Elektrisch poetsen

Met een goede mondhygiëne houdt u tanden, kiezen en tandvlees gezond. Tandenpoetsen vormt hiervoor de basis. Maar goed tandenpoetsen is een secuur werkje en zeker niet eenvoudig. Vooral met een gewone tandenborstel lukt het vaak niet goed genoeg. Er blijft gemakkelijk tandplak op en tussen de tanden en kiezen achter. Daardoor kunnen gaatjes en tandvleesontstekingen ontstaan. Met een elektrische tandenborstel kunt u tandplak op een makkelijke manier verwijderen.
De elektrische tandenborstel maakt de juiste poetsbeweging voor u. Zo kunt u zich beter concentreren op de plaatsing van de borstelkop in de mond. Poetsen met een elektrische tandenborstel betekent niet dat de gebitsverzorging verder ‘automatisch’ gaat. Ook nu is het belangrijk dat u de borstel goed hanteert en zorgvuldig te werk gaat. Poetsen met een elektrische tandenborstel maakt het reinigen tussen uw tanden en kiezen niet overbodig!

Welke typen elektrische tandenborstels zijn er?
Er bestaan in hoofdzaak twee typen elektrische tandenborstels. De techniek van de borstels verschilt. Zo wordt gebruikgemaakt van de oscillerende-roterende (ronddraaiend heen-en-weergaand) en de sonische (zijwaarts heen-en-weergaand) techniek. De roterende borstels hebben een kleine ronde borstelkop. Hierdoor is het makkelijker om plak te verwijderen op moeilijk bereikbare plaatsen. Ze zijn het populairst en het meest effectief. Uit onderzoek blijkt dat deze borstels beter plak verwijderen dan normale handtandenborstels. Ze zorgen daarmee dus voor een betere mondhygiëne. Aan de nieuwste roterende borstels is een pulserende techniek toegevoegd. Hierbij beweegt de borstelkop in een hoge snelheid naar de tand toe. Zo komen de borstelharen beter tussen de tanden en kiezen.

De sonische borstels hebben de vertrouwde vorm van de gewone handtandenborstel. De poetstechniek lijkt sterk op die van de gewone tandenborstel. De borstel beweegt snel heen-en-weer en maakt een zijwaartse borstelbeweging. Hiervan is nog niet wetenschappelijk aangetoond dat ze beter reinigen dan gewone handtandenborstels. Een belangrijk voordeel is wel dat de borstel automatisch de juiste poetsbeweging voor u maakt.

Welke elektrische borstel moet ik kiezen?
Er zijn heel veel verschillende soorten elektrische tandenborstels te koop. Dat maakt het kiezen vaak niet makkelijker. Kies eerst voor een borstelkop. Wilt u poetsen met een kleine ronde borstelkop? Of gaat uw voorkeur uit naar de vertrouwde langwerpige vorm? Eigenlijk maakt u nu de keuze voor het roterende of sonische systeem. Kies in ieder geval voor een accugeladen elektrische tandenborstel. Ze functioneren beter dan de varianten op batterijen. De exemplaren op batterijen zijn minder effectief. Ze maken een beperkt aantal poetsbewegingen en de kracht van de batterij is gering. Borstels op batterijen zijn wel een handig alternatief voor op vakantie. Vrijwel alle accugeladen elektrische tandenborstels hebben een timer. Dat is handig, want dan krijgt u na twee minuten poetsen een signaal dat u lang genoeg heeft gepoetst. Sommige borstels geven na dertig seconden een signaal, zodat u weet dat u van vlak kunt wisselen. Kies een borstel die u prettig vindt in het gebruik. U zult er beter mee poetsen en u heeft een kleinere kans dat u schade aanricht aan uw tanden of tandvlees. De beste tandenborstel is die borstel die u graag gebruikt!

Kijk ook op: www.oral-b.nl

Waarmee moet ik poetsen?
Gebruik een borstel met zachte haren. Vervang deze zodra de haren uit elkaar gaan staan en buiten de borstelkop uitsteken. Een nieuwe opzetborstel verwijdert meer plak dan een borstel die aan vervanging toe is. Poets uw tanden tweemaal per dag met fluoridetandpasta. Gebruik een halve tot één centimeter tandpasta. Of u nu elektrisch poetst of gewoon: reinig ook de ruimte tussen uw tanden en kiezen met flossdraad, tandenstokers of ragers. Kies de hulpmiddelen in overleg met uw tandarts of mondhygiënist.

Hoe moet ik poetsen met een elektrische tandenborstel?
Hieronder volgt een heldere poetsinstructie voor het roterende systeem. De poetstechniek voor de sonische variant wijkt hiervan af. Kijk daarvoor in de gebruiksaanwijzing van uw elektrische tandenborstel. Zet de borstel onder een kleine hoek op het tandoppervlak net over de tandvleesrand. Oefen weinig druk uit. Zodra de borstel contact maakt met het tandoppervlak reinigt de borstel al. Houd de borstel enkele seconden stil op de tand of kies, zodat de borstel ook tussen uw tanden en kiezen komt. De borstel maakt zelf de poetsbeweging. Beweeg de borstel alleen om deze naar de volgende tand of kies te brengen. Volg daarbij de vorm van uw tanden en kiezen. Gaat u voor het eerst elektrisch poetsen? Vraag uw tandarts of mondhygiënist om een poetsinstructie.

Instructie elektrisch poetsen
Houd een vaste poetsvolgorde aan. Begin bijvoorbeeld steeds aan de binnenkant in de onderkaak en poets die helemaal. Schuif de borstel steeds één tand of kies op. Let erop dat u de borstelkop diep tussen uw kiezen en uw tong in plaatst. Anders raken de borstelharen uw kiezen niet goed en wordt het randje van het tandvlees niet schoon. Poets ook de achterkant van de laatste kies zorgvuldig. Poets dan de hele buitenkant van de onderkaak. Doe dat ook weer tand voor tand. Poets vervolgens bovenop de kiezen (de kauwvlakken). Poets ook hier weer kies voor kies.

Is een elektrische tandenborstel beter dan een gewone tandenborstel?
Ja, uit onderzoek is gebleken dat roterende elektrische tandenborstels beter plak verwijderen dan normale handtandenborstels. Ze zorgen daarmee dus voor een betere mondhygiëne.

Reinigt de elektrische tandenborstel ook tussen mijn tanden en kiezen?
Als u de roterende elektrische borstel goed gebruikt, komt deze gedeeltelijk tussen uw tanden en kiezen. Elektrisch poetsen maakt het reinigen van die tussenruimten niet overbodig! Reinig daarom ook de ruimten tussen uw tanden en kiezen eenmaal per dag met flossdraad, tandenstokers of ragers.

Welke tandpasta moet ik gebruiken als ik elektrisch poets?
Poets ook met een elektrische tandenborstel uw tanden tweemaal per dag met een fluoridetandpasta.

Kan een elektrische tandenborstel het tandvlees of het tandglazuur beschadigen?
Bij juist gebruik kan de elektrische tandenborstel uw tandvlees of tandglazuur niet beschadigen. Als u een verkeerde poetsmethode hanteert, te krachtig poetst of een sterk schurende tandpasta gebruikt, kunt u uw tandvlees en tandglazuur beschadigen. Maar dit geldt ook voor het gebruik van een gewone tandenborstel. Dat kan zelfs als u een borstel gebruikt met zachte haren. Neem uw borstel daarom mee naar de tandartspraktijk en vraag uw tandarts of mondhygiënist om een poetsinstructie.

Kan ik uitsluitend elektrisch poetsen?
Ja, u kunt uw tanden uitsluitend elektrisch poetsen. Wilt u daarnaast toch graag handmatig blijven poetsen? Poets dan bijvoorbeeld eenmaal elektrisch en eenmaal met een gewone tandenborstel per dag.

Is een elektrische tandenborstel ook geschikt voor kinderen?
Ja, zodra kinderen een tandenborstel kunnen vasthouden, kunnen ze ook elektrisch poetsen. Er zijn speciale elektrische tandenborstels en opzetborstels voor kinderen. Die zijn kleiner en daarom geschikt voor de kindermond. Poetsen met een elektrische tandenborstel is juist leuk voor kinderen. Het draagt bij aan de motivatie om het gebit goed te verzorgen. Zeker voor de ouders is de elektrische tandenborstel een handig hulpmiddel. Met de elektrische tandenborstel kunnen ouders makkelijk en goed napoetsen. Begeleid uw kind bij het tandenpoetsen totdat het tien jaar oud is. Dit geldt zowel voor elektrische als gewone tandenborstels.

Voor wie is elektrisch poetsen geschikt?
Elektrisch poetsen is geschikt voor iedereen. Veel mensen hebben moeite om hun gebit goed te poetsen en slaan het reinigen tussen de tanden en kiezen vaak over. Dan kan een roterende elektrische borstel effectief zijn. De elektrische borstel kan een zeer praktisch hulpmiddel zijn voor mensen met bijvoorbeeld reuma, kokhalsneigingen of stoornissen in de fijne motoriek. Moet u het gebit van bijvoorbeeld uw kind, bewoner of patiënt poetsen? Ook dan kan de elektrische borstel uitkomst bieden.

Kent elektrisch poetsen ook nadelen?
Het trillen van de borstel wordt soms als onprettig ervaren, maar vaak went dat na een tijdje vanzelf. Ook is de elektrische tandenborstel duurder dan een gewone borstel. Dat geldt zowel voor de aanschaf van de tandenborstel als voor de vervanging van de borstelkopjes. In het handvat van een elektrische tandenborstel zit een ingewikkeld stukje techniek. Als de borstel op de vloer valt, kan die stuk gaan.

De voordelen van roterend elektrisch poetsen
De elektrische tandenborstel maakt de juiste poetsbeweging voor u. Daardoor kunt u zich volledig concentreren op het goed plaatsen van de borstelkop.
De borstelkop is klein. Daardoor komt u makkelijker op de moeilijk bereikbare plaatsen in uw mond.
Als u de elektrische borstel op de juiste manier gebruikt, verwijdert u meer tandplak op en tussen uw tanden en kiezen en langs de rand van het tandvlees dan met een gewone tandenborstel. Elektrisch poetsen gaat gemakkelijk en is minder vermoeiend. Hierdoor neemt u waarschijnlijk meer tijd om te poetsen. Timers helpen daarbij. Ze geven na twee minuten een signaal. Met een elektrische tandenborstel poetst u meestal langer, waardoor uw gebit ook schoner wordt.

Eten drinken en een gezond gebit 
Veel voedingsmiddelen kunnen het glazuur van uw tanden en kiezen aantasten. Op zich is dat geen probleem. Uw gebit herstelt zich na verloop van tijd vanzelf weer. Daarbij speelt speeksel een belangrijke rol. Speeksel neutraliseert zuur en heeft zo een beschermende werking. Eet u te vaak op één dag, dan krijgt uw gebit onvoldoende kans om te herstellen. Daarom is het voor uw gebit nadelig als u de hele dag door eet of bepaalde dranken drinkt.

Wat is de invloed van eten en drinken op mijn gebit?
In vrijwel al ons eten en drinken zitten suikers en zetmeel. Tandplak bestaat uit bacteriën en producten van bacteriën. Die zetten suikers en zetmeel in de mond om in zuren. Die zuren veroorzaken gaatjes in uw gebit. Suikers worden aan veel voedingsmiddelen toegevoegd, bijvoorbeeld aan snoep, koek en frisdrank. Maar er zitten ook van nature suikers in producten, bijvoorbeeld in fruit. Zetmeel zit in aardappels, pasta’s, brood, crackers en peulvruchten. Als u vaak voedingsmiddelen gebruikt waarin suiker en zetmeel zitten, loopt u een groter risico op gaatjes in uw tanden en kiezen.

Wat is de invloed van dranken op mijn gebit?
In frisdrank, vruchtensap, yoghurtdrank en wijn zitten suikers. Ze bevatten behalve suikers die gaatjes veroorzaken ook zuren. Het zuur proeft u nauwelijks. De suiker overheerst de zure smaak. Zuren tasten uw tandglazuur aan. Daardoor slijt uw gebit. Deze vorm van slijtage heet erosie. Tanderosie is een sluipend proces dat niet gemakkelijk te herstellen is. Het gaat niet alleen om hoevéél zure producten u eet en drinkt. Hoe vaker u dat doet en hoe langer u zure producten in uw mond houdt, hoe groter de kans op tanderosie is. Ook de manier waarop u eet en drinkt is van invloed. Wanneer tanderosie niet wordt bestreden, kunnen zuren het tandglazuur en vervolgens zelfs het blootliggende tandbeen oplossen. Water zonder prik, koffie en gewone thee zonder suiker zijn niet schadelijk voor uw gebit.

Hoe vaak kan ik iets eten en drinken zonder kans op gaatjes?
De kans op gaatjes is klein wanneer u drie hoofdmaaltijden per dag en maximaal vier keer iets tussendoor eet of drinkt. Dan krijgt uw gebit voldoende kans om zich te herstellen.

Zijn lightproducten beter voor mijn tanden?
In suikervrije lightproducten zoals bijvoorbeeld zoetjes voor in de koffie of lightdranken zitten suikervangers. Deze producten veroorzaken geen gaatjes. Lightdranken bevatten wel evenveel zuur als gewone frisdranken. De kans op slijtage van uw gebit als gevolg van zuur (tanderosie) is bij lightfrisdrank dus even groot als bij gewone frisdrank.

Hoe verklein ik de kans op slijtage van mijn tanden en kiezen?
Drink niet te vaak dranken waarin zuren zitten. Gebruik ten minste één uur voor het tandenpoetsen geen zure producten. Het zuur tast namelijk het tandglazuur aan. De borstel en de tandpasta hebben een schurende werking. Als u direct na het eten of drinken van zuur uw tanden poetst, kunt u het tandglazuur gemakkelijk wegpoetsen. Dan slijt uw gebit dus sneller. Dat geldt ook als u direct nadat u heeft overgegeven uw tanden poetst. Geef uw gebit ook dan de tijd om te herstellen. Lees hier meer over tanderosie.

Maakt het voor de gezondheid van mijn gebit uit welk tussendoortje ik neem?
Het aantal tussendoortjes heeft de meeste invloed op de aantasting van uw gebit. Natuurlijk weet u ook wel dat een stuk fruit beter is dan drop, zuurtjes of ander kleverig snoepgoed. Voedsel waarop u goed moet kauwen, zoals bruine boterhammen, rauwe groente en fruit, zorgt er bovendien voor dat u de speekselvorming stimuleert. Vergeet niet dat ook veel dranken tot de tussendoortjes behoren. Ze kunnen gaatjes en gebitsslijtage veroorzaken.

Snoep verstandig, eet een appel.
Echt waar? Een appel of ander (vers) fruit is een verstandig tussendoortje, ook al zit er suiker in. Fruit is niet kleverig en wordt meestal in één keer achter elkaar opgegeten. Bovendien is fruit gezond.

Wat is het effect van kauwgom?
Als u kauwgom kauwt, activeert u de productie van beschermend speeksel. In de meeste soorten kauwgom zitten suikervervangers. Kijk ernaar op de verpakking en kies een suikervrije variant.

Wat kan ik verder doen om mijn gebit gezond te houden?
Met een goede mondhygiëne houdt u tanden, kiezen en tandvlees gezond. Poets uw tanden daarom tweemaal per dag met fluoridetandpasta. Met de tandenborstel alleen kunt u de ruimten tussen tanden en kiezen niet goed reinigen. Gebruik daarom dagelijks flossdraad, tandenstokers of ragers.

Tips voor een gezond gebit

  • Kies voor drie hoofdmaaltijden per dag, zodat u minder behoefte heeft aan tussendoortjes.
  • Gebruik maximaal vier keer per dag iets tussendoor.
  • Eet maximaal een- of tweemaal per dag zuur fruit.
  • Drink frisdrank en andere zure dranken met mate.
  • Poets uw tanden tweemaal per dag met fluoridetandpasta.
  • Gebruik dagelijks flossdraad, stokers of ragers om de ruimten tussen uw tanden en kiezen te reinigen.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw tandarts of mondhygiënist.

Download als informatiefolder

Eten, drinken en een gezond gebit

Niet vaker dan 7x iets eten of drinken per dag
Veel voedingsmiddelen kunnen het glazuur van uw tanden en kiezen aantasten. Op zich is dat geen probleem. Uw gebit herstelt zich na verloop van tijd vanzelf weer. Daarbij speelt speeksel een belangrijke rol. Speeksel neutraliseert zuur en heeft zo een beschermende werking. Eet u te vaak op één dag, dan krijgt uw gebit onvoldoende kans om te herstellen. Daarom is het voor uw gebit nadelig als u de hele dag door eet of bepaalde dranken drinkt.

Wat is de invloed van eten en drinken op mijn gebit?
In vrijwel al ons eten en drinken zitten suikers en zetmeel. Tandplak bestaat uit bacteriën en producten van bacteriën. Die zetten suikers en zetmeel in de mond om in zuren. Die zuren veroorzaken gaatjes in uw gebit. Suikers worden aan veel voedingsmiddelen toegevoegd, bijvoorbeeld aan snoep, koek en frisdrank. Maar er zitten ook van nature suikers in producten, bijvoorbeeld in fruit. Zetmeel zit in aardappels, pasta’s, brood, crackers en peulvruchten. Als u vaak voedingsmiddelen gebruikt waarin suiker en zetmeel zitten, loopt u een groter risico op gaatjes in uw tanden en kiezen.

Wat is de invloed van dranken op mijn gebit?
In frisdrank, vruchtensap, yoghurtdrank en wijn zitten behalve suikers die gaatjes veroorzaken ook zuren. Het zuur proeft u nauwelijks. De suiker overheerst de zure smaak. Zuren tasten uw tandglazuur aan. Daardoor slijt uw gebit. Deze vorm van slijtage heet tanderosie. Tanderosie is een sluipend proces dat niet gemakkelijk te herstellen is. Het gaat niet alleen om hoevéél zure producten u eet en drinkt. Hoe vaker u dat doet en hoe langer u zure producten in uw mond houdt, hoe groter de kans op tanderosie is. Ook de manier waarop u eet en drinkt is van invloed. Wanneer tanderosie niet wordt bestreden, kunnen zuren het tandglazuur en vervolgens zelfs het blootliggende tandbeen oplossen. Water, koffie en gewone thee zonder suiker zijn niet schadelijk voor uw gebit.

Hoe vaak kan ik iets eten en drinken zonder kans op gaatjes?
De kans op gaatjes is klein wanneer u drie hoofdmaaltijden per dag en maximaal vier keer iets tussendoor eet of drinkt. Dan krijgt uw gebit voldoende kans zich te herstellen.

Zijn lightproducten beter voor mijn tanden?
In suikervrije lightproducten zoals bijvoorbeeld zoetjes voor in de koffie of lightdranken zitten suikervangers. Deze producten veroorzaken geen gaatjes. Lightdranken bevatten wel evenveel zuur als gewone frisdranken. De kans op slijtage van uw gebit als gevolg van zuur (tanderosie) is bij lightfrisdrank dus even groot als bij gewone frisdrank.

Hoe verklein ik de kans op slijtage van mijn tanden en kiezen?
Eet of drink niet te vaak producten waarin zuren zitten. Neem een uur voor het tandenpoetsen geen zuur. Het zuur tast namelijk het tandglazuur aan. De borstel en de tandpasta hebben een schurende werking. Als u direct na het eten of drinken van zuur uw tanden poetst, kunt u het tandglazuur gemakkelijk wegpoetsen. Dan slijt uw gebit dus sneller. Dat geldt ook als u direct nadat u heeft overgegeven uw tanden poetst. Geef uw gebit ook dan de tijd om te herstellen. Lees hier meer over tanderosie.

Maakt het voor de gezondheid van mijn gebit uit welk tussendoortje ik neem?
Het aantal tussendoortjes heeft de meeste invloed op de aantasting van uw gebit. Natuurlijk weet u ook wel dat een stuk fruit beter is dan drop, zuurtjes of ander kleverig snoepgoed. Voedsel waarop u goed moet kauwen, zoals bruine boterhammen, rauwe groente en fruit, zorgt er bovendien voor dat u de speekselvorming stimuleert. Vergeet niet dat ook veel dranken tot de tussendoortjes behoren. Ze kunnen gaatjes en gebitsslijtage veroorzaken.

Snoep verstandig, eet een appel. Echt waar?
Een appel of ander (vers) fruit is een verstandig tussendoortje, ook al zit er suiker in. Fruit is niet kleverig en wordt meestal in één keer achter elkaar opgegeten. Bovendien is fruit gezond.

Wat is het effect van kauwgom?
Als u kauwgom kauwt, activeert u de productie van beschermend speeksel. In de meeste soorten kauwgom zitten suikervervangers. Kijk ernaar op de verpakking en kies een suikervrije variant. Xylitol is een natuurlijke zoetstof. Xylifresh kauwkom met 100% xylitol helpt tandplak voorkomen en wordt aanbevolen door het Ivoren Kruis.

Wat kan ik verder doen om mijn gebit gezond te houden?
Met een goede mondhygiëne houdt u tanden, kiezen en tandvlees gezond. Poets uw tanden daarom tweemaal per dag met fluoridetandpasta. Met de tandenborstel alleen kunt u de ruimten tussen tanden en kiezen niet goed reinigen. Gebruik daarom op advies van uw behandelaar dagelijks ragers, flossdraad of tandenstokers.

Tips voor een gezond gebit

  • Kies voor drie hoofdmaaltijden per dag, zodat u minder behoefte heeft aan tussendoortjes.
  • Gebruik maximaal vier keer per dag iets tussendoor.
  • Eet maximaal een- of tweemaal per dag zuur fruit.
  • Drink frisdrank en andere zure dranken met mate.
  • Poets uw tanden tweemaal per dag met fluoridetandpasta.
  • Gebruik dagelijks ragers, flossdraad of tandenstokers om de ruimten tussen uw tanden en kiezen te reinigen.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw tandarts of mondhygiënist.

Download als informatiefolder

Facings

Wat is een facing?
U wilt mooie witte tanden? Of wilt u verlost worden van een spleetje tussen uw tanden? Of wilt u een afgebroken tand laten repareren? Met behulp van een zogenoemde facing kan de tandarts het uiterlijk van uw gebit verfraaien.

Een facing is een laagje tandkleurig vulmateriaal van composiet of een schildje van porselein. De tandarts plakt het vulmateriaal op de tand. Zo kan hij de vorm of de kleur van een tand veranderen. Ook kan hij spleetjes tussen tanden opvullen, afgebroken hoekjes repareren, gele of bruine tanden weer wit maken en scheve tanden maskeren.

Hoe lang gaat een facing mee?
Een facing gaat vijf tot tien jaar en soms ook langer mee. Roken en veel koffie of thee drinken, werkt verkleuring in de hand. Een facing kan slijten of beschadigen als u bijvoorbeeld tandenknarst of op uw nagels bijt. De tandarts kan een gesleten of beschadigde facing altijd repareren of vervangen. Deze behandeling beschadigt de tand zelf niet.

Van welk materiaal worden facings gemaakt?
Een facing wordt gemaakt van composiet of porselein. Voor een facing van composiet hoeft de tandarts over het algemeen minder aan uw tand te slijpen. Ook is het resultaat beter voorspelbaar en de kosten zijn aanzienlijk lager dan bij een porseleinen facing. Daar tegenover staat dat een facing van porselein minder gevoelig is voor aanslag op het oppervlak.

Waaruit bestaat de behandeling voor een facing?
Het aanbrengen van een facing verloopt in een aantal stappen. Een facing van composiet brengt de tandarts in één behandeling aan. Een porseleinen facing wordt in een tandtechnisch laboratorium gemaakt. Daarom moet u minstens tweemaal naar uw tandarts.

De behandeling in stappen voor een composiet facing

1. Kiezen van de kleur
Eerst kiest de tandarts in overleg met u de juiste kleur van uw facing. Het effect van de gewenste kleur kan de tandarts u direct laten zien. Hij heeft verschillende kleuren tot zijn beschikking die hij met elkaar kan combineren. U kunt het vergelijken met het mengen van verschillende soorten verf.

2. Afslijpen van de tand
Als het nodig is, slijpt de tandarts een heel dun laagje van het oppervlak van uw tand af. Zo maakt hij ruimte voor de facing. Als dit niet gebeurt, wordt uw tand iets dikker.

3. Vastplakken van de facing
Voordat uw tandarts de composiet aan uw tand plakt, behandelt hij uw tand voor met een zuur. Ook brengt hij een hechtlaag aan op uw tand. Op deze laag bevestigt hij de nog zachte composiet.

4. In vorm brengen van de facing
Nadat uw tandarts de composiet op uw tand heeft geplakt, boetseert hij het vulmateriaal eerst globaal in de juiste vorm. De tandarts beschijnt de composiet met een blauw licht als de gewenste vorm is bereikt. Hiermee maakt hij de composiet hard. Ten slotte slijpt hij de composiet in de gewenste vorm en polijst hij het oppervlak. Dan is de facing klaar. Als u de vorm of kleur niet goed vindt, kan uw tandarts de facing, na het wegslijpen van een laagje composiet, direct corrigeren.

De behandeling in stappen voor een porseleinen facing

1. Kiezen van de kleur
Tijdens de eerste behandeling bepaalt uw tandarts in overleg met u de juiste kleur van de facing. Hij gebruikt daarvoor een kleurenstaal. Uw facing wordt vervolgens in het tandtechnisch laboratorium in deze kleur gemaakt.

2. Afslijpen van de tand
Bij een facing van porselein moet de tandarts bijna altijd glazuur wegslijpen. Een porseleinen facing moet namelijk minimaal een halve millimeter dik zijn.

3. In vorm brengen van de facing
Uw tandarts maakt een afdruk van uw tand. Die afdruk gaat naar het tandtechnisch laboratorium. Daar maken ze uw facing in de gewenste vorm.

4. Vastplakken van de facing
Tijdens de tweede behandeling brengt de tandarts de facing aan. Voordat de tandarts de facing aan uw tand plakt, behandelt hij uw tand voor met een zuur. Ook brengt hij een hechtlaag aan op uw tand. Op deze laag plakt hij de facing. Als u de vorm of kleur van de facing niet goed vindt, moet een geheel nieuwe facing in het tandtechnisch laboratorium worden gemaakt.

Hoe voelt een facing?
Een facing voelt zoals een eigen tand. Misschien moet u er eerst even aan wennen. Praten kan in het begin wat problemen geven als uw tanden langer zijn gemaakt. Als de tandarts de vorm van uw tanden erg heeft veranderd, kunnen klanken wel eens vervormen. Dat gaat na een paar dagen vanzelf over.

Kun je met een facing alles eten?
Met een facing kunt u alles eten. Maar u moet niet op harde dingen bijten, zoals op zuurtjes, uw nagels of bijvoorbeeld een pen. Ook het afscheuren van bijvoorbeeld plakband met uw tanden is af te raden.

Heeft een facing extra onderhoud nodig?
Een facing heeft geen extra onderhoud nodig. Wel zult u zoals altijd uw gebit goed moeten schoonhouden. Poets met een zachte tandenborstel. Gebruik regelmatig tandfloss om ook tussen de tanden goed te reinigen.

Wat kost een facing?
De kosten van een facing hangen onder meer af van het materiaal dat de tandarts gebruikt. Een facing van composiet is aanzienlijk goedkoper dan een facing van porselein. Dit prijsverschil ontstaat onder andere door de kosten van het tandtechnisch laboratorium. Uw tandarts kan aangeven wat de behandeling gaat kosten.

 

Flossen en flosdraad

Goede mondhygiëne is belangrijk
Met een goede mondhygiëne houdt u tanden, kiezen en tandvlees gezond. Twee keer per dag twee minuten tandenpoetsen met fluoridetandpasta vormt hiervoor de basis. Met een tandenborstel alleen kunt u de ruimte tussen uw tanden en kiezen niet altijd goed schoonmaken. Daarvoor kunt u bijvoorbeeld flossdraad gebruiken.

Tandplak
Op en tussen de tanden en kiezen ontstaat tandplak. Om uw mond gezond te houden, moet u dit nauwelijks zichtbare, wit-gelige laagje verwijderen. Tandplak bestaat hoofdzakelijk uit bacteriën en producten van bacteriën. Wanneer u de tandplak niet regelmatig weghaalt, kunnen de bacteriën tandvleesontsteking en gaatjes veroorzaken. Niet verwijderde tandplak kan hard worden en verkalken tot tandsteen. Aan tandsteen hecht zich makkelijk weer nieuwe tandplak. Het tandvlees kan steeds meer ontstoken raken. De ontsteking kan zich uitbreiden en het daaronder gelegen kaakbot aantasten. Uiteindelijk kan er zoveel kaakbot verdwijnen dat uw tanden en kiezen los gaan staan.

Verwijderen van tandplak tussen de tanden en kiezen met flossdraad
Om de tandplak tussen uw tanden en kiezen te verwijderen, kunt u verschillende hulpmiddelen gebruiken, te weten flossdraad, tandenstokers of ragers. Overleg met uw tandarts of mondhygiënist welk instrument voor u het meest geschikt is. Gebruik eenmaal per dag flossdraad als de tussenruimte zeer smal is. Bij grotere tussenruimten kunt u beter tandenstokers gebruiken. Is de tussenruimte te groot voor een tandenstoker? Gebruik dan ragers.

Welk flossdraad moet ik gebruiken?
Flossdraad is verkrijgbaar in verschillende soorten en dikten, met en zonder waslaagje. Sommige mensen gebruiken liever een flossboogje. Overleg met uw tandarts of mondhygiënist welk flossdraad u het beste kunt gebruiken.
In het begin is het gebruik van flossdraad soms moeilijk en pijnlijk. Het tandvlees gaat dan gemakkelijk bloeden omdat het nog ontstoken is. Als u dagelijks flosst, verdwijnt de ontsteking en dus ook het bloeden. Bovendien wordt het gebruik minder pijnlijk. Bloedend tandvlees kan ook het gevolg zijn van een verkeerde techniek. Wordt het bloeden niet minder of juist erger? Ga dan naar uw tandarts of mondhygiënist.

Hoe moet ik flossen?
1. Neem een stukje flossdraad van veertig centimeter voor uw hele gebit. Wikkel de uiteinden losjes om de middelvingers en houd een stukje van drie centimeter flossdraad strak tussen beide duimen en wijsvingers.

Neem een stukje flossdraad

2. Breng met behulp van uw duimen en wijsvingers de draad met gedoseerde kracht en heen-en-weergaande bewegingen door het punt waar de tanden of kiezen elkaar raken (contactpunt). Doe dit voorzichtig en voorkom doorschieten.

Breng de draad met gedoseerde kracht door het contactpunt

3. Trek de draad na het contactpunt strak om de tand of kies. Breng de draad onder het tandvlees totdat u weerstand voelt. Het mag geen pijn doen. Haal de draad dan, terwijl die contact houdt met de zijkant van de tand of kies, met korte heen-en-weergaande bewegingen terug tot het contactpunt.

Trek de draad strak om de tand of kies

4. Trek de draad nu strak om de aangrenzende zijkant van de tand of kies. Breng de draad weer voorzichtig onder het tandvlees. Stop als u weerstand voelt. Breng de draad, terwijl die contact houdt met de zijkant van de tand of kies, met korte heen-en-weergaande bewegingen terug tot het contactpunt.

Breng de draad voorzichtig onder het tandvlees

5. Breng de flossdraad dan met een zagende beweging door het contactpunt en haal hem terug.

Haal de draad met een zagende beweging door het contactpunt terug

6. Ga door naar de volgende tand of kies. Gebruik voor iedere tussenruimte steeds een nieuw stukje flossdraad.

Gebruik voor iedere tussenruimte een nieuw stukje flossdraad

Brugnaald en superfloss
Als u de flossdraad niet door het contactpunt tussen uw tanden of kiezen kunt brengen (bijvoorbeeld bij een brug of vaste beugel) kan een brugnaald uitkomst bieden. Een brugnaald is een plastic naald met een groot oog. Een gangbare flossdraad voert u door het oog van deze naald. Met het puntje van de naald komt u tussen twee tanden die erg dicht tegen elkaar aan staan. De naald is dus een hulpmiddel om de flossdraad toch tussen de tanden of kiezen te brengen op plaatsen waar dit anders niet zou lukken. Superfloss is een alternatief voor een brugnaald. Het begin van dit flossdraad heeft een stevige punt in de vorm van een plastic naald. Hierdoor kunt u het flossdraad in één keer doortrekken.

Let op: Overdreven of verkeerd gebruik van hulpmiddelen bij de mondhygiëne kan schade veroorzaken aan de tanden en het tandvlees.

 

Nieuw kunstgebit

Een nieuw kunstgebit Een nieuw kunstgebit is een grote verandering. Uw nieuwe kunstgebit speelt een belangrijke rol bij het kauwen en spreken. Bovendien zijn uw kunsttanden erg belangrijk voor uw uiterlijk. Uw tanden zijn immers uw eerste blikvanger.
Zie ook Overkappingsprothese.
Wennen aan uw nieuwe kunstgebit Uw nieuwe kunstgebit zit waarschijnlijk niet meteen lekker. Het is nieuw en vooral anders. En daaraan moet u beslist wennen. Vooral in het begin zult u wat problemen ondervinden. Uw tandarts of tandprotheticus* zal u in de lastige beginperiode goed begeleiden, zodat u zo snel mogelijk aan uw nieuwe tanden en kiezen zult wennen. Ga voor de nacontrole en periodieke controle terug naar uw behandelaar.

* Wij spreken hier kortweg over behandelaar.

NB. Dit kan een tandarts zijn of een tandprotheticus. Een tandprotheticus is een tandtechnicus die gespecialiseerd is in het maken van kunstgebitten.

Uiterlijk
Vooral als u in de spiegel kijkt, zult u erg moeten wennen. Uw bovenlip kan wat ‘voller’ zijn en uw gezicht wat minder ingevallen. Uw mond is nu eenmaal een belangrijke blikvanger. Uzelf en mensen uit uw omgeving zullen even aan uw nieuwe verschijning moeten wennen.

Eten
Eten met uw nieuwe kunstgebit is wat onwennig. Zeker in het begin zult u voorzichtig aan doen. U ervaart zelf het beste wat wel en niet kan. Neem de eerste dagen zacht voedsel, zoals puree, gehakt en zacht fruit. Probeer enkele dagen daarna een stukje vis en een aardappel. Weer later kunt u voedsel eten zoals vlees of een appel. Stukken afbijten kunt u met een kunstgebit beter niet doen. Snijd uw voedsel daarom in stukjes en kauw rustig en gelijkmatig met de kunstkiezen. Neem daarbij aan beide zijden een stukje voedsel in de mond. Neem er iets meer tijd voor dan dat u gewend was.

Praten
Met uw nieuwe kunstgebit praat u in het begin wat onwennig. U slist bijvoorbeeld. Of bepaalde klanken klinken anders dan u gewend was. Het is alsof u met een volle mond praat. Dit is normaal. Uw mond moet nog wennen aan uw nieuwe kunstgebit. Meestal gaat het na enkele dagen een stuk beter. Oefen extra met die woorden of letters die nog niet helemaal naar uw zin klinken. Lees bijvoorbeeld de krant hardop.

Pijn door een nieuw kunstgebit
Het dragen van uw nieuwe kunstgebit kan in het begin pijnlijk zijn. Het zit strak tegen uw kaken aan. Op sommige plaatsen misschien wel iets té strak. Daardoor kunnen gevoelige, zogenoemde drukplaatsen ontstaan. Door kleine en eenvoudige correcties aan uw kunstgebit kan uw behandelaar deze pijn wegnemen. Vijl of schuur nooit zelf aan uw kunstgebit!
Voor een goed resultaat is het belangrijk dat u uw kunstgebit in uw mond houdt. Probeer er direct mee te praten en te eten. De behandelaar controleert uw kunstgebit enkele dagen nadat het geplaatst is. Heeft u vanwege de pijn of de onwennigheid toch besloten uw kunstgebit uit te doen? Doe het dan minstens een halve dag voor u naar de behandelaar gaat weer in. Anders kan hij niet alle pijnlijke plekken herkennen. Laat u zich er niet toe verleiden uw oude kunstgebit weer in te doen. U zult dan natuurlijk niet aan uw nieuwe wennen. Met uw nieuwe kunstgebit is het vaak een kwestie van doorzetten!

Reinigen van uw kunstgebit
Uw kunstgebit is nu nog nieuw en mooi. Dat wilt u natuurlijk graag zo houden. Daarom moet u, net als bij eigen tanden en kiezen, uw kunstgebit verzorgen. Als u het niet regelmatig schoonmaakt, blijven er voedselresten achter. Zowel op uw kunstgebit als eronder. Als u die niet verwijdert, kan uw tandvlees op den duur gaan ontsteken. Reinig uw gebit daarom zorgvuldig na iedere maaltijd. Gebruik een speciale protheseborstel, bijvoorbeeld van Lactona of Oral-B, en water om etensresten goed te verwijderen. Gebruik géén tandpasta. Die kan te veel schuren. Een schoon kunstgebit voelt altijd glad aan. Laat het gladde gebit tijdens het reinigen niet uit uw handen glippen. Het zal kapot gaan. Vul voor de zekerheid eerst de wasbak met water en reinig uw kunstgebit daarboven.
Reinig uw kunstgebit dagelijks met een bij de drogisterij of apotheek beschikbaar reinigingsmiddel. Volg daarbij de voorschriften van de fabrikant. Vraag eventueel uw behandelaar of mondhygiënist om advies. Leg uw kunstgebit sowieso één keer per week een nachtje in een reinigingsmiddel. Hiermee voorkomt u de vorming van tandsteen op uw kunstgebit. Borstel uw kunstgebit daarna goed en spoel het af met water. Leg uw kunstgebit nooit in heet water en gebruik zeker geen bleekwater of schuurmiddelen.

Maak ook uw mond schoon
Reinig niet alleen uw kunstgebit, maar ook het slijmvlies waarop uw kunstgebit rust: uw kaken, gehemelte en de overgang van de kaak naar de wangen. Anders kunnen vervelende ontstekingen ontstaan. En ook nu geldt: voorkómen is beter dan genezen. Masseer het slijmvlies minstens één keer per dag met een zachte tandenborstel en besteed extra aandacht aan uw gehemelte. Gebruik een gewone fluoridetandpasta om uw mond te reinigen.

Doe uw kunstgebit ’s nachts uit
Wanneer u gaat slapen, moeten ook uw kaken rust krijgen. Doe daarom uw kunstgebit uit als u naar bed gaat. Dat is beter. Vindt u het vervelend om met een lege mond te slapen? Doe dan alleen uw ondergebit uit. Wilt u toch uw hele kunstgebit dag en nacht dragen? Laat uw mond en kunstgebit dan minimaal één keer per jaar door uw behandelaar controleren.

Heeft u het kunstgebit niet in uw mond?
Bewaar het dan in een glas water. Ververs het water iedere dag. U kunt uw kunstgebit ook in een glas gevuld met een reinigingsmiddel bewaren. Spoel het kunstgebit altijd goed af met water voordat u het weer in uw mond plaatst.

Eenmaal een kunstgebit, voor altijd klaar?
Na verloop van tijd bent u gewend aan uw nieuwe kunsttanden en -kiezen. Zo goed zelfs, dat het lijkt alsof ze er altijd zijn geweest. Maar dat blijft niet zo. Uw mond verandert omdat uw kaken slinken. Uw kunstgebit blijft wel even groot. Er ontstaat dus ruimte tussen uw kunstgebit en uw kaak, waardoor uw kunstgebit op den duur losser gaat zitten. Als uw kunstgebit niet goed meer past, kan het op sommige plaatsen op uw kaak zwaarder gaan drukken dan op andere. Dat kan pijn veroorzaken. Ga dan naar uw behandelaar. Schuur of vijl niet zelf aan uw kunstgebit! In zo’n geval past uw behandelaar uw kunstgebit aan. Hij kan een nieuwe laag of ‘voering’ in uw kunstgebit aanbrengen, waardoor het weer steviger zit.

Controle door de behandelaar is belangrijk
Om pijn te voorkomen en om loszitten van uw kunstgebit tijdig te kunnen constateren, is het aan te raden minstens één keer per twee jaar naar de behandelaar te gaan. Ga ook als u geen klachten heeft. Het slinken van uw kaken gaat heel ongemerkt. Het zal u in eerste instantie dus niet opvallen. Uw behandelaar kan uw kunstgebit weer goed passend maken. Of hij kan u op tijd aanraden een nieuwe te nemen (meestal na een jaar of tien), want ook een kunstgebit kan verslijten. De behandelaar controleert bovendien of uw mond nog goed gezond is. Vooral mensen met een slecht passend kunstgebit of mensen die hun kunstgebit al jarenlang dragen, kunnen vervelende mondafwijkingen krijgen.

Kleefpasta’s, kleefpoeders en andere hulpmiddelen
Er zijn allerlei kleefpasta’s, kleefpoeders en ‘voeringen’ op de markt om een kunstgebit meer houvast te geven. Die middelen zijn eigenlijk allemaal noodoplossingen. De oorzaak van het probleem wordt niet echt weggenomen. Doe nooit watjes onder uw kunstgebit. Uw kaken gaan daarvan alleen maar sneller slinken. Gaat uw kunstgebit loszitten? Ga dan naar uw behandelaar. Hij ziet meestal direct wat er aan de hand is en kan u het beste advies geven.

Download als infomatiefolder

Overkappingsprothese

U krijgt een overkappingsprothese. Dat is een grote verandering, want uw nieuwe prothese speelt een belangrijke rol bij het kauwen en spreken. Bovendien zijn uw kunsttanden erg belangrijk voor uw uiterlijk. Uw tanden zijn immers uw eerste blikvanger. Bij een ‘gewoon’ kunstgebit worden geen wortels van uw eigen tanden of kiezen gebruikt. Bij een overkappingsprothese wel. Deze werken als een soort pijlers onder het kunstgebit en geven uw gebit houvast en steun.

Slinken van de kaken bij een overkappingsprothese
Ongeveer twintig procent van de Nederlandse bevolking van zestien jaar en ouder draagt een gedeeltelijk of een volledig ‘gewoon’ kunstgebit. Bijna eenderde deel van deze mensen heeft er problemen mee. Vaak past na verloop van tijd het kunstgebit niet goed meer. Dat komt meestal door het slinken van de kaken. Hierdoor ontstaat ruimte tussen het kunstgebit en de kaak. Het kunstgebit gaat dan steeds losser zitten.
Als enkele wortels van uw tanden of kiezen behouden kunnen blijven, kan het slinken van uw kaken voor een groot deel worden voorkomen. De druk die ontstaat door het kauwen, wordt bij een ‘gewoon’ kunstgebit opgevangen door de tandeloze kaken. Bij een overkappingsprothese wordt die voor een belangrijk deel opgevangen door de pijlers onder het kunstgebit. Hierdoor slinken de kaken veel minder snel.

Hoe verloopt de behandeling voor een overkappingsprothese?

Voorbehandelingen
Voordat de tandarts de overkappingsprothese kan maken, moet hij een aantal voorbereidingen uitvoeren, de zogenoemde voorbehandelingen.

Het uitkiezen van de pijlers
Eerst kijkt de tandarts zorgvuldig welke wortels van uw tanden of kiezen hij het beste kan gebruiken als pijlers onder uw overkappingsprothese. Vaak zijn dit de wortels van de hoektanden. Om de kwaliteit van uw wortels goed te kunnen beoordelen, zal uw tandarts röntgenfoto’s maken.

Het trekken van de kiezen
Meestal zal uw tandarts daarna de kiezen trekken die hij niet als pijlers voor de overkappingprothese gebruikt. Na het trekken moeten de wonden enige tijd gelegenheid krijgen om te genezen. Uw tanden blijven dus voorlopig nog staan. In het begin is het zonder kiezen een beetje behelpen. Maar u zult zien dat het toch wel snel meevalt. Neem contact op met uw tandarts als het niet zo is. Kort na het trekken van uw kiezen zijn de wonden nog niet goed genezen. Dan kunt u het beste zacht voedsel nemen. Daarna kunt u weer proberen te eten wat u gewend was.

De voorbehandeling van de pijlers
De tanden of kiezen waarvan de wortels als pijlers gaan dienen, krijgen doorgaans een voorbehandeling. Elke wortel heeft binnenin een holte. Uw tandarts reinigt en vult die. Dit voorkomt dat er later ontstekingen aan de wortels ontstaan. Soms is deze behandeling in het verleden al uitgevoerd. Dan hoeft uw tandarts dit niet nog eens te doen.

Het maken van de overkappingsprothese

Afdrukken maken
Een afdruk van uw kaak wordt gemaakt met behulp van een afdruklepel, gevuld met een speciaal afdrukmateriaal. In het tandtechnisch laboratorium wordt die afdruk met gips gevuld. Hierdoor ontstaat een gipsmodel. Hierop wordt een goed passende afdruklepel van kunsthars gemaakt. Met deze lepel wordt nóg een afdruk gemaakt om een nóg nauwkeuriger gipsmodel te krijgen. Hierop wordt uw overkappingsprothese gemaakt.

Contact tussen boven- en onderkaak
Tijdens een volgend bezoek bepaalt de tandarts de stand van uw boven- en onderkaak ten opzichte van elkaar. Hij bepaalt hoe de tanden en kiezen in de boven- en onderkaak contact met elkaar moeten gaan maken, zodat u goed met uw overkappingsprothese kunt kauwen.

Kleur, stand en vorm van de kunsttanden
Bent u tevreden over de kleur, de vorm en de stand van uw eigen tanden? Of misschien juist niet? Informeer uw tandarts hierover vóórdat de overkappingsprothese wordt gemaakt. Uw tandarts kan u hierin advies geven. Hij zal proberen zoveel mogelijk met uw wensen rekening te houden.

De laatste fase
Vóórdat de tandarts uw kunstgebit in uw mond kan plaatsen, moet hij nog twee dingen doen. Eerst slijpt hij de tanden en kiezen, die als pijlers voor de overkappingsprothese gaan fungeren, tot net boven het tandvlees af. Alleen de wortel van zo’n tand of kies blijft dus over. Het voorbehandelde kanaal sluit hij af met een vulling. Dan trekt uw tandarts de overige tanden die in uw mond zijn blijven staan. Direct daarop aansluitend plaatst hij de overkappingsprothese. U hoeft dus niet bang te zijn dat u enige tijd zonder tanden zult rondlopen.

De eerste dagen met de overkappingsprothese

Nabloeden
De eerste uren na het trekken van uw tanden kunnen de wonden nog een beetje nabloeden. Dat kan uw speeksel rood kleuren. Dit zal vrij snel ophouden. Dan neemt het speeksel ook weer de normale kleur aan. Dat betekent niet dat de wonden helemaal zijn genezen. De eerste 24 uur kunt u ook beter niet spoelen. Er vormen zich namelijk bloedstolsels in de wonden. Als u spoelt, laten die stolsels los en begint het bloeden opnieuw. Drinken mag wel.

Er is een kleine kans dat het bloeden niet overgaat, ondanks de genomen voorzorgsmaatregelen. Waarschuw dan uw tandarts. Neem ook contact op als u pijn houdt. Neem in elk geval niet zomaar een pijnstiller. Sommige pijnstillers kunnen het bloeden juist verergeren. Spreek goed met uw tandarts af wat u de eerste 24 uur wel of niet moet doen.

Uiterlijk
Als u in de spiegel kijkt, moet u waarschijnlijk erg wennen. Uw mond is nu eenmaal een belangrijke blikvanger en die is veranderd. Neem een paar dagen de tijd om te wennen en beoordeel dan pas hoe u er met uw nieuwe overkappingsprothese uitziet.

Pijn
De eerste dagen zal uw kunstgebit nog niet echt lekker zitten. Het kan klemmen en pijn veroorzaken. Toch mag u het beslist niet uit uw mond halen, want het zit als een verband op de wonden. Vooral kauwen kan in het begin pijn veroorzaken. Eet alleen zachte dingen, zoals puree, gehakt en zacht fruit.

Wennen aan de overkappingsprothese
Pas als u weer bij uw tandarts bent, mag de overkappingsprothese voor de eerste keer uit uw mond. Uw tandarts zal de wonden zonodig reinigen. Hij kan kleine correcties aan uw kunstgebit uitvoeren, waarmee hij de pijn aanzienlijk kan verminderen of wegnemen. Om uw mond te reinigen, kunt u het voorzichtig spoelen met lauw water. Daar kunt u eventueel een beetje zout in doen. U kunt daarvoor ook een bij de drogist verkrijgbaar mondspoelmiddel met chloorhexidine gebruiken, bijvoorbeeld Perio-Aid of Corsodyl. Spoelen met lauwe kamillethee kan ook heel goed. Na een paar dagen beginnen de wonden te genezen en zal de pijn verdwijnen. U zult dan langzaam aan uw overkappingsprothese wennen. Dat vraagt tijd. De een zal sneller wennen dan de ander. Heeft u er erg veel moeite mee? Vraag uw tandarts dan om advies.

Eten
Eten met uw nieuwe overkappingsprothese is wat onwennig. Zeker in het begin zult u voorzichtig aan doen. U ervaart zelf het beste wat wel en niet kan. Probeer langzaam hardere dingen te gaan eten. Stukken afbijten kunt u met een kunstgebit beter niet doen. Snijd uw voedsel daarom in stukjes en kauw rustig en gelijkmatig met de kunstkiezen. Neem daarbij aan beide zijden een stukje voedsel in de mond. Neem er meer tijd voor dan dat u gewend was.
Praten
In het begin praat u nog wat onwennig. Het is alsof u met een volle mond praat. Bepaalde klanken klinken anders dan u gewend was. Dit is normaal. Meestal gaat het na enkele dagen een stuk beter. Oefen extra met die woorden of letters die nog niet helemaal naar uw zin klinken. Lees bijvoorbeeld de krant hardop.

Regelmatig schoonmaken van de overkappingsprothese
Als u uw overkappingsprothese uit mag doen, moet u deze en vooral de pijlers na elke maaltijd en voor het slapengaan goed reinigen. Op het kunstgebit maar ook eronder, op de pijlers en het slijmvlies waarop uw gebit rust: uw kaken, gehemelte en de overgang van de kaken naar de wangen, blijven gemakkelijk voedselresten achter. Als u deze niet verwijdert, ontstaan gaatjes in de pijlers en gaat het tandvlees rondom de pijlers ontsteken. Daardoor verliezen ze op den duur hun houvast, gaan ze los staan en kunnen pijn veroorzaken.

De overkappingsprothese
Etensresten aan de binnen- en buitenzijde van de overkappingsprothese kunt u het beste verwijderen met behulp van een speciale protheseborstel, bijvoorbeeld van Lactona of Oral-B, en water. Gebruik géén tandpasta. Die kan te veel schuren. Een schoon kunstgebit voelt altijd glad aan. Laat uw gladde gebit tijdens het reinigen niet uit uw handen glippen. Het zal kapot gaan. Vul voor de zekerheid eerst de wasbak met water en reinig uw kunstgebit daarboven.

Reinig uw prothese dagelijks met een bij de drogisterij of apotheek beschikbaar reinigingsmiddel. Volg daarbij de voorschriften van de fabrikant. Vraag eventueel uw behandelaar of mondhygiënist om advies. Leg uw kunstgebit sowieso één keer per week een nachtje in een reinigingsmiddel. Hiermee voorkomt u de vorming van tandsteen op uw kunstgebit. Borstel uw kunstgebit daarna goed en spoel het af met water. Leg uw kunstgebit nooit in heet water en gebruik zeker geen bleekwater of schuurmiddelen.

Maak ook de pijlers en uw mond schoon
Spoel in het begin, als de wonden nog niet helemaal zijn genezen, uw mond na elke maaltijd met een beetje lauw water. Poets daarna minstens één keer per dag de pijlers en het slijmvlies van de kaken met een zachte tandenborstel. U kunt het beste gewone fluoridetandpasta gebruiken. Breng één keer per dag in de overkappingsprothese op de plaats van de pijlers een gelei (Corsodyl) aan. Dit biedt extra bescherming tegen cariës (gaatjes) en tandvleesontstekingen. Corsodyl is in elke apotheek te koop. Plaats uw kunstgebit met de gelei ongeveer dertig minuten in uw mond. Haal het daarna weer uit uw mond en spoel het schoon onder de kraan.

Doe uw kunstgebit ’s nachts uit
Uw kaken hebben een tijdje nodig om aan de overkappingsprothese te wennen. Laat uw kunstgebit de eerste week dan ook ’s nachts in uw mond. Daarna is het juist beter om het voor het slapengaan wel uit te doen. Op die manier geeft u ook uw kaken rust. Vindt u het vervelend om met een lege mond te slapen? Doe dan alleen uw ondergebit uit. Wilt u toch liever uw hele gebit dag en nacht dragen? Laat uw mond en kunstgebit dan minimaal één keer per half jaar door uw tandarts controleren.
Heeft u het kunstgebit niet in uw mond? Bewaar het dan in een glas water. Ververs het water iedere dag. Uw kunstgebit kunt u ook in een glas gevuld met een reinigingsmiddel bewaren. Spoel uw kunstgebit altijd goed af met water voordat u het weer in uw mond plaatst.

Aanpassingen aan de overkappingsprothese
Na enige tijd zult u het gevoel hebben dat uw kunstgebit iets losser zit. Dat klopt. De wonden zijn genezen, waardoor uw kaken iets zijn geslonken. Hierdoor is ruimte ontstaan tussen uw kaak en uw kunstgebit. Na ongeveer zes weken of liever nog iets langer, kan de tandarts uw kunstgebit aanpassen. Hij kan een nieuwe laag of ‘voering’ in uw kunstgebit aanbrengen, waardoor het weer steviger zit. In de meeste gevallen zult u dan uw kunstgebit één of twee dagen moeten missen.

Eenmaal een overkappingsprothese, voor altijd klaar?
Na verloop van tijd bent u gewend aan uw nieuwe kunsttanden en -kiezen. Zo goed zelfs, dat het lijkt alsof ze er altijd zijn geweest. Maar dat blijft niet zo. Uw mond verandert omdat uw kaken slinken. Uw kunstgebit blijft wel even groot. Er ontstaat dus ruimte tussen uw overkappingsprothese en uw kaak, waardoor uw gebit op den duur losser gaat zitten. De kaken slinken bij een overkappingsprothese lang niet zo snel als bij een gewoon kunstgebit. Als uw overkappingsprothese niet goed meer past, kan die op sommige plaatsen op uw kaak zwaarder gaan drukken dan op andere. Dat kan pijn veroorzaken. Ga dan naar uw tandarts. Schuur of vijl niet zelf aan uw overkappingsprothese! In zo’n geval past uw tandarts uw kunstgebit aan. Hij kan er een nieuwe laag of ‘voering’ in aanbrengen, waardoor de overkappingsprothese weer steviger zit.

Controle bij uw overkappingsprothese
Het is noodzakelijk dat u éénmaal per halfjaar voor controle naar uw tandarts gaat. Regelmatige controle is belangrijk om de pijlers gezond te houden. De tandarts controleert de pijlers, uw kaken en de overkappingsprothese. Bovendien kan hij u begeleiden bij het schoonhouden ervan. Ook kan hij mogelijk kleine mankementen aan de pijlers en de overkappingsprothese die u zélf niet direct opmerkt verhelpen.

Extra voorzieningen bij een overkappingsprothese
Soms blijkt na verloop van tijd dat uw overkappingsprothese minder houvast heeft dan u had verwacht. Meestal kan uw tandarts dan extra voorzieningen aanbrengen. Zo kan hij bijvoorbeeld drukknopjes in de pijlers en in het kunstgebit maken. Of hij kan een andere (veel duurdere) methode hanteren. Dan maakt de tandarts gouden kapjes op de wortels, die hij door een staafje met elkaar verbindt. In het kunstgebit brengt hij een huls aan die precies over dit staafje past. Hierdoor kan het kunstgebit als het ware worden vastgeklikt. Dit systeem kan, net als de drukknopjes, aanzienlijk meer houvast geven aan de overkappingsprothese. In beide gevallen heeft u soms een geheel nieuwe overkappingsprothese nodig.

Gemakkelijke overgang naar een ‘gewoon’ kunstgebit
Een overkappingsprothese heeft in principe dezelfde vorm en afmetingen als een ‘gewoon’ kunstgebit. Daarom kan de overkappingsprothese, als de pijlers onverhoopt toch verloren gaan, eenvoudig worden veranderd in een ‘gewoon’ kunstgebit. Er is slechts een kleine aanpassing nodig. U hoeft dan niet zo lang te wennen aan dit aangepaste kunstgebit. Bovendien voelt het kunstgebit nog steeds vertrouwd aan.

Download als informatiefolder

Plaat- of frameprothese

Als een of meer tanden moeten worden vervangen
Een plaat- of frameprothese, ook wel partiële prothese genoemd, is een vervanging van een of meer tanden of kiezen. Een goede oplossing als uw verloren tanden of kiezen niet door een brug, kroon of implantaat worden vervangen. De prothese kunt u uit de mond nemen. Bruggen, kronen en implantaten niet. Die zitten vast in de mond.

De plaatprothese
De plaatprothese is gemaakt van een roze, tandvleeskleurige kunsthars. Daarin zijn de kunsttanden en kiezen verankerd. De gehele plaatprothese rust op het slijmvlies van de mond. Deze zit eventueel met ankertjes vast aan overgebleven tanden of kiezen.

De frameprothese
De frameprothese is gemaakt van metaal. Op het metaal is een tandvleeskleurige kunsthars aangebracht. Daarop zitten de kunsttanden of -kiezen. De frameprothese rust vooral op een deel van de overgebleven tanden of kiezen. Afhankelijk van het ontwerp rust de frameprothese ook meer of minder op het slijmvlies. De tandarts kan de frameprothese op twee manieren bevestigen. Of met metalen ankertjes die om enkele tanden of kiezen klemmen of met een soort slotje. Bij een slotje wordt de ene kant vastgemaakt aan een kroon, tand of kies en de andere kant zit vast aan de frameprothese. De frameprothese kunt u op die manier in het slotje schuiven. Het slotje zit doorgaans aan de binnenkant van de tanden en kiezen en is dus niet vanaf de buitenkant zichtbaar. Ankertjes zijn vaak wel enigszins zichtbaar.

Verschillen tussen de plaat- en frameprothese
Een plaatprothese is goedkoper dan een frameprothese, maar kent dan ook nadelen. Aangezien de plaatprothese geheel op uw tandvlees steunt, kan dat makkelijk tot tandvleesproblemen leiden. Uw tandvlees moet namelijk de kracht veroorzaakt door het kauwen, opvangen. Ook blijft voedsel gemakkelijk onder de plaatprothese zitten. Dat leidt sneller tot ontstekingen van het tandvlees. De frameprothese steunt voor een groot deel op uw overgebleven tanden en kiezen en in mindere mate op het tandvlees. Daardoor vangen uw natuurlijke tanden en kiezen de kauwkrachten op en wordt het tandvlees meer ontzien dan bij een plaatprothese. Welke voor u het meest geschikt is, verschilt per persoon. De keuze maakt u in overleg met uw tandarts.

Het maken van een plaat- of frameprothese
Afhankelijk of uw tandarts een plaat- of frameprothese aanbrengt, beslijpt hij de tanden of kiezen soms of bewerkt hij ze op een andere manier. Daarna maakt hij afdrukken van uw kaken. Dat gebeurt met behulp van een afdruklepel, gevuld met een speciaal afdrukmateriaal. In het tandtechnisch laboratorium wordt die afdruk met gips gevuld. Hierdoor ontstaat een gipsmodel. Hierop wordt een goed passende afdruklepel van kunsthars gemaakt. Met deze lepel wordt nóg een afdruk gemaakt om een nóg nauwkeuriger gipsmodel te krijgen. Hierop wordt uw plaat- of frameprothese gemaakt. In totaal heeft u vijf of zes tandartsbezoeken nodig voor het op maat maken van de plaat- of frameprothese. Alles bij elkaar neemt het ongeveer vijf weken in beslag. Voor de frameprothese duurt het op maat maken meestal enkele weken langer.

De eerste dagen met een plaat- of frameprothese
Een paar dagen nadat de tandarts de plaat- of frameprothese in uw mond heeft geplaatst, controleert hij de pasvorm. U praat wellicht nog een beetje onwennig als u de prothese net draagt. Sommige klanken klinken een beetje anders. Dit is normaal en gaat vanzelf over. U moet gewoon even aan de plaat- of frameprothese wennen. Blijven er klachten bestaan? Neem dan contact op met uw tandarts. Als uw prothese goed zit, zal de tandarts deze controleren tijdens de halfjaarlijkse controle.

Reinigen van een plaat- of frameprothese
Vooral onder uw plaat- of frameprothese kunnen veel etensresten blijven zitten. Reinig uw prothese na iedere maaltijd dan ook goed met een speciale protheseborstel, bijvoorbeeld van Lactona of Oral-B, en water. Gebruik géén tandpasta. Die kan te veel schuren. Reinig ook het slijmvlies onder uw plaat- of frameprothese (uw kaak, gehemelte en de overgang van de kaak naar de wangen) en poets uw eigen gebit zorgvuldig. Gebruik hiervoor een gewone zachte tandenborstel met fluoridetandpasta. Besteed extra aandacht aan het verwijderen van tandplak. Vooral op die tanden en kiezen waarop uw prothese steunt. Uw tandarts of mondhygiënist kan u hierover informeren.

Reinig uw kunstgebit dagelijks met een bij de drogisterij of apotheek beschikbaar reinigingsmiddel. Volg daarbij de voorschriften van de fabrikant. Vraag eventueel uw behandelaar of mondhygiënist om advies. Leg uw kunstgebit sowieso één keer per week een nachtje in een reinigingsmiddel. Hiermee voorkomt u de vorming van tandsteen op uw kunstgebit. Borstel uw kunstgebit daarna goed en spoel het af met water. Leg uw kunstgebit nooit in heet water en gebruik zeker geen bleekwater of schuurmiddelen.

Moet ik de plaat- of frameprothese ’s nachts uit doen?
Sommige mensen knarsentanden in hun slaap of drukken de kiezen stevig op elkaar. Dat kan een onnodige druk geven op de plaat- of frameprothese en het tandvlees. Daarnaast herstelt het tandvlees ’s nachts beter als u de prothese uitdoet. Overleg met uw tandarts wat u het beste kunt doen.
Heeft u de prothese niet in uw mond? Bewaar deze dan in een glas water. Ververs het water iedere dag. U kunt de prothese ook in een glas gevuld met een reinigingsmiddel bewaren. Spoel de prothese altijd goed af met water voordat u het weer in uw mond plaatst.

Download als informatiefolder

Fluoride

Fluoride, een natuurlijke stof die gaatjes helpt voorkomen
Fluoride is een natuurlijke stof die de tanden en kiezen minder kwetsbaar maakt voor zuuraanvallen van bacteriën. Het gebruik van de juiste hoeveelheden fluoride helpt zo gaatjes in tanden en kiezen voorkomen. Daarom is fluoride belangrijk bij de dagelijkse verzorging van het gebit.

Hoe kan fluoride het beste worden toegepast?
Tandenpoetsen is de beste manier om fluoride te gebruiken. Fluoride zit in de meeste tandpasta’s.

Wanneer moet je beginnen met fluoridetandpasta?
Poets de tanden één keer per dag met fluoride-peutertandpasta zodra de eerste tandjes zijn doorgebroken. Poets de tanden van kinderen van twee tot en met vier jaar twee keer per dag met deze tandpasta. Ga vanaf het vijfde jaar gewone fluoridetandpasta voor volwassenen gebruiken.

Tip: poets bij kinderen tot tien jaar ten minste eenmaal per dag na. Oudere kinderen kunnen meestal zelfstandig poetsen.

Gebruik fluoridetandpasta
Breng fluoridetandpasta aan op een droge borstel. Zo ontstaat er minder schuim en houdt u meer zicht op het poetsen.

Kan het kwaad als kinderen tandpasta doorslikken?
Het kan geen kwaad als kinderen bij het poetsen tandpasta doorslikken.

Heeft fluoride bijwerkingen?
Internationaal wordt fluoride sterk aanbevolen om tandcariës te voorkomen. In de aanbevolen dosering treden geen bijwerkingen op.

Basisadvies Fluoride

0 en 1 jaar
Vanaf het doorbreken van het eerste tandje: 1x per dag poetsen met fluoride-peutertandpasta.

2, 3 en 4 jaar
2x per dag poetsen met fluoride-peutertandpasta.

5 jaar en ouder
2x per dag poetsen met fluoridetandpasta voor volwassenen. Je kunt ook tandpasta gebruiken waarop staat ‘kinder’ of ‘junior’. Kijk dan altijd naar de leeftijd die hierbij wordt aangegeven (bijvoorbeeld 5-12 jaar). Als je twijfelt, raadpleeg dan je tandarts of mondhygiënist.

Voor alle leeftijden
Raadpleeg voor alle andere vormen van fluoridegebruik je tandarts of mondhygiënist.

Op welke manieren is extra fluoride te gebruiken?

Tandenpoetsen
Een extra poetsbeurt is de meest eenvoudige wijze waarop u extra fluoride kunt gebruiken.

Spoelen met fluoride
De tandarts kan het gebruik van fluoridevloeistof adviseren wanneer iemand extra risico loopt om gaatjes te krijgen. Dit is het geval bij beugeldragers. Soms spoelen kinderen op scholen met fluoride. Dat is niet voor alle leerlingen nodig, maar het kan ook geen kwaad. Vraag uw tandarts of mondhygiënist om advies.

Fluoridebehandeling
Als er toch gaatjes ontstaan, kan een tandarts of mondhygiënist een fluoridebehandeling geven om dit proces af te remmen.

Let op: gebruik extra fluoride alleen in overleg met de tandarts of mondhygiënist.

Gevoellige tandhalzen

Teruggetrokken tandvlees
In een gezonde mond ligt het tandvlees netjes om de tanden en kiezen. Gevoelige tandhalzen ontstaan alléén wanneer het tandvlees is teruggetrokken. Zonder teruggetrokken tandvlees is deze gevoeligheid niet mogelijk. Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug.

Blootliggende tandhalzen
Pijn bij het eten of drinken van warme of koude producten? Of juist als u iets zuurs of zoets neemt? Waarschijnlijk zijn blootliggende tandhalzen het probleem. Als het tandvlees zich terugtrekt, komt de hals en de wortel van de tand of kies bloot te liggen. Op de hals en wortel van de tand of kies zit geen glazuur. Daardoor is de tand of kies erg gevoelig voor invloeden zoals warm, koud, zoet en zuur. Ook ontstaan er gemakkelijk gaatjes in het blootliggende deel. Op een juiste manier poetsen en een goed voedingspatroon zijn erg belangrijk om de gevoeligheid aan te pakken.

Waardoor trekt het tandvlees terug?
Als u te krachtig, te langdurig, met te veel druk of met een harde tandenborstel poetst, kunt u letterlijk uw tandvlees wegpoetsen. Ook ontstoken tandvlees (parodontitis) is een oorzaak van terugtrekkend tandvlees. Ontstoken tandvlees ontstaat door een slechte mondhygiëne.

Ontstoken tandvlees
Ontstoken tandvlees kan leiden tot teruggetrokken tandvlees.

Gezond tandvlees is roze, ligt strak om de tanden en kiezen en bloedt niet als u uw tanden poetst.

Gezond Tandvlees

Rood, gezwollen of bloedend tandvlees duidt meestal op ontstoken tandvlees. Tandplak op de overgang van uw tandvlees naar uw tand of kies en de plak die tussen uw tanden en kiezen zit, veroorzaken ontstoken tandvlees. Dit stadium wordt gingivitis genoemd.

Gingivitis

Als u plak niet goed verwijdert, zorgen de bacteriën in de plak ervoor dat uw tandvlees verder ontstoken raakt. Niet verwijderde plak verkalkt tot tandsteen. Aan tandsteen hecht zich makkelijk weer nieuwe plak.

Tandsteen

Tussen de tand en het tandvlees zit een kleine ruimte (pocket). Omdat ontstoken tandvlees los komt te staan van de tanden en kiezen wordt die ruimte dieper. De ontsteking in de tandvleesrand kan zich uitbreiden in de richting van het kaakbot. Daardoor laat het tandvlees nóg verder los. Door de ontsteking gaan de vezels stuk en wordt het kaakbot afgebroken. Gevolg? Nog diepere pockets. Hierin verkalkt de tandplak gedeeltelijk tot tandsteen. Deze voortschrijdende ontsteking met afbraak van vezels en kaakbot heet parodontitis.

Parodontitis

Door het ontstoken tandvlees zijn de tanden en kiezen los komen te staan en is het tandvlees teruggetrokken. De wortel ligt gedeeltelijk bloot. Parodontitis kan behandeld worden, waardoor het tandvlees weer gezond wordt. Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug.

Teruggetrokken tandvlees

Waardoor ontstaat de pijn bij gevoelige tandhalzen?
Tanden en kiezen bestaan uit een kroon en één of meer wortels. De kroon is het deel dat u ziet en is voorzien van een sterke laag glazuur. De wortels ziet u niet en hebben géén glazuur. Zodra het tandvlees zich terugtrekt, komt dus een stukje van de tand zonder glazuur bloot te liggen. Dit poreuze materiaal is tandbeen. In tandbeen zitten kanaaltjes die verbonden zijn met de zenuwholte binnenin de tand of kies. Als het tandvlees de kanaaltjes afsluit, merkt u daar niets van. Is het tandvlees weg, dan komt door warme, koude, zoete of zure prikkels het vocht in die kanaaltjes in beweging. Die beweging irriteert de zenuwen en veroorzaakt zo de pijn.

Prikkels kunnen het vocht in de kanaaltjes van het tandbeen in beweging brengen en de zenuw irriteren

Hoe kun je gevoelige tandhalzen voorkomen?
Een goede mondhygiëne kan tandhalsgevoeligheid voorkomen. Als u niet te krachtig poetst en zorgt dat uw tandvlees niet ontstoken raakt, krijgt u hiermee niet maken. Dat betekent dat u dagelijks alle tandplak van en tussen uw tanden en kiezen moet verwijderen. Poets uw tanden daarom tweemaal per dag met een fluoridetandpasta. Een goede poetsbeurt duurt twee minuten, gebeurt zorgvuldig, niet te krachtig en met een zachte tandenborstel. Reinig ook dagelijks de ruimten tussen uw tanden en kiezen met tandenstokers, ragers of flossdraad.

Wat kunt u zelf doen tegen gevoelige tandhalzen?

Op een juiste manier poetsen
Aangezien blootliggende tandhalzen en -wortels niet beschermd zijn door glazuur, is verzorging ervan extra belangrijk. Niet alleen om gaatjes in de wortels te voorkomen, maar ook om de gevoeligheid te minimaliseren. Blijf dus, ook bij pijn, poetsen. Als u poetst met tandpasta, brengt u een beschermend laagje op de tanden aan. Hierdoor kunnen prikkels minder makkelijk de zenuwen in de tand of kies bereiken. Gevolg? Minder pijn! Maar zure vloeistoffen spoelen dit laagje gemakkelijk weg. Dan komt de pijn dus weer terug. Soms kan spoelen met een fluoride spoelmiddel ook helpen. Overleg dit met uw tandarts of mondhygiënist.

Voedingspatroon veranderen
Om de gevoeligheid te beperken, kan het belangrijk zijn dat u uw voedingspatroon verandert. Drinkt u bijvoorbeeld veel sappen of frisdrank (zuur) of eet u veel citrusfruit? Dan slijt het onbeschermde tandbeen gemakkelijk weg. De ingangen van de kanaaltjes worden breder. Hierdoor gaan de prikkels makkelijk door het tandbeen heen. Beperk daarom het aantal eet- en drinkmomenten tot maximaal zeven keer per dag. Kies voor drie hoofdmaaltijden en maximaal vier keer iets tussendoor. Eet maximaal een- of tweemaal per dag zuur fruit en drink frisdrank en andere zure dranken met mate. Eet of drink één uur voordat u uw tanden gaat poetsen géén zure producten. Zuren maken het tandbeen zwakker, waardoor u het makkelijk wegpoetst. Als u uw voedingspatroon niet verandert, kan de gevoeligheid niet behandeld worden en steeds erger worden.

Wat kan de tandarts tegen gevoelige tandhalzen doen?
De tandarts of mondhygiënist kan alleen samen met u de gevoeligheid aanpakken. Afhankelijk van de oorzaak, zult u uw mondhygiëne moeten verbeteren, uw manier van poetsen moeten aanpassen of uw voedingspatroon moeten veranderen. De tandarts kan een lak aanbrengen met extra fluoride. Deze behandeling werkt tijdelijk. Bij ernstige klachten kan de tandarts de blootliggende halzen voorzien van een vulmiddel, bijvoorbeeld composiet. Het aanbrengen hiervan moet zeer nauwkeurig gebeuren. De behandeling is vaak niet pijnloos en gebeurt daarom vaak met een plaatselijke verdoving. De tandarts moet de tand of kies droogblazen en een koude vloeistof aanbrengen.

Zijn er tandpasta’s die helpen tegen tandhalsgevoeligheid?
Zodra u uw tanden en tandhalzen poetst met tandpasta, brengt u een beschermend laagje aan. De doorgang in het tandbeen naar de zenuwholte kan daardoor blokkeren. Dan kan de gevoeligheid tijdelijk iets afnemen. Sommige tandpasta’s zijn speciaal ontwikkeld om gevoelige tandhalzen te bestrijden. Veel patiënten hebben baat bij het gebruik ervan. Maar de resultaten zijn niet altijd succesvol. De voordelen van de tandpasta kunnen door uw eet- of drinkgedrag (zuur) of door de slijpende werking van tandpasta worden tenietgedaan. Alle tandpasta’s hebben een andere werking. Probeer daarom verschillende tandpasta’s tegen gevoelige tandhalzen uit.

Controle en begeleiding bij gevoelige tandhalzen
Bespreek uw tandhalsgevoeligheid met uw tandarts of mondhygiënist. Spreek af om de hoeveel tijd u op bezoek komt voor controle en begeleiding. Heeft u verder nog vragen? Neem dan contact op met uw tandarts of mondhygiënist.

 

Gewoon gaaf

Individuele preventie voor een gaaf gebit
Wil jij ook een gaaf gebit voor je kind? En dat je kind met een gezonde mond opgroeit? De Gewoon Gaaf-methode voor kinderen van 0-18 jaar bij je tandarts of mondhygiënist helpt daarbij. Onder begeleiding van je mondzorgverlener kun jij samen met je kind het gebit gaaf en zijn mond gezond houden. Gewoon Gaaf toch? Doe je mee?

Individuele preventie
Gewoon Gaaf is een preventiemethode voor ieder individueel kind van 0 tot 18 jaar en zijn ouders*). Je tandarts of mondhygiënist geeft jou en je kind advies dat is afgestemd op het gebit van jouw kind. Hij begeleidt je kind een gaaf gebit te hebben en te houden. Bij Gewoon Gaaf maakt de tandarts of mondhygiënist een risico-inschatting. Hoe goed zorgen jij en je kind voor het gebit van je kind? Hoe is het met zijn mondhygiëne? Breken er tanden of kiezen door? Is je kind aan het wisselen? Heeft je zoon of dochter (beginnende) gaatjes in zijn gebit? Op basis van deze risico-inschatting, bepaalt de tandarts het moment waarop hij jou en je kind weer in de mondzorgpraktijk wil terugzien. Soms zal hij de kiezen extra beschermen (sealen) of een fluoridebehandeling geven. Maar meestal zijn die behandelingen niet nodig. De invulling en uitvoering van de preventiemethode kan dus binnen een gezin verschillen. Gewoon Gaaf kijkt tenslotte naar ieder individu.

Veel minder gaatjes
De Gewoon Gaaf-methode kan tot bijna 70% minder gaatjes leiden. Dat blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd in Den Bosch bij een groep kinderen van 6-9 jaar. In 3
jaar tijd kregen kinderen veel minder fluoridebehandelingen (-88%), werden ze veel minder geseald (-66%) en nam het aantal vullingen per kind flink af (-62%).

*) waar staat kind en ouders, kan ook gelezen worden cliënt/pleegkind en verzorgers/begeleiders.

Cariës (gaatjes) is een gedragsziekte
Gedragsziekten, de naam zegt het al, kun je met gezond gedrag voorkomen. Maar daar moet je dus wel wat voor doen of laten. Ieder gebit kan gaaf blijven als je weinig suiker gebruikt en zorgvuldig je tanden poetst met fluoridetandpasta. Gewoon Gaaf begeleidt jou en je kind daarbij.

Tandenpoetsen en napoetsen
Een gezonde mond begint met het op de juiste manier zorgvuldig poetsen van de tanden en kiezen met fluoridetandpasta. Gewoon Gaaf coacht jou en je kind hierbij. Meestal willen kinderen al op zeer jonge leeftijd zelf hun tanden poetsen. Dat is prima. Stimuleer dat vooral. Maar kinderen poetsen nog niet overal even goed. Daarom is hulp nodig! Goed tandenpoetsen gaat niet vanzelf, dat moet een kind leren. Kinderen tot ongeveer 10 jaar maken hun tanden en kiezen nog niet echt goed schoon. Poets daarom de tanden en kiezen bij kinderen tot die leeftijd ten minste 1x per dag na, ook als je kind elektrisch poetst. Met het napoetsen maak je tevens duidelijk hoe belangrijk deze dagelijkse verzorging is. Zo wordt tandenpoetsen een goede gewoonte. Ook na het 10e jaar blijft het belangrijk om het tandenpoetsen te begeleiden en te controleren.

Kleuren
Bij de Gewoon Gaaf-methode wordt bij iedere controle de tandplak – een nauwelijks zichtbaar wit-geel laagje – gekleurd. De mondzorgverlener brengt een vloeistof op de tanden aan die de tandplak zichtbaar maakt. Zo kun je dus precies zien waar nog tandplak zit. Je kind doet voor hoe hij zijn tanden poetst. En jij laat zien hoe je het gebit van je zoon of dochter napoetst. De mondzorgverlenerlaat zien waar de tandenborstel niet goed komt en traint je hoe je op die lastige plekken beter kunt poetsen. Ook wijst hij je op nieuwe kiezen die doorbreken. Tijdens de controle wordt het gebit van je kind in de tandartsstoel ook professioneel gereinigd. Het gebit wordt dus helemaal schoongemaakt en drooggeblazen. Pas dan kun je goed zien of en zo ja waar het gebit is aangetast. Gaatjes beginnen als witte vlekken. Als je zorgvuldig poetst, kun je die nog herstellen of ervoor zorgen dat zo’n beginnend gaatje niet groter wordt.

Beloning: een gaaf gebit
Gewoon Gaaf gelooft in belonen van wie het goed doet. Blijkt het gebit van je kind goed schoon? Ziet de tandarts of mondhygiënist geen beginnende gaatjes? Waarschijnlijk hoeft je kind dan minder vaak of helemaal geen fluoridebehandeling te ondergaan en hoeft de tandarts niet of nauwelijks te sealen. Bovendien kan je kind dan langer wegblijven tot een volgend bezoek in de mondzorgpraktijk. De grootste beloning is natuurlijk een gaaf gebit!

Eerste tandje? Poetsen!
Begin direct met tandenpoetsen zodra je het eerste puntje van het tandje ziet. Poets de tanden 1x per dag met fluoridepeutertandpasta. De hoeveelheid fluoride in fluoridepeutertandpasta is aangepast aan het gebruik door kleine kinderen. Fluoride is een natuurlijke stof die tanden en kiezen minder kwetsbaar maakt voor zuuraanvallen van bacteriën. Het gebruik van de juiste hoeveelheden fluoride helpt zo gaatjesin tanden en kiezen te voorkomen. De hoeveelheid fluoride in fluoridetandpasta is aangepast aan de leeftijd. Poets bij kinderen vanaf 2 jaar 2x per dag hun tanden met fluoridepeutertandpasta. Stap vanaf 5 jaar over op fluoridetandpasta voor volwassenen. In tandpasta voor volwassenen zit meer fluoride. Je kunt ook tandpasta gebruiken waarop staat ‘kinder’ of ‘junior’. Kijk dan naar de leeftijd die hierbij wordt aangegeven (bijvoorbeeld 5-12 jaar).

Eerste tandje? Naar de tandarts!
Om jou en je kind goed te begeleiden bij het hebben en houden van een gaaf gebit is het belangrijk dat je je kind, zodra het eerste tandje doorbreekt, meeneemt naar de mondzorgpraktijk. Wie namelijk zo veel mogelijk van de Gewoon Gaaf-methode wil profiteren, begint direct zodra het eerste tandje verschijnt. Neem je kind mee als je bijvoorbeeld zelf voor controle gaat. De tandarts of mondhygiënist legt uit hoe je het kindergebit het beste kunt verzorgen. Ook leer je al vroeg de juiste voedings- en poetsgewoonten voor je kind. Als je kind op jonge leeftijd in de mondzorgpraktijk komt, krijg het voldoende gelegenheid te wennen en raakt het vertrouwd met de omgeving en de medewerkers. Je behandelaar geeft aan wanneer je zoon of dochter weer in de praktijk moet terugkomen

Gezonde voeding, ook gezond voor je gebit?
Behalve zorgvuldig tandenpoetsen is het zeker zo belangrijk te letten op de voeding van je kind. Of je kind een gaatje krijgt, hangt af hoe goed zijn tanden worden gepoetst en hoe vaak gesnoept of zoet gedronken wordt. Bij weinig suikergebruik en zorgvuldig tandenpoetsen, kan ieder gebit gaaf blijven. Zorg ervoor dat je kind niet meer dan 7x per dag eet of drinkt. Dat is 3x een maaltijd en maximaal 4x per dag een tussendoortje. Geef je kind liever hartige dan zoete dingen. Probeer je zoon of dochter niet aan zoetigheid te laten wennen en voeg aan voedsel en dranken geen suiker toe.

Kies voor kraanwater in plaats van zoete dranken. Lightfrisdranken veroorzaken weliswaar geen gaatjes, maar bedenk dat deze, evenals de suikerhoudende varianten, nog wel zuur kunnen zijn. Ook zure producten kunnen schade veroorzaken aan het gebit.

Vragen en antwoorden over Gewoon Gaaf

Waarom is de Gewoon Gaaf-methode geïntroduceerd?
De huidige generatie jonge ouders is opgegroeid met fluoridetandpasta. Tussen 1970 en 1990 zijn in de mondgezondheid grote sprongen vooruit gemaakt. Toch is er nog een enorme gezondheidswinst te halen. Gewoon Gaaf wil de mondzorg voor kinderen effectiever maken. Gewoon Gaaf betekent een omslag in de mondzorg, waarin preventie meer vanzelfsprekend is.

De tandarts zorgt toch voor een gezond gebit van mijn kind?
Het hebben en houden van een gezond kindergebit is een samenspel tussen je kind, jezelf en je mondzorgverlener. De zorg voor het kindergebit ligt vooral bij jezelf en je zoon of dochter. Je mondzorgverlener coacht jou en je kind.

Je kunt er toch niets aan doen dat je een gaatje krijgt? Dat overkomt je toch?
Niet waar! Je kunt gaatjes in het gebit voorkomen. Op het ontstaan van gaatjes in je gebit heb je zelf veel invloed. Wie goed zijn tanden poetst met fluoridetandpasta en weinig suiker gebruikt, kan gaatjes voorkomen en zijn gebit dus gewoon gaaf houden.

Mijn kind heeft toch een zwak gebit?
Ook dan is de sleutel tot een gezond gebit een combinatie van secuur tandenpoetsen en matig suikergebruik. Kinderen die goed hun tanden (laten na)poetsen, en weinig suiker eten en drinken, houden hun gebit gewoon gaaf.

Kan een beginnend gaatje nog stoppen?
Ja! Ieder gaatje begint met een witte vlek. Gelukkig kun je beginnende gaatjes nog stoppen en zelfs deels herstellen. Maar daar is wel tijd en aandacht voor nodig.
Mag ik mijn kind een fluoridebehandeling onthouden?
Veel ouders denken dat ze hun kinderen tekortdoen als ze geen fluoridebehandeling in de mondzorgpraktijk krijgen. De beste fluoridebehandeling is het 2x per dag poetsen met fluoridetandpasta. Dat is bovendien veel prettiger dan een fluoridebehandeling bij de tandarts. Het achterwege laten van een fluoridebehandeling bij de tandarts is een bewuste en verantwoorde

keuze van je mondzorgverlener.
Is het verantwoord om de kiezen niet te sealen?
Veel ouders zien het niet sealen van de kiezen van hun kind (en hun broertje of zusje wel) als onderbehandeling. Als de tandarts of mondhygiënist geen reden heeft om het gebit van je kind te sealen, is dat een bewuste en verantwoorde keuze. In zowel gesealde als niet-gesealde kiezen kunnen gaatjes ontstaan.

Gewoon Gaaf, hoe dan?
Niets is moeilijker dan het veranderen van gedrag. Wie vroeg het juiste gedrag krijgt aangeleerd zal daar zijn leven lang plezier van hebben. Neem je kind daarom zodra het eerste tandje doorbreekt mee naar de mondzorgpraktijk en begin direct met tandenpoetsen. Samen met je mondzorgverlener kun jij het gebit van je kind gaaf houden. Is dat niet Gewoon Gaaf?

Melkgebit

Kleine mond, kleine tanden
In de kleine mond van een kind passen geen volwassen tanden. Daarom krijgt een kind eerst een melkgebit. Het gebit is belangrijk om te bijten, kauwen, spreken en slikken. Het melkgebit beïnvloedt de ontwikkeling van het gezicht en de kaken. Bovendien speelt het een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het blijvend gebit. Lees meer over de wisselen: van melkgebit naar blijvend gebit.

Wanneer krijgen kinderen hun melktanden en -kiezen?
De leeftijd waarop kinderen hun tanden krijgen verschilt per kind. Doorgaans breekt de eerste melktand door tussen de 6 en 9 maanden. De eerste 2 melktanden komen aan de onderkant in het midden tevoorschijn. Daarna volgen de 2 middelste snijtanden aan de bovenkant. De laatste melkkies verschijnt in de regel tussen de 24 en 30 maanden. Een volledig melkgebit bestaat uit 12 tanden en 8 kiezen. Zowel de tanden van het melkgebit als die van het blijvend gebit breken meestal volgens een bepaalde volgorde door (zie tekening).

Wanneer krijgen kinderen hun blijvende tanden en kiezen?
Een kind wisselt zijn melkgebit tussen zijn 6e en 13e jaar. Op de plaats van de melktanden en -kiezen komen blijvende exemplaren. Rond het 6e levensjaar breekt achter de laatste melkkies een nieuwe, blijvende kies door. Dit gebeurt meestal al voordat de voortanden wisselen. De nieuwe kiezen liggen een beetje verscholen. Veel kinderen en ouders merken niet dat de eerste blijvende kiezen doorbreken. De verzorging van deze kiezen is erg belangrijk. Het glazuur van de pas doorgebroken kies is nog erg poreus en kwetsbaar. Poets de puntjes van de nieuwe kiezen meteen mee zodra ze zijn doorgekomen. Rond het 12e jaar breken opnieuw blijvende kiezen door. Ook die zijn net na het doorbreken extra gevoelig voor het krijgen van gaatjes. De verstandskiezen zijn de laatste kiezen die doorbreken. Een volledig blijvend gebit bestaat uit 12 tanden en 16 kiezen. De verstandskiezen zijn hierbij niet meegerekend. Die breken op latere leeftijd door. Sommige mensen krijgen geen verstandskiezen.


Als je de tanden in de lengterichting poetst, sla je de nieuwe blijvende kies die doorbreekt over (foto 1). Juist de nieuwe kiezen zijn extra kwetsbaar. Zet de tandenborstel daar dwars op de tandenrij (foto 2)

Hebben alle kinderen even veel kans op gaatjes?
Of je kind een gaatje krijgt, hangt af hoe goed zijn tanden worden gepoetst en of er veel gesnoept of zoet gedronken wordt. Bij weinig suikergebruik en zorgvuldig tandenpoetsen, kan ieder gebit gaaf blijven.

Moet je een melkgebit goed verzorgen?
Een kind wisselt vanzelf zijn melkgebit voor het blijvend gebit. Je zou kunnen denken dat het daarom niet nodig is een melkgebit goed te verzorgen. Niets is minder waar. Een slechte verzorging kan gaatjes en tandvleesontsteking veroorzaken. Dit kan pijn doen, waardoor je kind slechter eet, zich niet lekker voelt of minder goed slaapt. Een slechte verzorging van het melkgebit kan ook het blijvend gebit beïnvloeden. Dat gebeurt bijvoorbeeld als melktanden of -kiezen voortijdig verloren zijn gegaan. Dan is er vaak te weinig ruimte voor het blijvend gebit.

Hoe kan ik het gebit van mijn kind goed poetsen?
Om tandbederf en ontstoken tandvlees bij je kind te voorkomen, is het belangrijk dat je de tanden van je kind goed poetst. Denk daarbij aan het volgende:

  • Poets de tanden 1x per dag zodra het eerste tandje is doorgebroken met fluoridepeutertandpasta.
  • Gebruik een peutertandenborstel met zachte haren. De kleine borstel komt gemakkelijk bij alle tanden en kiezen. Druk niet te hard.
  • Bij kinderen tot 2 jaar is het voldoende als je de tanden 1x per dag poetst. Poets de tanden van kinderen vanaf 2 jaar 2x per dag.
  • Poets in een vaste volgorde volgens de 3 B’s: Binnenkant, Buitenkant, Bovenkant. Poets altijd de rand van het tandvlees mee. Via de schrobmethode poets je het kindergebit eenvoudig en efficiënt. Maak korte horizontale overlappende bewegingen. Je kunt ook een elektrische tandenborstel voor kinderen gebruiken.
  • Maak je kind op speelse wijze met tandenpoetsen vertrouwd. Maak er een dagelijks herkenbaar ritueel van. Beschouw het begin als een gewenningsfase. In die periode is het aanbrengen van fluoride met de tandpasta belangrijker dan dat je overal met de borstel komt.
  • Poets de puntjes van de nieuwe tanden die doorbreken meteen mee. Dat geldt zowel voor het melkgebit als voor het blijvend gebit. Het glazuur van net doorgebroken tanden en kiezen is nog niet sterk. Ze zijn dus extra gevoelig voor het krijgen van gaatjes.
  • De eerste blijvende kies breekt achter de laatste melkkies door. Omdat deze lager staat, is hij lastig te zien. Poets deze nieuwe kies óók goed. Zet de borstel daar dwars op de tandenrij. Stimuleer kinderen vanaf 2 jaar om ook zelf hun tanden te poetsen. Daarmee wordt het een gewoonte. Poets wel de tanden dagelijks na, want je zoon of dochter kan het zelf nog niet goed genoeg. Blijf je kind napoetsen totdat het 10 jaar oud is. Zorg ervoor dat je goed zicht in de mond hebt en er voldoende steun is voor het hoofd van je kind als je (na)poetst. Probeer uit welke poetshouding voor jou het prettigst is. Ga bijvoorbeeld schuin achter je kind staan. Als je met je hand de kin ondersteunt, rust het hoofd tegen je bovenlichaam. Buig een beetje over je kind heen, zodat je goed ziet waar je poetst. Of ga voor je kind staan en laat het met het hoofd bijvoorbeeld tegen de muur rusten. Ondersteun de kin met je ene hand, terwijl je met de andere poetst. Op deze manier kun je goed zien waar je poetst.
  • Neem je kind als het eerste tandje doorbreekt mee naar de tandarts of mondhygiënist. Dan heeft het voldoende tijd om te wennen aan de omgeving en aan de mensen die er werken.

Fluoride
Fluoride is een natuurlijke stof die de tanden en kiezen minder kwetsbaar maakt voor zuuraanvallen van bacteriën. Het gebruik van de juiste hoeveelheden fluoride helpt zo gaatjes in tanden en kiezen te voorkomen. De hoeveelheid fluoride in fluoridepeutertandpasta is aangepast aan de leeftijd. In tandpasta voor volwassenen zit meer fluoride. Stap hierop over als je kind 5 jaar wordt. Of gebruik bij kinderen vanaf 5 jaar tandpasta waarop staat ‘kinder’ of ‘junior’. Kijk dan altijd naar de leeftijd die hierbij wordt aangegeven (bijvoorbeeld 5-12 jaar).

Wat is de invloed van eten en drinken op het melkgebit?
In vrijwel al ons eten en drinken zitten suikers en zetmeel. Die kunnen schadelijk zijn voor het gebit. Dat geldt vooral voor kleverige producten. Bacteriën zetten suikers in de mond om in zuren. Die zuren tasten het gebit aan. Gelukkig heeft speeksel een beschermende werking. Het neutraliseert de zuurinwerking op het gebit. Maar daar is wel tijd voor nodig. Beperk daarom het aantal eet- en drinkmomenten van je kind tot maximaal 7 per dag. Dat is 3x een maaltijd en maximaal 4x per dag een tussendoortje. Geef je kind liever hartige dan zoete dingen. Probeer je zoon of dochter niet aan zoetigheid te laten wennen en voeg aan voedsel en dranken geen suiker toe. Kies voor kraanwater in plaats van zoete dranken. Lightfrisdranken veroorzaken weliswaar geen gaatjes, maar bedenk dat deze, evenals de suikerhoudende varianten, nog wel zuur kunnen zijn. Ook zure producten kunnen bij veelvuldig gebruik schade veroorzaken aan het gebit. Die schade noemen we tanderosie.

Liever een beker dan een flesje
Gebruik vanaf 9 maanden een beker zonder tuit in plaats van een zuigflesje of anti-lekbeker. Gebruik een tuitbeker eventueel eerst als tussenstap. ‘s Avonds en ‘s nachts is het drinken uit een zuigflesje met zoete inhoud of melk extra schadelijk. ‘s Nachts is er minder speeksel om je gebit te beschermen. Een flesje met water mee naar bed kan altijd. Vaak sabbelen aan een zuigflesje of anti-lekbeker met bijvoorbeeld vruchtensap, siroop, drinkyoghurt of andere melkproducten kan het gebit aantasten. Het gebit komt langdurig met suikers in aanraking. Hierdoor krijgt (zuigfles)cariës meer kans. Laat je kind hun zoete drankjes in één keer opdrinken. Kies vaker voor kraanwater in plaats van zoete dranken.

Liever een speen dan een duim
Zuigen is een natuurlijke, instinctmatige behoefte van een baby. Kinderen zuigen graag op hun duim of op een speen. Meestal levert dit geen problemen op voor het melkgebit. Als de blijvende snijtanden doorbreken, kan het zuigen de boventanden en de kaak naar voren duwen. Duimt je baby? Geef dan liever een dental speen. Een kind stopt zijn duim sneller en vaker in de mond. Een speen kun je namelijk makkelijk weghalen. Ook daarom is speenzuigen meestal makkelijker af te leren. Leer sowieso het duim- of speenzuigen zo vroeg mogelijk af, maar in ieder geval vóór het doorbreken van het blijvend gebit.

 

Implantaten

Wat is een implantaat?
Een implantaat kunt u het beste vergelijken met een kunstwortel. Een implantaat vervangt een afwezige tandwortel en wordt als een schroef in de kaak gebracht. Implantaten worden gemaakt van een lichaamsvriendelijk materiaal zoals titanium. Soms zijn ze voorzien van een keramische laag. Het implantaat biedt houvast voor een kroon, brug of overkappingsprothese.

Wortel met kies op de eerste foto en een implantaat op de tweede foto

Wanneer worden implantaten toegepast?
Bij het ontbreken van één tand of kies. De tandarts plaatst op het implantaat een kroon van metaal of keramiek.

Bij het ontbreken van enkele tanden of kiezen. De implantaten worden in deze situatie van een vastzittende brug voorzien. Een brug is een voor de patiënt niet uitneembare vervanging van één of meer ontbrekende tanden en/of kiezen.

Bij het ontbreken van alle tanden en kiezen kan op implantaten (meestal twee) een overkappingsprothese worden geplaatst. Deze wordt op de implantaten vastgeklikt.

Wanneer is een behandeling met implantaten mogelijk?
In principe kan bij iedereen met volgroeid kaakbot (vanaf ongeveer achttien jaar) een implantaat worden geplaatst. Voor een succesvolle behandeling moet u wel aan enkele voorwaarden voldoen:

  • U moet voldoende kaakbot hebben voor de verankering van de implantaten.
  • Uw kaakbot moet gezond zijn.
  • Het tandvlees van de resterende tanden moet gezond zijn. Is dat niet het geval dan wordt dit eerst behandeld.
  • U moet bereid zijn de aangebrachte voorzieningen goed te onderhouden.

De tandarts beoordeelt aan de hand van röntgenfoto’s of u voldoende kaakbot heeft en of het gezond is. Tegenwoordig is het mogelijk nieuw kaakbot te laten ontstaan op plaatsen waar er te weinig van is.

NB. Roken en bovenmatig alcoholgebruik hebben een zeer nadelige invloed op het succes van de behandeling.

Hoe verloopt de behandeling met implantaten?

Twee manieren van inbrengen

  1. Het implantaat is zichtbaar in de mond (steekt door het tandvlees heen). De tandarts hoeft bij het aanbrengen van de kroon, brug of prothese het tandvlees niet meer open te maken.
  2. Het implantaat wordt na het inbrengen helemaal onder het tandvlees opgesloten. Deze aanpak bezorgt minder napijn. Bovendien is er minder kans op infectie. Het tandvlees wordt bij het aanbrengen van de kroon, brug of prothese opnieuw opengemaakt.

Uw tandarts of kaakchirurg overlegt met u welke aanpak in uw situatie de beste is.

De tandarts of kaakchirurg brengt de implantaten in.

  1. Eerst krijgt u een plaatselijke verdoving rond de plaats waar het implantaat komt.
  2. Daarna wordt het tandvlees op de plek waar het implantaat moet komen losgemaakt, zodat het kaakbot zichtbaar wordt.
  3. Dan wordt een gaatje in het kaakbot geboord.
  4. Daarin wordt het implantaat geschroefd of getikt.
  5. Het tandvlees wordt vervolgens gehecht.

1. De plaats waar het implantaat komt

2. Het tandvlees wordt losgemaakt

3. Er wordt een gaatje in het bot geboord

4. Het implantaat wordt ingebracht

5. Het tandvlees wordt gehecht

Als u meer dan één implantaat nodig heeft, worden deze vrijwel altijd tijdens dezelfde behandeling ingebracht.

Na het inbrengen van de implantaten
De ervaringen met de behandelingen zijn wisselend. Het bot zelf heeft geen gevoel, maar het tandvlees kan enigszins pijnlijk zijn. Daarvoor krijgt u zonodig een pijnstillend middel voorgeschreven.

Vaak is het verstandig gedurende één of twee weken na het aanbrengen van implantaten uw voeding aan te passen. Doe dit in overleg met uw tandarts of kaakchirurg. Drie tot zes maanden na het inbrengen is het implantaat stevig in het bot verankerd. U mag het implantaat in deze periode niet belasten. Een tijdelijk geplaatste voorziening waarborgt de kauwfunctie en de esthetiek zoveel mogelijk.

Nadat een of meer implantaten in het kaakbot zijn verankerd, plaatst de tandarts hierop de kroon, brug of prothese. Hij neemt daarvoor onder plaatselijke verdoving soms eerst een klein stukje van het tandvlees boven het implantaat weg.

Een stukje tandvlees wordt weggenomen

De kroon wordt op het implantaat geplaatst

Mondhygiëne bij implantaten
Een implantaat onder een kroon of brug zit verankerd in het bot. Het is erg belangrijk dat u de overgang van de kroon of brug naar het tandvlees goed schoonmaakt. Poets dit gebied zorgvuldig met een zachte tandenborstel en gebruik tandenstokers, ragers en/of flossdraad. Bij een slechte mondhygiëne kunt u uw implantaat verliezen.

Implantaten die als pijlers dienen onder een overkappingsprothese maakt u schoon met een zachte tandenborstel, ragers en/of (super)flossdraad. Poets tweemaal per dag het deel van het implantaat dat boven het tandvlees uitsteekt. Besteed extra aandacht aan de overgang van het implantaat naar het tandvlees. Reinig de ruimte onder de spalk met ragers en/of superfloss op aanwijzing van uw tandarts of mondhygiënist. Als u voedselresten en plak rond de implantaten niet weghaalt, gaat het tandvlees ontsteken. Daardoor verliezen ze op den duur hun houvast, gaan ze los staan en kunnen ze pijn veroorzaken.

Nazorg bij implantaten
Een goede dagelijkse mondhygiëne en regelmatige controle door de tandarts zijn noodzakelijk nadat uw implantaat is geplaatst. De tandarts of kaakchirurg geeft aan wanneer hij u wil terugzien voor controle. De tandarts besteedt bij de controle aandacht aan:

  • De gezondheid van uw tandvlees.
  • De situatie van het kaakbot rondom uw implantaten.
  • Slijtage van de kroon, brug of prothese.

Kosten van implantaten
Wat u moet betalen voor de behandeling is afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden en van uw ziektekostenverzekering. Vraag uw tandarts of kaakchirurg naar een offerte en bespreek die altijd met uw verzekeraar.

 

Kaaskiezen

Klaagt je zoon of dochter over gevoelige kiezen? Eet je kind slecht? Doet tandenpoetsen pijn? Misschien zijn er kaaskiezen in het spel. Dat zijn kiezen waarvan de beschermende glazuurlaag niet of niet goed is ontwikkeld. Ze hebben gedeeltelijk of helemaal een kaaskleur (wit-crème tot geel-bruin) en kunnen er ook wat bobbelig uitzien. Ze zijn gevoeliger dan andere kiezen, omdat de buitenste laag zwakker is. Kaaskiezen komen zowel voor in het melkgebit als in het blijvend gebit.

Meer gaatjes
Kinderen met kaaskiezen hebben meer gaatjes dan leeftijdsgenoten zonder kaaskiezen. Heeft een kind kaaskiezen in zijn melkgebit? Dan heeft het een grotere kans op de ontwikkeling van kaaskiezen in zijn blijvend gebit. In Nederland heeft 5-9% van de kinderen kaaskiezen in het melkgebit. In het blijvend gebit heeft 9-14% van de kinderen één of meerdere kaaskiezen. Kinderen met kaaskiezen in het blijvend gebit, hebben ook kans op een wit-gele verkleuring van de blijvende voortanden.

Een kaaskies in een melkgebit

Een kaaskies in een blijvend gebit

Glazuurstoornis
Tandglazuur is de buitenste beschermlaag van de tanden en kiezen. Glazuur is het hardste weefsel van het menselijk lichaam. Bij de vorming ervan kan soms iets mis gaan. Melkkiezen worden al vóór de geboorte van het kind aangemaakt. De zwangerschap is dus ook voor de gebitsontwikkeling van het kind een belangrijke periode. De ontwikkeling van de melkkiezen gaat door totdat ze rond tweejarige leeftijd doorbreken. Als er in die periode iets fout gaat, kunnen afwijkingen in het glazuur van de melkkiezen ontstaan. Er kan te weinig glazuur zijn gevormd of het glazuur is van slechte kwaliteit. De glazuurontwikkeling van de eerste blijvende kiezen en snijtanden in de bovenkaak begint ook kort voor de geboorte en gaat verder in de eerste 4 levensjaren. De oorzaak van de verstoorde glazuurvorming in de blijvende kiezen en voortanden ligt in die periode.

Waardoor ontstaan kaaskiezen?
Glazuurdefecten kunnen erfelijk zijn. Ook is bekend dat alcoholconsumptie van de moeder tijdens de zwangerschap, een laag geboortegewicht en koorts bij het kind in het eerste levensjaar kaaskiezen in het melkgebit kunnen veroorzaken. Soms is de oorzaak ook onbekend. Is je kind in de eerste 4 levensjaren vaak ziek geweest? Dat kan de oorzaak zijn van de verstoorde glazuurvorming in de blijvende kiezen.

Welke kiezen zijn gevoelig voor kaaskiezen?
In het melkgebit zijn de laatste (achterste) kiezen die doorbreken het meest gevoelig voor het krijgen van glazuurafwijkingen. Ze verschijnen als je kind tussen de 2 en 2½ jaar oud is. In het blijvend gebit zijn het juist de eerste kiezen die doorbreken. Ze komen tevoorschijn als je kind tussen de 5 en 6 jaar oud is. Deze eerste blijvende kiezen breken achter de laatste melkkiezen door, waardoor ze makkelijk onopgemerkt blijven. Goed opletten dus bij het (na)poetsen.

De gele kiezen zijn gevoellig voor kaaskiezen

Doen kaaskiezen pijn?
Kaaskiezen zijn gevoelig en kwetsbaar. Het glazuur is van mindere kwaliteit. De kies slijt daardoor sneller. Zo kunnen er vlugger gaatjes in ontstaan. Binnen korte tijd kunnen grote delen van een kies worden aangetast of afbrokkelen. Kaaskiezen kunnen pijn doen. Veel kinderen ontwijken gevoelige kiezen tijdens het tandenpoetsen. Daardoor ontstaan er nog eerder gaatjes en nog meer gevoeligheid. Kaaskiezen worden niet of slecht beschermd tegen aanvallen van buitenaf. Eten of drinken van warme, koude, zoete of juist zure producten kan pijnlijk zijn.

Kun je kaaskiezen beschermen?
Kaaskiezen kun je extra beschermen met fluoride. Goed tandenpoetsen is de beste manier om dagelijks fluoride aan te brengen. Het is dus heel belangrijk 2x per dag op de juiste manier de tanden te poetsen. Ook bij gevoeligheid. De tandarts of mondhygiënist kan je kind adviseren een keer extra tanden de poetsen en/of te spoelen met een fluoridemondspoelmiddel. Wees extra alert op het doorbreken van de (blijvende) kiezen. Zorg ervoor dat je kind regelmatig de tandarts of mondhygiënist bezoekt. Dan kan hij het gebit van je kind goed controleren en adviezen geven.

Wat doet de tandarts aan kaaskiezen?
Het is belangrijk dat de tandarts of mondhygiënist de glazuurstoornis vroegtijdig kan signaleren. Neem je kind als het eerste tandje doorbreekt mee naar de mondzorgpraktijk. De tandarts of mondhygiënist kan de gevolgen van de glazuurstoornis en het ontstaan van gaatjes zo beperkt mogelijk houden. Heeft je kind kaaskiezen in zijn melkgebit en komen de eerste blijvende kiezen door? Dan roept de mondzorgverlener je kind vaker op voor controle. Bij kaaskiezen die vroeg worden opgemerkt, kan je met goed tandenpoetsen en een juist fluoridegebruik veel bereiken. De mondzorgverlener controleert en reinigt het gebit en kan kwetsbare kiezen extra beschermen met bijvoorbeeld een fluoridelak. In veel gevallen zal de behandelaar de kaaskiezen vullen met een tandkleurig materiaal. Ernstigere gevallen kan hij bijvoorbeeld voorzien van een metalen kroon. Aanvallen van buitenaf kunnen de binnenkant van de kies dan niet meer bereiken. In sommige gevallen moet de tandarts kaaskiezen trekken.

Download informatiefolder

Kronen en bruggen

Kronen en bruggen. Duurzame vervangingen voor tanden en kiezen
Kronen en bruggen zijn bedoeld als duurzame vervangingen voor tanden en kiezen. Ze benaderen de oorspronkelijke vorm en functie zoveel mogelijk. Een behandeling voor een kroon of brug is ingewikkelder dan voor een gewone vulling. U zult dan ook enkele keren bij uw tandarts moeten terugkomen.

Wat is een kroon?
Een kroon is een kapje van metaal en/of porselein dat precies over een afgeslepen tand of kies past. Het kapje zit op de tand of kies vastgelijmd. Door een kroon krijgt de tand of kies zijn oorspronkelijke vorm en functie weer terug.

Kroon, een kapje over een tand of kies

Wanneer kan een kroon nodig zijn?

1. Er is onvoldoende houvast voor een vulling. Door tandbederf kan een groot deel van de tand of kies verloren zijn gegaan.
2. Verbeteren van het uiterlijk. Meestal gaat het daarbij om verkleurde en/of slecht gevormde tanden of kiezen die voor in de mond staan.

Wat is een brug?
Een brug wordt gemaakt ter vervanging van één of meer ontbrekende tanden en/of kiezen. Een brug zit vast aan twee of meer pijlers. Dat zijn afgeslepen tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte van de ontbrekende tand of kies. Een brug bestaat uit twee of meer kronen die op pijlers passen en een brugtussendeel, ook wel ‘dummy’ genoemd. Deze bestaat uit één of meer kunsttanden en/of kiezen die op de plaats van de open ruimte komen.


Brug, twee kronen die op de pijlers passen en een brugtussendeel

Wanneer kan een brug nodig zijn?

1. Om beter te kunnen kauwen.
2. Verbetering van het uiterlijk.
3. Om te voorkomen dat tanden en kiezen scheef gaan staan en/of gaan uitgroeien.

Als tanden en kiezen ontbreken, kunnen de tanden of kiezen van de andere kaak in de richting van de open ruimte groeien. Ook kunnen de tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte naar elkaar toe groeien, waardoor ze scheef gaan staan.


Zijaanzicht van een kaak: uitgroeien en scheef gaan staan van kiezen

Welke soorten bruggen zijn er?

Gewone brug
Bij een gewone brug bevinden de pijlers zich aan weerszijden van de open ruimte.


Gewone brug

Vrij-eindigende brug
Bij een vrij-eindigende brug bevinden de pijlers zich aan één zijde van de ontbrekende tand of kies.

Vrij-eindigende brug

Etsbrug
Een etsbrug is meestal mogelijk wanneer de tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte nagenoeg gaaf zijn. Voor deze constructie hoeft nauwelijks iets van de gave tanden te worden afgeslepen. De etsbrug wordt vooral gebruikt ter vervanging van één of twee tanden. De brug wordt door middel van metalen bevestigingsplaatjes met een speciale lijm onzichtbaar aan de binnenzijde van de tanden geplakt. Een etsbrug kan, indien nodig, meestal vrij eenvoudig worden verwijderd.


Etsbrug

Van welk materiaal zijn kronen en bruggen gemaakt?

Porselein
Kronen van porselein kunnen in veel situaties worden toegepast. Door nieuwe technieken is de kans op breuk uitgesloten. Het materiaal is tandkleurig en ziet er zeer natuurgetrouw uit.

Kroon van porselein

Metaal-porselein
Hierbij wordt metaal als basis gebruikt. Voor het uiterlijk wordt over het zichtbare metaal een laag van tandkleurig porselein aangebracht.

Kroon van metaal-porselein

Metaal
Soms worden kronen en bruggen alleen van metaal gemaakt. Dit materiaal is zeer sterk en slijtvast. Ze krijgen dan een goud- of zilverkleurige goudlegering. Vanwege de kleur plaatst de tandarts ze alleen achter in de mond.

Kroon van metaal

Hoe verloopt de behandeling van een kroon of een brug?
De behandeling van een kroon of brug verloopt in stappen. Hiervoor twee of drie bezoeken aan uw tandarts nodig. Een kroon of brug wordt niet direct in uw mond gemaakt, maar in een tandtechnisch laboratorium. Hiervoor is ongeveer één tot twee weken tijd nodig.

De behandeling in stappen

Afslijpen van de tand of kies
Allereerst wordt een deel van de tand of kies afgeslepen, totdat er genoeg ruimte is om een kroon of brug te maken. Zo nodig krijgt u een plaatselijke verdoving.

Afslijpen van de tand of kies

Afdruk maken
Vervolgens maakt de tandarts een afdruk van uw hele kaak of het gedeelte waarin zich de afgeslepen kies bevindt. Hiervoor brengt de tandarts een afdruklepel met een rubberachtige massa in uw mond. Zo ontstaat een afdruk waarin later in een tandtechnisch laboratorium gips wordt gegoten. Op dit gipsmodel wordt de kroon of brug gemaakt.

Afdruklepel met afdrukmateriaal

Beetregistratie
Met de beetregistratie bepaalt de tandarts hoe de tanden en kiezen van uw onder- en bovenkaak op elkaar passen. Daarvoor is een afdruk van de tegenovergelegen kaak nodig. Hiervoor gebruikt de tandarts een wasplaatje.

Wasplaatje voor beetregistratie

Kleur bepalen
Als de kroon of brug vóór in de mond staat, heeft deze meestal een tandkleurige buitenlaag. Samen met uw tandarts zoekt u een geschikte kleur uit.

Kleur bepalen

Noodvoorziening
Voor uw comfort en ter bescherming van de afgeslepen tand of kies , maakt de tandarts een noodvoorziening (tijdelijke kroon). Eet er geen harde of kleverige producten mee. De tijdelijke kroon is daar niet op berekend. Neem bij breuk of losraken van de tijdelijke kroon contact op met uw tandarts.

Vastzetten
Bij de laatste afspraak past uw tandarts de kroon of brug in uw mond en zet hem vast. Aan de binnenzijde van de kroon of brug brengt hij een snelhardend cement aan. Vervolgens schuift hij de kroon of brug op zijn plaats en drukt hem stevig aan.

Vastzetten met snelhardend cement

Opbouw
Als uw tand of kies te weinig houvast biedt voor een kroon of brug, kan uw tandarts eerst een opbouw maken. Hij lijmt de opbouw met een pin in het wortelkanaal vast. Dan plaatst hij de kroon of brug over de opbouw.


Opbouw

Kroon over de opbouw

Onderhoud van kronen en bruggen
De dagelijkse mondhygiëne is bij kronen en bruggen extra belangrijk. Vooral het tandvlees rondom de kroon of brug moet u goed reinigen. Een kwetsbare plek is de rand van de kroon of brug. Daarop kan gemakkelijk tandplak achterblijven. Plak veroorzaakt gaatjes langs de rand van uw kroon of brug en ontsteking van het tandvlees. Poets dit gebied zorgvuldig met een zachte tandenborstel en gebruik tandenstokers, ragers en/of flossdraad. Uw tandarts of mondhygiënist kan u hierbij adviseren.

Hoe lang gaat een kroon of brug mee?
De materialen zijn zo duurzaam dat een kroon of brug minstens tien jaar meegaat. Een goede mondhygiëne heeft veel invloed op de duurzaamheid. Door een ongelukje kan het natuurlijk voorkomen dat een kroon of een brug al voortijdig wordt beschadigd.

Krijg ik last van napijn bij de behandeling voor een kroon of een brug?
Na plaatsing kan een tand of kies die van een kroon of een brug is voorzien soms gevoelig zijn. Dit is meestal tijdelijk. Raadpleeg uw tandarts als de gevoeligheid aanhoudt of heviger wordt.

Wat kost een kroon?
De kosten voor een kroon hangen af van de soort kroon, het materiaal dat wordt gebruikt en de kosten voor het tandtechnisch laboratorium. Bovendien is het van belang of een opbouw nodig is. Vraag uw tandarts vooraf om een begroting.

Wat kost een brug?
De kosten voor een brug hangen af van de soort brug en het aantal tanden en kiezen dat moet worden vervangen. Een etsbrug is vaak goedkoper dan een gewone brug. Ook hiervoor geldt: vraag uw tandarts vooraf om een begroting.

Worden kronen en bruggen door de verzekering vergoed?
De vergoedingen variëren per verzekering. In de polis van uw ziektekostenverzekering staat op welke vergoedingen u recht heeft.

Download informatiefolder

Piercings

Piercings zijn populair. Ongeveer 5% van de jongvolwassenen heeft een mondpiercing. Wil of heb je een mondpiercing laten zetten? Let dan op de keuze van materiaal, de plaats in je mond, de kwaliteit van het aanbrengen en de verzorging van je mond(piercing). Het aanbrengen en dragen van een mondpiercing is niet zonder risico’s. Met de juiste keuzes en verzorging kun je veel problemen voorkomen.

Leeftijdsgrens en toestemming

In Nederland moet je twaalf jaar of ouder zijn als je een mondpiercing wilt laten zetten. Tussen de twaalf en zestien jaar moet een ouder toestemming geven en aanwezig zijn als de mondpiercing wordt gezet. Vanaf zestien jaar kun je zelf beslissen. Eerst moet je een toestemmingsformulier invullen met vragen over je gezondheid, informatie over vrijwilligheid en risico’s van piercen. Informeer de piercer over ziektes die je hebt (gehad), allergieën, huidproblemen en medicijnen die je gebruikt.

Kies een professionele piercer

In Nederland geldt een wet voor het zetten van piercings. Ook is er een verplichte hygiënerichtlijn voor piercers. Piercers die voldoen, krijgen een vergunning. De GGD controleert of de piercingstudio’s zich houden aan de richtlijnen. Onhygiënisch werken kan ernstige gevaren voor de gezondheid met zich meebrengen (zoals infecties, Hepatitis B, C en HIV). Een piercer moet bijvoorbeeld gesteriliseerde instrumenten en veilige materialen gebruiken. Daarnaast moeten de ruimte en medewerkers aan strikte eisen voldoen. Kies je piercer dus zorgvuldig! Op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl staan piercers met een vergunning.

In je tong of in je lip?

Tongpiercings komen het meeste voor. Zorg ervoor dat je tongpiercing in het midden en ver genoeg achter op je tong wordt geplaatst. Je kunt blijvende schade voorkomen als de tongpiercing je tanden en tandvlees niet raakt. Daarna is de lippiercing het populairst. Let erop dat de piercer de platte achterkant van je lippiercing niet op je tandvleesrand plaatst. Zo is er minder kans dat je tandvlees beschadigt.

De juiste materialen

In Nederland gebruiken piercers over het algemeen veilige materialen. Piercings zijn vaak gemaakt van chirurgisch staal of titanium. Ook moeten mondsieraden een hoogglanzende buitenlaag en een superglad oppervlak hebben. Een piercing mag een kleine hoeveelheid nikkel bevatten. Let op dat nikkel een allergische reactie, zoals eczeem, kan veroorzaken.

Speel niet met je mondpiercing. Hiermee kun je je tanden en tandvlees blijvend beschadigen.

Het zetten van de mondpiercing

Het zetten van een mondpiercing gaat relatief snel en makkelijk. Verdoving is niet gebruikelijk. Sommigen voelen niets en anderen voelen zich een moment onaangenaam. De piercer gebruikt een tang om de beweeglijke tong of lip vast te klemmen tijdens het piercen. Het is niet verstandig zelf een piercing te zetten. De instrumenten die ‘doe-het-zelvers’ voor de doorboring gebruiken, zijn niet steriel en dus ongeschikt. Ook boren ze vaak op een verkeerde plaats, waardoor bloedvaten of zenuwen geraakt kunnen worden en de piercing niet goed blijft zitten. De kans op infectie bij zelfpiercen is groot.

Genezing

Direct na het zetten van de piercing is zwelling en roodheid normaal. Ook een lichte afscheiding van wondvocht is gebruikelijk. Het weefsel kan licht bloeden, gekneusd en gevoelig zijn. Koelen met ijs kan helpen de zwelling te verminderen en kan daarmee de napijn beperken. Tegen de pijn kun je eventueel paracetamol gebruiken. Eventuele lichamelijke klachten, zoals jeuk en roodheid moeten binnen 48 uur na het zetten zijn afgenomen.

De genezingstijd varieert per piercing en per persoon. De eigen wond- en mondverzorging is van invloed op de genezingstijd. Bij tongpiercings kan dit proces tussen de vier tot zes weken duren, bij lippiercings zeven tot negen weken.

Vanwege de zwelling, wordt bij het zetten van een tongpiercing meestal een lang staafje geplaatst. Vervang het staafje door een kortere variant als de wond is genezen. Daarmee voorkom je dat de mondpiercing je tanden en tandvlees raakt bij het eten en praten. De kans op blijvende schade aan je tanden en tandvlees is dan minder groot.

Plaats een goed passend sieraad. Hiermee voorkom je blijvende schade aan je tanden en tandvlees.

Mondverzorging bij mondpiercings

Mondhygiëne is het sleutelwoord voor dragers van mondpiercings. Poets je tanden twee keer per dag twee minuten zorgvuldig met een zachte tandenborstel met fluoridetandpasta. Houd ook de ruimten tussen de tanden en kiezen goed schoon. Overleg met je mondzorgverlener of en zo ja welk hulpmiddel je moet gebruiken. Poets, als de wond is genezen, ook je piercing dagelijks met een zachte tandenborstel, zodat tandplak en tandsteen geen kans hebben zich aan de piercing te hechten. Blijft de piercing er vies uitzien na het poetsen? Mogelijk zit er tandsteen op. Je piercing verwijderen of een nieuwe plaatsen is dan de beste oplossing.

Problemen door mondpiercings op korte termijn

Mondpiercings kunnen verschillende problemen in de mond veroorzaken en gevolgen hebben voor de algemene gezondheid. Als het zetten van de mondpiercing volgens de algemene hygiëneregels gebeurt, is de kans op complicaties in de eerste weken na het plaatsen gering.

Tijdens of direct na het zetten van je mondpiercing kun je flauwvallen en ademhalingsproblemen of (langdurige) nabloedingen krijgen. Nieuwe piercings zijn open wonden en kunnen leiden tot infecties of ontstekingen. Pijn, roodheid, zwelling, warmte en eventueel ook wondvocht zijn de kenmerken. De kans op een infectie en ontsteking kun je met de juiste nazorg verkleinen. Informeer ernaar bij je piercer.

Als een ontsteking niet overgaat, neem dan contact op met je tandarts. Misschien moet je piercing worden verwijderd. Ondanks goede hygiënemaatregelen komen er via de piercingwond bacteriën in de bloedbaan terecht. Dat kan een infectie veroorzaken. Het plaatsen van tongpiercings kan in zeldzame gevallen een infectie aan het hart veroorzaken. Begin daarom niet aan een mondpiercing als je (aangeboren) hartproblemen hebt.

Problemen door mondpiercings op langere termijn

Mondpiercings kunnen op lange termijn tandvleesproblemen en tandbreuk veroorzaken. Daarnaast kunnen ze ingroeien.

Tandvleesproblemen

Mondpiercings kunnen bijdragen aan het ontstaan van tandvleesontsteking en teruggetrokken tandvlees. De wortels van de onderste snijtanden kunnen (gedeeltelijk) bloot komen te liggen. Dat kan gevoeligheid geven. Blootliggende wortels slijten sneller en zijn gevoeliger voor gaatjes. Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug.

Met een lippiercing is het risico op teruggetrokken tandvlees 4x groter.

Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug [Foto: Paro Praktijk Utrecht]

Tandbreuk

Door mondpiercings kunnen stukjes glazuur, maar ook grotere stukken van tanden of kiezen afbreken. Bij tongpiercings lopen in de meeste gevallen de grote kiezen schade op. Speel, bijt en tik niet met je piercing. Hiermee kun je schade aan je tanden aanbrengen.

Een stukje van het glazuur is afgebroken en de lippiercing is verwijderd [Foto: Levin L, Zadik Y. Am J Dent. 2007 Oct;20(5):340-4] Met je piercing naar de tandarts

Laat je mondzorgverlener weten dat je een mondpiercing draagt. Laat controleren of je piercing invloed heeft op je gebit en mondgezondheid. In geval van een verdoving in de onderkaak kan de behandelaar vragen je piercing weg te halen. Naar het ziekenhuis? Zorg dan dat je je mondpiercing(s) verwijdert als er röntgenfoto’s van je hoofd-halsgebied worden gemaakt.

Weet je het zeker?

Denk goed na of je écht een mondpiercing wilt laten zetten. Staat jouw besluit voor een mondpiercing vast? Kies dan een professionele piercer en laat je goed adviseren. Zorg dagelijks voor goede mondhygiëne en bezoek regelmatig je mondzorgverlener voor controle van je mond(piercing).

Nog vragen?

Neem dan contact op met je tandarts of mondhygiënist. Meer informatie is ook beschikbaar via www.ggd.nl, www.vppn.nl en op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl.

Download als informatiefolder

Mondspoelmiddel

Uw tandarts of mondhygiënist heeft u geadviseerd een mondspoelmiddel te gaan gebruiken. U heeft bijvoorbeeld een aantal beginnende gaatjes (cariës). Het tandenpoetsen lukt niet zo goed. Of u heeft bijvoorbeeld last van bloedend tandvlees of net een tandvleesbehandeling ondergaan. Natuurlijk kunt u ook zelf overwegen een mondspoelmiddel te gaan gebruiken. Bij de apotheek, de drogist en de supermarkt zijn veel soorten te koop. De verschillende spoelmiddelen hebben een verschillende werking. De tandarts of mondhygiënist adviseert u welke u het beste kunt gebruiken.

Spoelen, voor wie en waarom?
Onze dagelijkse mondhygiëne bestaat uit het tweemaal per dag twee minuten tandenpoetsen met eenfluoridetandpasta. Aanvullend kan uw tandarts of mondhygiënist u aanraden de ruimten tussen uw tandenen kiezen schoon te maken en/of uw mond te spoelen met een mondspoelmiddel. Wie bijvoorbeeld een beugel draagt of te weinig speeksel in de mond heeft, loopt een verhoogd risico loopt op het krijgen van gaatjes (cariës). Dan is tweemaal per dag tandenpoetsen met fluoridetandpasta onvoldoende. Uw behandelaar kan dan adviseren een mondspoelmiddel met fluoride te gaan gebruiken. Na een uitgebreide tandvleesbehandeling kan uw behandelaar tijdelijk een spoelmiddel met chloorhexidine aanraden. Wie zijn mond gezond en de conditie van zijn tandvlees op peil wil helpen houden of een frisse smaak in zijn mond waardeert, kan na het tandenpoetsen zijn mond aanvullend spoelen met mondwater. Wie mondspoelmiddelen gebruikt, blijft daarnaast gewoon zijn tanden tweemaal per dag poetsen.

Mondspoelmiddelen tegen gaatjes
Mondspoelmiddelen met fluoride versterken het tandglazuur. Tandartsen en mondhygiënisten adviseren ze vooral aan patiënten met een verhoogde kans op gaatjes. Wie (tijdelijk) extra fluoride nodig kan hebben, zijn bijvoorbeeld kinderen ofvolwassenen met een vaste beugel, patiënten met afwijkingen in de glazuuropbouw of met beginnende gaatjes. Ook wordt een fluoridespoelmiddel aangeraden bij patiënten met gevoelige tanden (als het tandvlees is teruggetrokken) en om gaatjes in de tandwortel (wortelcariës) te voorkomen. Het spoelmiddel is verkrijgbaar bij de apotheek, de drogist of de supermarkt. Wie een fluoridespoelmiddel tijdelijk moet gebruiken, hoort bij de controle van zijn behandelaar of hij ermee moet doorgaan of dat hij ermee kan stoppen. Enkele voorbeelden zijn Listerine Sterk Gebit, Listerine Total Care, Elmex anti-cariës mondspoeling, ACT, Desensin. Ook verkopen drogisten en supermarkten producten onder hun eigen merknaam.

Mondspoelmiddelen tegen ontstekingen en infecties
Mondspoelmiddelen met chloorhexidine voorkomen de vorming van tandplak. Deze spoelmiddelen mag u over het algemeen kort (meestal 1 tot 2 weken)gebruiken. Gebruik ervan kan namelijk verkleuring van uw tanden en tong, een vieze smaak en een branderig gevoel van de slijmvliezen geven. Chloorhexidinespoelmiddelen kunnen door uw behandelaar worden voorgeschreven na een tandvleesbehandeling of acute tandvleesontsteking. Daarbij kan een waterstofperoxidespoeling worden geadviseerd om verkleuringen van de tanden en tong tegen te gaan. Chloorhexidine wordt ook gebruikt om mondinfecties te voorkomen na operaties in de mond. Patiënten die niet kunnen uitspugen of spoelen of patiënten die het spoelmiddel slechts op een enkele plek moeten aanbrengen, kunnen het beste een chloorhexidinespray of -gel gebruiken. Als u zonder voorschrift overweegt een chloorhexidinespoelmiddel te gebruiken, overleg dit dan met uw tandarts of mondhygiënist. Enkele voorbeelden zijn PerioAid en Corsodyl.

Mondspoelmiddelen tegen tandplak
Mondspoelmiddelen met antibacteriële eigenschappen kunnen een bijdrage leveren aan een goede mondhygiëne.Dit type spoelmiddel kan helpen de ontwikkeling van tandplak te verminderen en de conditie van het tandvlees te verbeteren. Deze mondspoelmiddelen worden ook vaak gebruikt voor het krijgen van een frisse adem. Wie denkt dat je mondspoelmiddelen kunt gebruiken en dan niet meer hoeft te poetsen, heeft het mis. Ook deze mondspoelmiddelen worden gebruikt als aanvulling op de dagelijkse mondverzorging. Spoelen is geen vervanging van tandenpoetsen! Enkele voorbeelden zijn Meridol, Listerine Coolmint en Cool Citrus.

Mondspoelmiddelen tegen een slechte adem
Vaak wordt een slechte adem veroorzaakt door bacteriën achter op de tong. Ze produceren zwavelverbindingen en dat ruikt onaangenaam. Deze bacteriën kunt u tweemaal per dag wegschrapen met een tongreiniger. Werkt dat onvoldoende? Dan kunt u daarnaast de bacteriën die de slechte adem veroorzaken, doden met een gorgelmiddel en/of een mondspray. Voorbeelden zijn Halita en Meridol Halitoses.

Mondspoelmiddelen tegen tanderosie
Tanderosie is het oplossen van het tandglazuur door inwerking van zuren uit voedsel en dranken of uit de maag. Om tanderosie te voorkomen is het belangrijk niet meer dan zeven keer per dag te eten of drinken en tweemaal de tanden te poetsen met een fluoridetandpasta. Daarnaast adviseren tandartsen en mondhygiënisten een uur voor het tandenpoetsen geen zure producten te nuttigen. Ook kunt u uw mond spoelen met een mondspoelmiddel om uw tanden te beschermen tegen tanderosie. Een voorbeeld is Elmex Erosion Protection.

Mondspoelmiddelen tegen een droge mond
Een droge mond ontstaat door een tekort aan speeksel.De speekselklieren geven bijvoorbeeld te weinig speeksel af of werken helemaal niet meer. Veel medicijnen hebben een droge mond als bijwerking. Ook ziekten en bestraling kunnen een droge mond veroorzaken. Als uw speekselklieren niet meer werken is het niet mogelijk de speekselproductie te stimuleren. Als ze nog een beetje werken lukt dat vaak onvoldoende. Mogelijk kunnen zogenoemde speekselvervangers uitkomst bieden. Dit zijn speciale bevochtigingsvloeistoffen of -gels die een prettig mondgevoel kunnen geven. Goede voorbeelden zijn Goede voorbeelden zijn Biotène mondspoeling en Biotène OralBalance.

Overige mondspoelmiddelen
Er zijn heel veel verschillende soorten spoelmiddelen verkrijgbaar. De een werkt tegen gevoelige tanden en weer een andere geeft een frisse adem. Veel producten bieden uitstekende resultaten, maar hun werking is nooit wetenschappelijk aangetoond. Natuurlijk kunt u zelf nagaan of het product voor u werkzaam is, of u er baat bij heeft of dat u de smaak waardeert. Voorbeelden zijn Aquafresh, Sensodyne, Odol en diverse huismerken van drogisterijen etc.

Wanneer moet ik spoelen en hoe vaak?
Wanneer u moet spoelen, hangt sterk af van het product dat u gebruikt. Raadpleeg de instructies op de verpakking of in de bijsluiter. Hierin vindt u ook informatie met hoeveel mondspoelmiddel u moet spoelen, hoe lang u dat moet doen en hoe vaak. Geeft uw tandarts of mondhygiënist u een advies voor gebruik van een spoelmiddel? Volg dan dat advies.

Fabels en feiten over spoelmiddelen

Moet iedereen spoelen?
Nee, niet iedereen heeft een mondspoelmiddel nodig. U zorgt goed voor uw gebit door tweemaal per dag uw tanden te poetsen met een fluoridetandpasta.Op advies van uw behandelaar kunt u ook dagelijks de ruimten tussen uw tanden en kiezen schoonmaken met ragers, tandenstokers, flossdraad of monddouche. Daarnaast zal uw tandarts of mondhygiënist aangeven of spoelen voor u noodzakelijk of aan te raden is.

Kan ik mijn mondhygiëne verbeteren door mondspoelmiddelente gebruiken? En zo ja hoe?
Als extra aanvulling op uw dagelijkse mondhygiëne kunt u een mondspoelmiddel gebruiken om de ontwikkeling van tandplak te helpen verminderen en de conditie van het tandvlees te verbeteren.
U kunt natuurlijk ook een spoelmiddel gebruiken omdat u dat prettig vindt. Uw tandarts of mondhygiënist kan u adviseren. Volg de aanwijzingen op de verpakking van de fabrikant.

Kan ik gaatjes voorkomen door een mondspoelmiddel te gebruiken?
Gaatjes kunt u voorkomen door tweemaal per dag uw tanden te poetsen met een fluoridetandpasta.Met de tandenborstel verwijdert u de tandplak van uw tanden en kiezen. Met de tandpasta brengt u fluoride op uw tanden aan. Fluoride maakt het tandglazuur harder er minder gevoelig voor het krijgen van gaatjes. Als u desondanks toch gaatjes krijgt, kan het raadzaam zijn met een fluoridemondspoelmiddel te spoelen. Het spoelen van de mond is een aanvulling op het tweemaal daags tandenpoetsen, maar vervangt het tandenpoetsen niet.

Ik gebruik een spoelmiddel. Kan ik het tandenpoetsen nu overslaan?
Nee! Het gebruik van een mondspoelmiddel is altijd een aanvulling op de twee dagelijkse poetsbeurten. Moet je na het eten spoelen met water? Dat kan. Door na het eten te spoelen met water, spoelt u de etensresten in uw mond weg. Natuurlijk brengt u door het spoelen met water geen stoffen aan om uw gebit te beschermen.

Kan ik een spoelmiddel gebruiken voor een frisse smaak?
Ja, door het gebruik van spoelmiddelen krijgt u een frisse smaak in uw mond. Maar een frisse smaak wil nog niet zeggen dat u een frisse adem heeft. De verfrissing van uw mond kan een slechte adem (halitose) maar gedeeltelijk verdoezelen en meestal maar voor enkele minuten.

Moet ik een spoelmiddel alleen uitspugen of moet ik daarna ook mijn mond spoelen met water?
Voor een goed gebruik van de spoelmiddelen moet u de bijsluiter lezen of het advies van uw tandarts of mondhygiënist opvolgen. In het algemeen is het niet wenselijk met water na te spoelen.

Kan ik een mondspoelmiddel met alcohol gebruiken?
Volwassenen kunnen een mondspoelmiddel met alcohol gebruiken. Het toevoegen van alcohol aan mondwater is voor sommigen een punt van zorg in verband met een vermeende relatie met het optreden van kanker in de mond. In onderzoek zijn geen relaties gevonden tussen het gebruik van alcohol bevattende mondwaters en het ontstaan van mondkanker. Het is aan de gebruiker te beslissen om een alcoholhoudend mondwater wel of niet te gebruiken. Overleg desgewenst met uw behandelaar.

Wilt u zeker weten of een mondspoelmiddel voor u zinvol is? Overleg dan met uw tandarts of mondhygiënist voordat u met het middel begint.

Download als informatiefolder

Mondverzorging voor mensen met een verstandelijke beperking

Verzorging van het gebit bij mensen met een verstandelijke beperking
Iedereen is gebaat bij een gezonde mond. Met een gezonde mond kun je goed eten en drinken. Ook ziet een frisse mond er mooi uit. Mensen met een verstandelijke beperking hebben meer kans op problemen in de mond. De motoriek is vaak zwak of helemaal beperkt. In de mond uit dat zich bijvoorbeeld in slappe lip-, tong- en wangspieren. Maar ook een afwijkende tandstand, spierspanningen, gebitsbeschadiging door vallen of stoten (epilepsie) of voeding kunnen moeilijkheden in de mond geven. Met een goede mondverzorging houdt u de tanden en het tandvlees van uw kind of cliënt gezond. Bij verschillende leeftijden horen andere mondproblemen. Of u nu bij een kind of bij een volwassene met een verstandelijke beperking het gebit poetst, u zult in meer of mindere mate tegen dilemma’s aanlopen. Hier leest u de meest voorkomen- de problemen en geeft oplossingen voor een goede mondverzorging.

Tandplak en gaatjes
Tandplak is een wit-gelig laagje dat je moeilijk kunt zien. Het ontstaat op én tussen de tanden en kiezen en op de overgang naar het tandvlees. In tandplak zitten bacteriën. Die bacteriën zetten koolhydraten, zoals suiker en zetmeel uit voeding en dranken, in de mond om in zuren. Die zuren veroorzaken gaatjes (cariës) in het gebit.

Tandplak en ontstoken tandvlees
Gezond tandvlees is roze, ligt strak om de tanden en kiezen heen en bloedt niet als de tanden gepoetst worden. Rood, gezwollen of bloedend tandvlees duidt meestal op ontstoken tandvlees. Als u de tandplak op en tussen de tanden niet goed verwijdert, zorgen de bacteriën in de tandplak ervoor dat het tandvlees ontstoken raakt. Niet verwijderde tandplak kan hard worden en verkalken tot tandsteen. Aan tandsteen hecht zich makkelijk weer nieuwe tandplak. Zo raakt het tandvlees steeds meer ontstoken. De ontsteking kan zelfs het daaronder gelegen kaakbot aantasten. Ernstige tandvleesproblemen kunnen leiden tot het verlies van tanden en kiezen.

Gaatjes en tandvleesontstekingen zijn infectieziekten met zowel gevolgen voor de mondgezondheid als de algemene gezondheid.

Hoe haalt u de tandplak weg?
Tandenpoetsen is de basis van een goede mondhygiëne. Het is een secuur werkje en zeker niet eenvoudig. Voor uw kind of cliënt zelf is tandenpoetsen waarschijnlijk te moeilijk. Daarvoor is uw hulp nodig. Maar veel kinderen of cliënten wenden nogal eens hun hoofd af of duwen de borstel weg met hun tong. Ze bijten bijvoorbeeld op de borstel, kokhalzen, hebben strakke wangen, lippen en tong, klemmen de kaken op elkaar, hebben ernstig bloedend tandvlees en pijnreacties of bieden op een andere manier verzet. Een goede houding en de juiste hulpmiddelen maken het tandenpoetsen bij uw kind of cliënt makkelijker. Poets de tanden tweemaal per dag zorgvuldig en niet te krachtig. Gebruik hiervoor de poetsinstructie. Een goede poetsbeurt duurt twee minuten. Dus neem de tijd! Kies zelf een moment op de dag dat u aandacht aan mondverzorging bij uw kind of cliënt kunt besteden, bij voorkeur ’s ochtends na het ontbijt en ‘s avonds voor het slapen.

Het Ivoren Kruis adviseert tweemaal per dag de tanden twee minuten te poetsen, maar realiseert zich dat dit in niet alle situaties haalbaar is. Eén keer per dag de tanden zorgvuldig poetsen is beter dan twee keer per dag ‘half. Vraag andere tips en adviezen om de tanden van uw kind of cliënt te poetsen aan uw tandarts of mondhygiënist.

Kies een goede tandenborstel
Kies voor een elektrische tandenborstel met een kleine borstelkop. Elektrische tandenborstels verwijderen bij een juist gebruik meer tandplak dan handtandenborstels. Aan poetsen met een elektrische tandenborstel moet uw kind of cliënt beslist wennen. Neem daar twee weken de tijd voor. Lukt het ook na die periode niet om elektrisch te poetsen? Kies dan voor een handtandenborstel met zachte haren en een kleine borstelkop. Ook kunnen de tanden van volwassenen met een kinderborstel worden gepoetst, als daarmee weerstand bij uw volwassen kindof cliënt wordt verminderd. Voor alle borstels geldt: vervang de tandenborstel elke drie maanden of als de haarbosjes uit elkaar gaan staan.

Gebruik fluoridetandpasta
Fluoride maakt tandglazuur sterker en minder goed oplosbaar in zuur. Gebruik daarom een tandpasta met fluoride. U kunt met fluoridetandpasta poetsen ook als uw kind of cliënt na het poetsen niet kan spoelen. Het inslikken van een klein beetje tandpasta is niet erg. Soms kan het nuttig zijn zonder tandpasta te poetsen. Smeer dan na de poetsbeurt met uw vinger wat fluoridetandpasta op de tanden. Zo brengt u toch fluoride op de tanden aan.

Het fluoride-basisadvies luidt:

  • 0 en 1 jaar, vanaf het doorbreken van de eerste tandjes: éénmaal per dag poetsen met fluoridepeutertandpasta
  • 2, 3 en 4 jaar: tweemaal per dag poetsen met fluoridepeutertandpasta
  • 5 jaar en ouder: tweemaal per dag poetsen met fluoridetandpasta
  • Voor alle leeftijden: alle andere vormen van fluoridegebruik in overleg met tandarts of mondhygiënist

Mogelijk zal uw tandarts of mondhygiënist het gebruik van extra fluoride voor uw kind of cliënt adviseren.

Gebruik een tandenstoker of rager tussen de tanden
Met een tandenborstel alleen kunt u de ruimten tussen de tanden en kiezen niet goed schoonmaken. Dat geldt zowel voor een handtandenborstel als een elektrische tandenborstel. Gebruik daarom voor de tussenruimten een tandenstoker of een rager. Een goede tandenstoker is van hout, driehoekig van vorm met een platte kant en loopt toe in een punt. Ze kunnen verschillen van dikte. Bij grotere tussenruimten kunt u dikkere stokers gebruiken. Bij smallere tussenruimten kiest u een dunnere variant. Ook ragers zijn er in allerlei vormen en maten. Gebruik een tandenstoker of rager zo mogelijk eenmaal per dag. Kies zelf een geschikt moment, bijvoorbeeld in de middag als het iets rustiger is. Vraag uw tandarts of mondhygiënist welke tandenstoker of rager u het beste bij uw kind of cliënt kunt gebruiken en vraag om een instructie. Zie ook de instructie in deze brochure.

En als poetsen niet lukt?
Soms is het niet mogelijk een tandenborstel te gebruiken. Een gaasje of een vingertandenborstel met fluoridetandpasta kunnen praktische vervangers zijn. Als ook deze vorm van tandenpoetsen niet mogelijk is, kan een spoelmiddel of mondspray op basis van chloorhexidine uitkomst bieden. Deze stof vermindert de werking van schadelijke bacteriën in de tandplak. Overleg voor het gebruik altijd eerst met uw tandarts of mondhygiënist en vraag om een instructie. De tanden kunnen namelijk verkleuren door het gebruik van een middel met chloorhexidine.

Naar de tandarts of mondhygiënist
Ga met uw kind of cliënt minimaal tweemaal per jaar naar de tandarts of mondhygiënist. Het gebit wordt dan goed gecontroleerd en u krijgt begeleiding de mond gezond te houden. Ingrijpende behandelingen kunnen zo worden voorkomen. Is er sprake van pijn? Stel een bezoek niet langer uit en maak een afspraak. De tandarts of mondhygiënist kan ook aangeven dat hij de frequentie van het bezoek voor uw kind of cliënt wil verhogen. Niet alle tandartsen zijn ervaren in het behandelen van mensen met een beperking. Zij zullen bijvoorbeeld naar een collega verwijzen of naar een Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde. Via de Vereniging tot Bevordering der Tandheelkundige Gezondheidszorg voor Gehandicapten (VBTGG) en het Centraal Overleg Bijzondere Tandheelkunde (Cobijt) kunt u in contact komen met een dergelijk centrum. U heeft van uw huistandarts een verwijsbrief nodig

Instructie juiste poetshouding bij mensen met een verstandelijke beperking

Juiste poetshouding
Een juiste poetshouding is belangrijker dan u wellicht denkt. Te vaak staan ouders of begeleiders voor hun kind of cliënt. Maar dan heeft u weinig zicht in de mond, heeft u geen controle over uw kind of cliënt en staat u zelf in een kwetsbare positie. Laat uw kind of cliënt zitten en ga schuin achter hem staan. Fixeer het hoofd en kijk in de mond wat u doet. Druk de wang met uw vinger in de mond van uw kind of cliënt opzij en duw met uw duim de lip weg.
Ligt uw kind of cliënt? Kies dan het liefst zijn of haar voorkeurshouding. Breng het hoofd bijvoorbeeld iets omhoog met behulp van een opgerolde handdoek in zijn of haar nek. Bij kinderen en cliënten met een slikstoornis kan tandenpoetsen de kans op verslikken vergroten. Tandenpoetsen kan ook een kokhalsreflex opwekken. Poets hun tanden eens zonder tandpasta. Breng na de poetsbeurt een beetje fluoridetandpasta op uw vinger aan en ‘smeer’ de tanden en kiezen ermee in. Gebruik een (elektrische) tandenborstel en een tandenstoker of rager. Begeleiders van cliënten wordt uit hygiënische overwegingen aangeraden handschoenen te dragen.

Openen van de mond
Als uw kind of cliënt zijn mond niet wil of kan openen, zorg dan voor mondcontrole. Buig het hoofd iets naar voren. Hierdoor ontspant de mond makkelijker. Er zijn twee manieren: mondcontrole van voren (zie foto) en van opzij.

Mondcontrole van voren: Plaats uw duim van uw linkerhand (voor linkshandigen de andere hand) op het kussentje van de kin, uw wijsvinger op de wang en uw middelvinger onder de kin. Zorg dat uw duim de onderlip niet raakt. Druk met uw duim voor voorzichtig op het kussentje van de kin en met uw middelvinger zachtjes omhoog. De mond opent zich.
Mondcontrole van opzij: Leg uw wijs- en middelvinger van uw linkerhand (voor linkshandigen de andere hand) rond de kin. Leg uw wijsvinger op het kussentje van de kin, uw middelvinger daar gestrekt onder. Zorg dat uw wijsvinger de onderlip niet raakt. Uw duim rust op uw hand, niet op het gezicht. Druk met uw wijsvinger voorzichtig op het kussentje van de kin en met uw middelvinger zachtjes omhoog. De mond opent zich. Vraag uw tandarts of mondhygiënist om een demonstratie.

Bijthoutjes
Als het openhouden van de mond heel moeilijk is, kunnen bijthoutjes en -blokjes zoals de tandarts die gebruikt, soms uitkomst bieden. Er zijn bijthoutjes en -blokjes (van rubber en) van gestoomd beukenhout. Die geven geen scherpe splinters, ook niet als ze kapot worden gekauwd. U kunt ze verkrijgen via uw tandarts of mondhygiënist. U kunt aan hen ook advies vragen over het gebruik ervan.
Klik hier voor een instructie handmatig en elektrisch poetsen voor mensen met een verstandelijke beperking.
Klik hier voor een instructie van de tandenstoker.
Klik hier voor een instructie van de rager.

Ga achter uw kind of cliënt staan

Fixeer het hoofd

Maak het gebit zichtbaar met uw hand

Mondcontrole

Mondproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking
Mensen met een verstandelijke beperking hebben meer kans op tandvleesontsteking en tandbederf (gaatjes). Dit heeft een aantal oorzaken:

Voeding
Vanwege kauw- en slikproblemen eten mensen met een verstandelijke beperking vaak vloeibaar, gepureerd of fijngesneden, zacht (sonde)voedsel. Ook houden ze voedsel vaak lang in de mond. Zacht voedsel zorgt ervoor dat de natuurlijke zelfreinigende werking van de mond vermindert. Consumptie van zachte (sonde)voeding werkt de vorming van tandplak in de hand. Eenmaal hard geworden tandplak wordt tandsteen. Aan tandsteen blijft makkelijk weer nieuwe plak ‘hangen’.

Wat te doen bij zachte voeding
Mondhygiëne is hier het sleutelwoord. Zorg ervoor dat u dagelijks alle tandplak verwijdert om gaatjes en tandvleesontsteking te voorkomen.

Verminderde natuurlijke reiniging van de mond
Niet alleen zacht voedsel zorgt voor een verminderde zelfreiniging van de mond. Ook stijve en slappe verlammingen van de mondspieren, voortdurend openhouden van de mond en mondademhaling zijn oorzaken van verminderde natuurlijke reiniging van de mond.

Wat te doen bij verminderde natuurlijke reiniging van de mond
Ook hier geldt: mondhygiëne. Zorg ervoor dat u dagelijks alle tandplak verwijdert om gaatjes en tandvleesontsteking te voorkomen.

Zuigen of sabbelen
Vaak sabbelen aan een zuigfles of anti-lekbeker met zoete inhoud, bijvoorbeeld vruchtensap, siroop, drinkyoghurt en andere melkproducten, kan het gebit aantasten. Omdat het gebit langdurig met suikers in aanraking komt, is er een grote kans op het ontstaan van zogenoemde zuigflescariës.

Wat te doen bij zuigen of sabbelen
Beperk de hoeveelheid zoete drankjes. Geef als alternatief zo mogelijk water of gewone thee zonder suiker. Laat uw kind of cliënt zoete drankjes in één keer achter elkaar opdrinken. Gebruik zo mogelijk een gewone beker, bijvoorbeeld met een rietje. ’s Avonds en ’s nachts is het drinken uit een zuigfles met zoete inhoud extra schadelijk. ’s Nachts kan het speeksel de zuuraanvallen op het gebit vrijwel niet herstellen. Het (’s nachts) drinken van water uit een zuigfles is overigens niet schadelijk.

Reflux en herkauwen van voedsel
Maagzuur is extreem zuur. Zuren die in de mond komen tasten het tandglazuur aan. Deze vorm van onherstelbare gebitsslijtage wordt tanderosie genoemd. Sommige cliënten brengen de maaginhoud terug in de mond (rumineren of herkauwen) of hebben last van spontane terugkeer van voedsel (reflux). Bij reflux vloeit maagzuur terug in de slokdarm tot in de mondholte als gevolg van een storing van de sluitspier tussen de slokdarm en de maag.

Wat te doen bij reflux of herkauwen
Zuurremmende medicijnen kunnen uitkomst bieden. Soms kan een refluxoperatie nodig zijn. Ook het aanpassen van de voeding kan effect hebben. Neem voor voedingsadviezen contact op met de diëtist(e).

Stoornis in de wisselvolgorde
Kinderen worden meestal tandeloos geboren. Een kind wisselt zijn melkgebit tussen zijn zesde en twaalfde levensjaar. Zo staat het tenminste in ‘de boekjes’. Bij uw kind of cliënt kan de wisselperiode een andere zijn. Kinderen met een verstandelijke beperking hebben vaak een kleine kaak. Hierdoor past het gebit er niet in. Vaak wisselt een kind niet al zijn tanden, maar gedeeltelijk, terwijl de blijvende tanden wel zijn aangelegd. Ook de tijdstippen waarop de tanden en kiezen doorkomen kunnen afwijken.

Wat te doen bij wisselen
Het glazuur van de pas doorgebroken tanden en kiezen is nog erg poreus en kwetsbaar. Poets de puntjes van de nieuwe tanden of kiezen direct mee zodra ze zijn doorgebroken. Als nieuwe kiezen doorkomen, zwelt vaak het tandvlees op. Dat is normaal. Het kan pijnlijk zijn, maar u hoeft niet ongerust te zijn. Bezoek regelmatig de tandarts voor controle.

Afwijkende tandstand
Veel mensen met een verstandelijke beperking hebben een afwijking in de stand, de vorm en het aantal tanden en kiezen. Als tanden netjes op een rijtje staan, kun je ze goed schoonmaken. Veel moeilijker wordt dat als ze schots- en scheef of bijvoorbeeld achter elkaar staan. Met de borstel kom je er moeilijk bij. Een afwijkende tandstand heeft meestal geen consequenties voor de gezondheid van tanden en kiezen.

Wat te doen bij een afwijkende tandstand
Extra aandacht voor mondhygiëne. Let vooral op de ruimten tussen de tanden en kiezen. Soms kan de tandarts een afwijkende tandstand verbeteren met een beugel of bijvoorbeeld met implantaten. Ook kan de tandarts adviseren de tandboog te verkorten (kiezen trekken) zodat tandenpoetsen makkelijker wordt.

Gebruik van medicijnen
Verschillende medicijnen hebben als bijwerking dat de speekselklieren worden geremd in de afgifte van speeksel. Dit zijn vooral medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling tegen hoge bloeddruk (antihypertensiva), hartritmestoornissen (digoxine, anti-aritmica) of medicijnen, zoals antidepressiva, slaap- en plasmiddelen. De medicijnen tasten de speekselklieren zelf meestal niet aan, maar remmen alleen de speekselafgifte. Speeksel heeft een smerende werking bij het spreken, kauwen en slikken. Met behulp van speeksel kunnen we makkelijker bewegen met onze wangen, tong en lippen. Met speeksel bevochtigen we ons voedsel zodanig dat we het pijnloos kunnen doorslikken. Ook bevochtigt speeksel het mondslijmvlies, waarmee uitdroging wordt voorkomen. Bovendien heeft het een reinigende werking op tanden, kiezen en het mondslijmvlies. Daarnaast remt speeksel de werking en de groei van bacteriën en schimmels in de mond, waardoor mondinfecties worden voorkomen. Als uw kind of cliënt onvoldoende speeksel heeft, vormt tandplak zich sneller dan normaal. Hierdoor ontstaan er sneller gaatjes. Dit gebeurt vooral wanneer uw kind of cliënt regelmatig suikerbevattend voedsel eet of drinkt. In een droge mond treden de vorming van tandplak en gaatjes vooral op langs de randen van het tandvlees. Hierdoor kan bovendien het tandvlees gaan ontsteken. Medicijngebruik kan ook andere gevolgen hebben, zoals tandvleesgroei (middelen tegen epilepsie), verkleuringen van de tanden (chloorhexidine) en de productie van te veel speeksel, kwijlen dus (pijnstillende middelen, antipsychotica, middelen tegen beroertes).

Wat te doen bij een droge mond
AIs medicijngebruik de oorzaak is van de droge mond van uw kind of cliënt, overleg dan met de huisarts of specialist of u de soort medicijnen, de dosering of het tijdstip van toediening kunt aanpassen. U kunt de speekproductie van uw kind of cliënt stimuleren door hem voedsel te geven waarop hij goed moet kauwen. Denk aan stevige bruine boterhammen, wortels of suikervrije kauwgom. De afgifte van speeksel kan ook worden versterkt door het eten van licht zuur voedsel, zoals fruit of komkommer. Dit werkt vaak niet of onvoldoende bij mensen die reeds langer lijden aan het syndroom van Sjögren of die in het hoofd of de hals zijn bestraald.

Wat te doen bij tandvleesgroei
Vertel de tandarts of mondhygienist dat uw kind of cliënt met de medicijnen is begonnen. Meteen vanaf het begin is een extra goede mondhygiëne belangrijk. Dan kunt u tandvleesgroei bij uw kind of cliënt voorkomen. Het tandvlees groeit namelijk vooral op plaatsen waar tandplak zit. Het verwijderen van die tandplak is dus extra belangrijk. Zeker omdat het wegpoetsen op die plaatsen steeds moeilijker wordt. Rood, gezwollen en bloedend tandvlees is ontstoken. De ontsteking gaat nooit vanzelf weg. Een goede mondhygiëne is extra belangrijk. Bezoek regelmatig de tandarts of mondhygiënist om de mond van uw kind of cliënt te laten reinigen.

Wat te doen bij kwijlen
Door het eten van suikerbevattend voedsel neemt de speekselproductie toe. Geef uw kind of cliënt er daarom zo min mogelijk van. Sluit de mond van uw kind of cliënt zo veel mogelijk. Neem bij aanhoudende klachten contact op met uw huisarts, tandarts of logopedist.

Tandletsel
Kinderen en volwassenen met epilepsie kunnen op een onverwacht moment vallen. Iemand die op zijn gezicht valt, heeft kans op breuk of verlies van zijn tanden. Mensen die slecht ter been zijn, of anders motorisch zijn beperkt, lopen vaak instabieler en hebben daardoor meer kans op tandletsel. Dan is er een groep patiënten die zichzelf beschadigt. Zij lijden aan automutilatie. Automutilatie kan leiden tot tandletsel.

Wat te doen bij tandletsel
Als de tand is afgebroken, losstaat of uit de mond is: ga direct naar de tandarts. Houd (het afgebroken deel van) de tand nat in melk.

Gewoonten
Duimen in een mond met een blijvend gebit is slecht voor de stand van de tanden. Ook zuigen op doeken, spenen en vingers kan leiden tot een afwijkende tandstand. Mensen met een verstandelijke beperking zuigen vaak extreem, waardoor de tandstand verandert. Een afwijkende tandstand kan de mondhygiëne moeilijker maken. Maar ook nagelbijten en tandenknarsen (bruxisme) vergroten de kans op gebitsslijtage.

Wat te doen bij verkeerde gewoonten
Probeer de afwijkende gewoonten bij uw kind of cliënt af te leren. Stimuleer het positieve gedrag. Vraag advies aan uw tandarts, mondhygiënist, logopedist of orthopedagoog.

Syndroom van Down
Mensen met het syndroom van Down hebben vaak slappe tong- en mondspieren. Die bemoeilijken het slikken, eten, drinken en spreken. Hierdoor werkt de zelfreinigende functie van de mond minder goed. Meer tandplak is het gevolg. Mensen met Down ademen meer door de mond. Een droge mond is dan het gevolg. Daardoor is de beschermende werking van het speeksel beperkt. Door de verminderde weerstand lopen deze mensen eerder ernstige (tandvlees)ontstekingen op. De wortels van tanden en kiezen van mensen met Down zijn bovendien vaak kort. Bij een tandvleesontsteking kunnen ze dus eerder los gaan staan.

Wat te doen bij het syndroom van Down
Bevorder goede mondgewoonten. Leer uw kind of cliënt de tong zo veel mogelijk op de goede plaats te houden, dus zo veel mogelijk achter de voortanden. Begin hier vroeg mee. Juist gebruik van de tong stimuleert u meer met borst- dan met flesvoeding. Een logopedist kan u uitleg en oefeningen geven voor een juist gebruik van de tong. Probeer bij uw kind of cliënt het ademen door de neus te bevorderen. U kunt dat doen door consequent zijn mond te sluiten als uw kind of cliënt slaapt.

Reiniging van protheses en implantaten bij mensen met een verstandelijke beperking
Veel volwassenen met een verstandelijke beperking dragen een gebitsprothese (kunstgebit). Tegenwoordig is voor mensen met een verstandelijke beperking ook een behandeling met implantaten mogelijk. Een implantaat is een soort kunstwortel die in de kaak wordt geschroefd waarop de tandarts een kroon (tand of kies), brug (meer tanden of kiezen) of prothese (kunstgebit) kan bevestigen. In beide situaties is een goede mondhygiëne erg belangrijk om infecties en ontstekingen te voorkomen.

Schoonmaken van de prothese
De prothese van uw cliënt moet u net als de eigen tanden en kiezen dagelijks goed schoonmaken. Als u het kunstgebit niet regelmatig schoonmaakt, blijven er voedselresten achter. Zowel op het kunstgebit als eronder. Als u die niet verwijdert, kan het tandvlees gaan ontsteken. Spoel bij voorkeur na iedere maaltijd de prothese en de mond schoon met water. Haal etensresten op de prothese en in de mond weg. Gebruik een speciale protheseborstel bijvoorbeeld van Lactona of Oral-B om de prothese goed schoon te borstelen en daarmee te ontdoen van tandplak. Gebruik hiervoor géén tandpasta. Die kan te veel schuren. Gebruik water en een zachte vloeibare zeep. Een schoon kunstgebit voelt altijd glad aan. Laat het gladde gebit tijdens het reinigen niet uit uw handen glippen. Het zal kapot gaan. Vul voor de zekerheid eerst de wasbak met water en reinig het kunstgebit daarboven.

Leg het kunstgebit één keer per week een nachtje in azijn. Hiermee voorkomt u de vorming van tandsteen op het kunstgebit. Borstel het kunstgebit daarna goed en spoel het af met water. Leg het kunstgebit nooit in heet water en gebruik zeker geen bleekwater of schuurmiddelen. Vraag eventueel de behandelaar van uw cliënt om advies.

Maak ook de mond van uw cliënt schoon
Reinig behalve de prothese ook het slijmvlies waarop het kunstgebit rust: de kaken, het gehemelte en de overgang van de kaak naar de wangen. Anders kunnen vervelende ontstekingen ontstaan. En ook nu geldt: voorkómen is beter dan genezen. Masseer het slijmvlies minstens één keer per dag met een zachte tandenborstel en water. Besteed extra aandacht aan het gehemelte. Begin steeds aan de buitenkant in de bovenkaak. Daaraan went uw kind of cliënt het makkelijkst en geeft hij het minste verzet. Schuif de borstel steeds een beetje op. Poets daarna de binnenkant van de bovenkaak. Dan poetst u de buitenkant van de onderkaak, gevolgd door de binnenkant van de onderkaak. Wanneer uw kind of cliënt snel kokhalst, kunt u het beste vanuit het midden naar opzij en naar achteren poetsen. Lees ook de informatie over de juiste poetshouding en methoden om de mond te openen.

Doe het kunstgebit ’s nachts uit
’s Nachts moet u de prothese bij uw kind of cliënt uit de mond laten om het slijmvlies waar de prothese op rust gezond te houden. Bewaar de prothese na reiniging in een bakje schoon water. Borstel de prothese ’s morgens opnieuw voordat u deze in de mond van uw kind of cliënt terugplaatst.

Prothesereinigingsmiddelen
Er zijn diverse prothesereinigingsmiddelen op de markt. Het waterstofperoxide dat er in zit heeft een antibacteriële werking. Een reinigingsmiddel remt of verwijdert verkleuringen van o.a. koffie, thee, wijn en tabak en is verfrissend. Een reinigingsmiddel lost geen tandplak op. Hiervoor is borstelen noodzakelijk. Overmatig gebruik van deze reinigingsmiddelen kan de prothese beschadigen. Het kunstgebit kan verbleken en het oppervlak kan ruwer worden. Voor uw kind of cliënt kan een prothesereinigingstablet levensbedreigend zijn. Ook kan schade aan de slokdarm optreden als uw kind of cliënt de tablet voor een snoepje aanziet. Aangeraden wordt daarom dagelijks water en vloeibare zeep en één keer per week azijn te gebruiken.

Reinigen implantaten
Een implantaat onder een kroon of brug zit verankerd in het bot. Het is erg belangrijk dat u de overgang van de kroon of brug naar het tandvlees goed schoonmaakt. Poets dit gebied zorgvuldig met een zachte (elektrische) tandenborstel met fluoridetandpasta en gebruik daarbij tandenstokers of ragers. Mondhygiëne is bij implantaten erg belangrijk, ook voor mensen met een beperking. Bij een slechte mondhygiëne kan uw kind of cliënt zijn implantaat verliezen.

Implantaten die als pijlers dienen onder een overkappingsprothese maakt u schoon met een zachte tandenborstel en tandpasta, ragers en/of (super)flossdraad. Poets tweemaal per dag het deel van het implantaat dat boven het tandvlees uitsteekt. Besteed extra aandacht aan de overgang van het implantaat naar het tandvlees. Reinig de ruimte onder de spalk met ragers en/of superfloss op aanwijzing van de tandarts of mondhygiënist. Op voorschrift van de tandarts of mondhygiënist kunt u eenmaal per dag chloorhexidinegel rondom het implantaat aanbrengen en de gebitsprothese eroverheen plaatsen.

Als u voedselresten en tandplak rond de implantaten niet weghaalt, gaat het tandvlees ontsteken. Daardoor verliezen ze op den duur hun houvast, gaan ze los staan en kunnen ze pijn veroorzaken. Bekijk ook de juiste poetshouding, methoden om de mond te openen en de poetsinstructie.

Voor meer informatie over mond- en gebitsproblemen, mondverzorging en mondgezondheid van mensen met een verstandelijke beperking kunt u terecht bij of op:

  • Vereniging tot Bevordering der Tandheelkundige Gezondheidszorg voor Gehandicapten (VBTGG) biedt informatie over tandheelkundige zorg voro mensen met een beperking.
  • Centraal Overleg BIJzondere Tandheelkunde (COBIJT) geeft een overzicht van de in Nederland gevestigde Centra voor Bijzondere Tandheelkunde.
  • Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde (NVvK) geeft een overzicht van de in Nederland werkende kindertandartsen.
  • De Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF). De website informeert over het werk van de logopedist: het ontwikkelen en waar nodig het herstel van mondfuncties. Stoornissen in de mond kunnen ontstaan door neurologische aandoeningen of ziektes.
  • LFB is een belangenvereniging door mensen met een verstandelijke beperking die opkomt voor de belangen van mensen met een verstandelijke beperking.
  • Kiesbeter.nl is een openbare zorgportal bedoeld voor alle volwassen inwoners van Nederland die vragen hebben op het gebied van zorg, zorgverzekeringen en gezondheid. De gehandicaptenzorg in Nederland kan op basis van geboden zorg, dienstverlening en huisvesting worden gezocht en vergeleken. De site biedt ook algemene informatie over gehandicaptenzorg.

Download als informatiefolder

Voorlichting en behandeling

Aften

Wat zijn aften?
Sommige mensen worden regelmatig geplaagd door pijnlijke zweertjes in de mond. Deze zweertjes, aften, komen zowel voor bij jongeren als bij volwassenen. De oorzaak is niet helemaal duidelijk, maar ze richten geen blijvende gezondheidsschade aan.

Aften zijn blaasjes of zweertjes in de mond met een doorsnede van drie tot vier millimeter. Het zijn grijswitte of dikke gele plekjes met een rode ontstoken rand. Aften verschijnen aan de binnenkant van de lippen, wangen of onder de tong. Ze bezorgen een stekende pijn tijdens het eten van zuur of heet voedsel. Sommige mensen voelen een afte van te voren aankomen. Ze herkennen het pijnlijke gevoel wat erbij hoort. Soms ziet ook het mondslijmvlies rood.

Hoe ontstaan aften?
Helaas is de oorzaak voor het ontstaan van aften onduidelijk. Vaak steken ze de kop op bij een verminderde lichamelijke weerstand, een slechte mondhygiëne, overgevoeligheid voor bepaalde voedingsmiddelen of stress. Ze kunnen ontstaan door het bijten op de tong of op de binnenkant van de wang, maar ook bij het eten van heet voedsel. Soms zijn aften het gevolg van een scherp randje aan een tand of kies of een slecht passend kunstgebit. Aften ontstaan niet door een vitaminetekort. Dat is een misverstand.

Hoe lang duurt het voordat een afte verdwijnt?
Hoe groter het zweertje is, hoe langer de genezing ervan duurt. Na twee weken moet de afte verdwenen zijn.

Wat kunt u zelf doen tegen aften?
Blijft u van de aften af. Het stuk maken van de blaasjes verergert de klachten. Als u voorzichtig poetst en rustig eet, voorkomt u uitbreiding van de aften. Van sommige tandpasta’s en mondspoelmiddelen wordt beweerd dat ze effectief werken tegen aften, maar daar is geen wetenschappelijk bewijs voor.

Wanneer moet u uw tandarts raadplegen bij aften?
Raadpleeg uw tandarts als de aften na twee weken niet zijn verdwenen. Vraag ook om advies als u er vaak last van heeft. Informeer uw tandarts als u het idee heeft dat uw aften ontstaan door scherpe randjes aan uw tanden en kiezen of een slecht passend kunstgebit.

Zijn er geneesmiddelen tegen aften?
Er is geen geneesmiddel met een gegarandeerde werking. Om de pijn enigszins te verlichten kan de tandarts u een middel voorschrijven. Sommige mensen hebben baat bij ontsmettende mondspoelingen met chloorhexidine. Dat is een desinfecterend middel dat het aantal bacteriën in de mond vermindert. Om die reden kunnen de spoelingen een gunstige werking hebben op aften. Deze middelen versnellen de genezing echter niet. Bovendien kan het gebruik pijnlijk zijn.

Zijn aften gevaarlijk voor de gezondheid?
Aften zijn soms uitermate pijnlijk, maar niet bedreigend voor de gezondheid. Alleen bij een combinatie van aften en hoge koorts kan er sprake zijn van een infectieziekte. Raadpleeg dan uw tandarts.

Download als informatiefolder

Beugel

Een mond met rechte tanden
Je krijgt een beugel als je tanden naar voren staan. Of als je tanden en kiezen niet goed op elkaar passen. De beugel zorgt er voor dat je tanden en kiezen rechter komen te staan. Zo kun je bijvoorbeeld beter kauwen. Ook je tanden poetsen gaat gemakkelijker. Daardoor blijven je tanden en kiezen gaaf en gezond. En een mond met rechte tanden ziet er natuurlijk mooi uit.

Welke beugel krijg je en wanneer moet je die dragen?
Er zijn verschillende soorten beugels. Een slotjesbeugel bijvoorbeeld. Die zit aan je tanden vast. Ook zijn er beugels die je zelf in en uit kunt doen. Soms komt daar een buitenboordbeugel bij. Die zit met een band om je achterhoofd of je nek vast Misschien moet je de beugel dag en nacht dragen. Of je hoeft hem alleen maar ’s nachts in. Het hangt er allemaal vanaf hoe scheef je tanden en kiezen staan. En wat er voor nodig is om ze op de goede plek te krijgen. Dat bepaalt welke beugel voor jou de beste is en wanneer je die beugel moet dragen.

Hoe werkt een beugel?
Een beugel trekt of duwt je tanden en kiezen in de goede richting. Een beugel moet je regelmatig laten bijstellen. Dan blijft hij je tanden en kiezen de juiste kant op duwen.

Hoe lang moet je een beugel dragen?
Gemiddeld moet je twee tot drie jaar een beugel dragen. Dat is niet altijd dezelfde. In je hele beugelperiode heb je vaak verschillende beugels nodig.

Naar wie ga je toe voor een beugel?
De gespecialiseerde tandarts, die scheve tanden en kiezen weer recht zet, is een orthodontist. Sommige tandartsen kunnen ook zelf beugels maken. Eerst kijkt hij hoe scheef je tanden en kiezen staan. Het kan zijn dat je nog te jong bent voor een beugel. Dan moet je kaak eerst nog verder groeien. Als je wel aan een beugel toe bent, maakt hij een afdruk van je boven- en ondertanden. Daarvoor moet je in een soort papje happen. Dat smaakt meestal naar pepermunt. Ook maakt hij röntgenfoto’s en gewone foto’s van je tanden en kiezen. Daarop kan hij zien welke beugel voor jou de beste is. Bij het volgende bezoek vertelt hij dat aan jou en aan je ouders.

Hoe vaak moet je terugkomen voor je beugel?
Meestal moet je één keer per maand voor je beugel terugkomen. In het begin duren deze bezoeken ongeveer een half uur. Later worden ze steeds korter. Je kunt niet altijd na schooltijd terecht. Misschien zul je daarvoor weleens een uurtje van school missen.

Wat voel je van een beugel?
De eerste dagen is het een vreemd gevoel dat er een beugel in je mond zit. Daarna raak je eraan gewend. Dan is het vreemde gevoel weg. Soms kunnen je tanden en kiezen na het aanbrengen of bijstellen van de beugel gevoelig zijn.

Kun je met een beugel gewoon je tanden poetsen?
Je kunt gewoon je tanden poetsen. Het is zelfs belangrijk dat je extra veel aandacht besteedt aan het poetsen van je tanden, kiezen en je beugel. Het is bij sommige beugels wel moeilijker om het goed te doen. In dat geval kun je gebruikmaken van speciale tandenborstels. Daarover krijg je handige tips als je de beugel krijgt.

Kun je met een beugel alles eten?
Helaas kun je met een beugel niet alles eten. Zo zul je met je beugel in, dropjes, toffees en andere plakkerige dingen moeten laten staan. Neem ook liever geen kauwgom. De resten ervan gaan op je beugel vastzitten en die krijg je er heel lastig vanaf. Wees ook voorzichtig met draadjesvlees en met cola of andere frisdrank. In de dranken zitten suikers. Die suikers veroorzaken tandplak. En door tandplak krijg je gaatjes. Met je beugel in je mond kun je tandplak lastig wegpoetsen.

Download als informatiefolder

Bleken

Bleek uw tanden altijd onder begeleiding van uw tandarts of mondhygiënist
Een wit en stralend gebit. Wie wil dat niet? Mooie witte tanden zijn populair en het aanbod om ze te krijgen is groot. De reclames beloven hagelwitte tanden, vaak zelfs binnen een uur. Tanden wit maken met behulp van bleekbehandelingen kan in veel gevallen, maar zeker niet altijd. Onveilige bleekprocessen kunnen schade aanbrengen aan je mond. De Europese wetgeving is daarom in 2011 aangepast. Sindsdien mogen agressieve bleekmiddelen niet meer worden toegepast. Overweeg je een bleekbehandeling? Bespreek je wensen en de mogelijkheden met je tandarts of mondhygiënist.

De kleur van uw tanden
De kleur van tanden en kiezen is bij iedereen verschillend. De een heeft wittere tanden dan de ander. Sommigen hebben gele, anderen zelfs bruine of grijze tanden. Tanden en kiezen hebben niet allemaal dezelfde kleur en wijken soms duidelijk van elkaar af. Tanden en kiezen zijn opgebouwd uit tandbeen en glazuur. De kleur en de dikte van het tandbeen zijn vooral bepalend voor de kleur van de tand of kies. Het glazuur van tanden en kiezen is nagenoeg doorzichtig en een beetje wit.

De hoektanden hebben een dikkere laag tandbeen dan de overige tanden en zijn daarom vaak beduidend geler. Je tanden worden donkerder naarmate je ouder wordt. De vorming van tandbeen gaat namelijk altijd door. De glazuur laag wordt juist dunner door slijtage.

Waardoor worden tanden donkerder?
Als kleurstoffen uit voedings­ en genotmiddelen de tand binnendringen, zien de tanden er donkerder uit. Dit gebeurt onder andere door het eten en drinken van koffie, thee, wijn, frisdrank, vruchtensap, kleurstof bevattende etenswaren (zoals vruchtenjam) en roken. Er kunnen barsten in het glazuur komen. Hierdoor dringen kleurstoffen uit voedsel en dranken nog makkelijker in de tand of kies.

Ook kunnen aanslag en verkleuring van tandsteen de tanden donkerder kleuren. Deze uitwendige verkleuringen ontstaan eveneens door koffie, thee, wijn en roken. Verder kunnen sommige mond verzorgingsproducten verkleuringen geven. Aanslag kan de tandarts of mondhygiënist door een professionele gebitsreiniging verwijderen. Bleken is hiervoor niet de oplossing.

Dode tanden (meestal als gevolg van een val of klap of een wortel kanaal behandeling) kunnen van binnenuit verkleuren. In uitzonderlijke gevallen kunnen ziekten of medicijnen, tijdens de vormingsfase, verkleuringen geven.

Witte tanden, ook voor mij?
Laat de tandarts of mondhygiënist eerst je gebit beoordelen. Die moet vaststellen dat je tanden gezond en vrij van gaatjes zijn en je vullingen in orde. Daarna bekijkt hij de kleur van je tanden. Is er sprake van verkleuring? Wat is de oorzaak ervan? Heb je veel vullingen, kronen of bruggen in je mond? Is aanslag de oorzaak van de verkleuring? Is het resultaat dat je voor ogen hebt realistisch? Bleken is niet altijd de enige of beste oplossing. Vullingen, kronen en bruggen kleuren niet mee en kunnen na het bleken op een storende manier zichtbaar worden. Je mondzorgverlener zal adviseren of bleken voor jou zinvol is en wat het resultaat zal zijn.

Bleekmethoden

Bleken van binnenuit bij ‘dode’ tanden
Eerst maakt de tandarts een opening aan de achterkant van de tand. Hierin brengt hij een papje aan met het blekend middel. Dit papje heeft enkele dagen een blekende werking. Afhankelijk van het behaalde resultaat herhaalt de tandarts de behandeling één of meerdere keren. Uiteindelijk sluit hij de tand af met een definitieve vulling. Het bleekmiddel dat hiervoor lange tijd werd gebruikt is onder invloed van de Europese regelgeving uit de markt genomen. Of de alternatieve middelen even effectief zijn wordt nog onderzocht.

Bleken van buitenaf bij gezonde tanden

Thuisbleken onder begeleiding van de tandarts of mondhygiënist
Egale, niet te ernstige verkleuringen kun je van buiten af bleken. Dat gebeurt met behulp van een bleeklepel. Eerst maakt de tandarts of mondhygiënist een afdruk van je gebit. Hiermee maakt de tandtechnicus in het tandtechnisch laboratorium een bleeklepel van een zachte transparante kunststof, die precies over je gebit past en ruimte laat voor de gel. Dat is belangrijk, om irritatie van het tandvlees te voorkomen. De bleeklepel is de mal waarmee je de blekende gel op de tanden aanbrengt. De gel bevat 3 tot maximaal 6% waterstofperoxide. Na een goede instructie hoe je de gel moet aanbrengen en wanneer je de bleeklepel moet dragen, krijg je de bleeklepel en enkele spuitjes bleekgel mee naar huis. Daarom wordt deze methode ook wel ‘thuisbleken’genoemd. De tandarts geeft aan hoe lang je de bleeklepel met de gel (meestal ‘s nachts) moet dragen voor het gewenste resultaat. Afhankelijk van de verkleuring zie je na enkele dagen of weken effect. Uiteindelijk duurt de behandeling twee tot drie weken. Tijdens het bleken kunnen je tanden en tandvlees tijdelijk gevoelig worden. Raadpleeg je tandarts of mond hygiënist als deze klacht optreedt en vraag om een aangepaste instructie.

Uit onderzoek blijkt dat de thuisbleekmethode onder begeleiding van de tandarts of mondhygiënist het meest effectief en duurzaam is.

Bleken in de mondzorgpraktijk of bleekwinkels
Sommige mondzorgpraktijken en bleekwinkels bieden een versnelde bleekbehandeling aan. Soms gebruiken ze een lamp om de gel te verwarmen en zo het proces te versnellen. Het is niet duidelijk of dit daadwerkelijk een beter resultaat geeft. Door de verandering in de wetgeving zijn concentraties waterstofperoxide hoger dan 6% niet meer toegestaan. Daarom is het onmogelijk in één keer hetzelfde resultaat te behalen als met de thuisbleekmethode. Ook wordt met alternatieve bleekmaterialen geëxperimenteerd. Onderzoek over de resultaten met deze nieuwe materialen is nog niet beschikbaar.

Vragen en antwoorden over bleken

Wat gebeurt er met je tanden als je ze bleekt?

Bij bleken wordt meestal gebruikgemaakt van waterstofperoxide. De peroxide bleekt de verkleuringen. Daarnaast droogt het bleekmiddel de tanden tijdelijk uit en maakt ze iets poreuzer. Hierdoor wordt het glazuur tijdelijk minder doorzichtig en zie je het donkere tandbeen minder.

Hoe lang duurt een bleekbehandeling?

De lengte van een bleekbehandeling hangt af van de bleekmethode. Bij de thuisbleekmethode duurt het meestal twee tot drie weken voordat je het gewenste resultaat hebt bereikt. De tandkleur wordt na het beëindigen van de bleekbehandeling altijd weer iets donkerder. Na zes weken kun je pas het echte bleekresultaat zien.

Kunnen je alle tanden en kiezen bleken?

Tijdens een bleekbehandeling kleuren vullingen, facings (een schildje van porselein of composiet), kronen en bruggen niet mee. Een bleekbehandeling voor die tanden of kiezen heeft dus geen zin. Ze kunnen zelfs meer opvallen na het bleken. Overleg daarom met je tandarts of mondhygiënist vóórdat je je tanden gaat bleken. Bespreek je wensen en vraag of jouw gewenste resultaat haalbaar is.

Is thuisbleken onder begeleiding van de tandarts of mondhygiënist schadelijk voor mijn tanden?

Onderzoek heeft aangetoond dat het buitenste deel van het glazuur direct na het bleken tijdelijk iets poreuzer en minder hard is. Het effect is vergelijkbaar met de schade aan een tand die enige tijd in contact is geweest met frisdrank. Deze veranderingen van het glazuur herstellen, zodra het glazuur in contact komt met speeksel. Thuisbleken onder begeleiding van de tandarts of mondhygiënist heeft, indien je de aanwijzingen opvolgt, geen blijvende nadelige gevolgen en levert het beste resultaat op.

Kan ik tijdens de bleekbehandeling alles eten en drinken?

Het bleken maakt het glazuur van de tanden en kiezen iets poreuzer. Dit effect is tijdelijk. Het glazuur herstelt zich weer. Tijdens de behandeling met de bleeklepel kunnen bepaalde etenswaren en dranken het resultaat nadelig beïnvloeden. Dus, waar is de verkleuring door ontstaan? Tijdens de bleekbehandeling is het gebruik van deze producten, evenals roken, af te raden. Hierdoor zal de duurzaamheid van het bleekresultaat verbeteren.

Kan ik ook zelf mijn tanden bleken?

In sommige winkels en vooral via internet kun je diverse bleekproducten kopen. De wet staat alleen zeer lage concentraties waterstofperoxide toe. Dit betekent dat je weinig effect van de behandeling mag verwachten. Wie hiervoor kiest, moet het ook doen zonder een deskundig advies of een behandeling voor jou wel de aangewezen oplossing is. Als je je tanden wilt bleken, doe dat dan altijd onder begeleiding van de tandarts of mondhygiënist.

Welk resultaat zal het bleken opleveren?

Het te bereiken bleekresultaat verschilt voor iedereen. De basiskleur van het tandbeen bepaalt voor een belangrijk deel het uiteindelijke resultaat. En die basiskleur is bij iedereen anders. Ook gebleekte tanden zullen, net als niet -gebleekte tanden, op den duur verkleuren door veroudering. Dit proces gaat sneller als je rookt of de genoemde voedingsstoffen veel gebruikt. Je tandarts of mondhygiënist kan de kleur van jouw tanden vastleggen en laten zien welke verandering is opgetreden. Indien gewenst kun je de behandeling herhalen.

Kan ik met ‘whitening‘ tandpasta’s mijn tanden witter maken?

De naam is enigszins misleidend. Whitening tandpasta’s bleken niet. De hoeveelheid bleekmiddel die in tandpasta is toegestaan is te gering om effect te hebben. Er zitten enzymen en fosfaten in die kleurstoffen kunnen afbreken en losweken van de tand, waarna je ze makkelijker kunt wegpoetsen. Met whitening tandpasta’s kun je dus makkelijker verkleuringen op het oppervlak verwijderen. En schone tanden lijken witter. Een nieuwe ontwikkeling is het toevoegen van kleurstoffen aan de tandpasta, die de tand tijdelijk wit kleuren.

Download als informatiefolder

 

Droge mond

Tijdelijke, langdurige of blijvende monddroogheid?
Iedereen heeft tijdelijk wel eens last van een droge mond, bijvoorbeeld na langdurig spreken of bij stress. Maar je kunt er ook langdurig last van hebben. Of de klacht kan blijvend zijn. Langdurige of blijvende monddroogheid kan slecht zijn voor uw gebit en mondslijmvlies.

Wat zijn de meest voorkomende klachten bij een droge mond?
U kunt de behoefte hebben om regelmatig uw mond vochtig te maken. Die behoefte kan zowel op de dag als ’s nachts optreden. Soms gaat wegslikken van droog voedsel (bijvoorbeeld beschuit, cracker of brood) moeilijk, als u er niets bij drinkt. Het eten blijft als het ware in uw mond plakken. Verder kunnen zowel de lippen als de tong strak en plakkerig aanvoelen. Ook kunt u problemen hebben met spreken. Denk hierbij aan het klakken van de tong en een moeizame uitspraak van sommige woorden of letters.

Wat zijn de oorzaken van een droge mond?
Een tekort aan speeksel is de oorzaak van een droge mond. De speekselklieren geven bijvoorbeeld onvoldoende speeksel af. Ook kan het speeksel door verdamping uitdrogen bij ademhaling door de mond. Onvoldoende afgifte van speeksel kan ontstaan door:

1. Het gebruik van medicijnen
Honderden medicijnen hebben als bijwerking dat de speekselklieren worden geremd in de afgifte van speeksel. Dit zijn vooral medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling tegen hoge bloeddruk (antihypertensiva), of hartritmestoornissen, of medicijnen zoals antidepressiva, slaap- en plasmiddelen. De medicijnen tasten de speekselklieren zelf meestal niet aan, maar remmen alleen de speekselafgifte.

2. Ziekten
Een droge mond kan optreden bij uitdroging door koorts of diarree. Ook iemand die lijdt aan een nog niet goed ingestelde suikerziekte kan klagen over dorst en monddroogheid. In deze gevallen is de klacht tijdelijk. Zodra de ziekte is genezen of de suikerziekte is geregeld, verdwijnt de droge mond. Blijvende monddroogheid komt voor bij mensen die lijden aan bijvoorbeeld aids of het syndroom van Sjögren (chronische ontsteking van de traan- en speekselklieren). Bij hen kunnen de klachten over monddroogheid wisselen, maar geheel verdwijnen doen ze nooit. Bij het syndroom van Sjögren neemt de monddroogheid met de jaren zelfs toe.

3. Bestraling
Wanneer een kwaadaardig gezwel in het hoofd of de hals radioactief wordt bestraald, kunnen de speekselklieren door de straling onherstelbaar worden beschadigd. Dit resulteert veelal in blijvende, ernstige monddroogheid.

Waarom is speeksel zo belangrijk?
Speeksel heeft een smerende werking wanneer u spreekt, kauwt en slikt. Met behulp van speeksel kunt u makkelijker bewegen met uw wangen, tong en lippen. Met uw speeksel bevochtigt u voedsel zodanig dat u het pijnloos kunt doorslikken. Ook bevochtigt speeksel het mondslijmvlies, waarmee uitdroging wordt voorkomen. Bovendien heeft het een reinigende werking op tanden, kiezen en het mondslijmvlies. Daarnaast remt speeksel de werking en de groei van bacteriën en schimmels in de mond, waardoor mondinfectie wordt voorkomen.

Wat zijn de gevolgen van een droge mond voor uw tanden en kiezen?
In een gezonde mond helpt speeksel uw tanden en kiezen te beschermen. Als u onvoldoende speeksel heeft, vormt tandplak zich sneller dan normaal. Hierdoor ontstaan sneller gaatjes in uw tanden en kiezen. Dit gebeurt vooral wanneer u regelmatig suikerbevattend voedsel eet. In een droge mond treden de vorming van tandplak en gaatjes vooral op langs de randen van het tandvlees. Hierdoor kan bovendien het tandvlees gaan ontsteken. Op den duur kunnen de tanden en kiezen los gaan zitten. Zonder extra beschermende maatregelen kunnen uw tanden en kiezen dus sneller verloren gaan.
Om de gevolgen van monddroogheid te bestrijden, kan iemand op zure snoepjes willen zuigen. Hierdoor bestaat een grotere kans op het ontstaan van gaatjes en tanderosie (slijtage door zuur).

Wat zijn de gevolgen van een droge mond voor iemand met een kunstgebit?
Vaak blijft een kunstgebit in een droge mond niet goed op zijn plaats zitten. Bij anderen ontstaat tussen het kunstgebit en het mondslijmvlies een ingedikte laag speeksel. Het kunstgebit plakt dan als het ware vast aan het gehemelte. Hierdoor gaat het kunstgebit wrikken en ontstaan pijnlijke plekken.

Wat zijn de gevolgen van een droge mond voor het mondslijmvlies?
Slijmvliezen raken makkelijk geïrriteerd als de beschermende speeksellaag ontbreekt. Die irritaties ontstaan bijvoorbeeld door het kunstgebit, of door het eten van zuur of gekruid voedsel of het drinken van alcohol. Er kunnen dan pijnlijke plekken ontstaan op uw tong, wang, gehemelte of tandvlees. Ook ontstekingen, vooral schimmelinfecties, kunnen makkelijk ontstaan.

Hoe zijn de gevolgen van een droge mond te bestrijden?
De gevolgen van een droge mond kunt u, afhankelijk van de oorzaak, op verschillende manieren bestrijden. Overleg met uw tandarts welke behandeling voor u het meest geschikt is. Monddroogheid is te bestrijden door:

Het stimuleren van de speekselafgifte
Uw speekselklieren kunnen tijdelijk niet goed werken of uw speekselafgifte kan geremd zijn door het gebruik van medicijnen. In beide gevallen kunt u de speekselproductie stimuleren. Eet bijvoorbeeld voedsel waarop u goed moet kauwen. Denk aan stevige bruine boterhammen, wortels of suikervrije kauwgom. De afgifte van speeksel kunt u ook versterken door het eten van licht zuur voedsel, zoals fruit of komkommer. Dit werkt vaak niet of onvoldoende bij mensen die reeds langer lijden aan het syndroom van Sjögren of die in het hoofd of de hals zijn bestraald.

Verandering van medicijnen
Is medicijngebruik de oorzaak van uw droge mond? Dan kan uw huisarts of specialist de soort medicijnen, de dosering of het tijdstip van toediening misschien aanpassen.

Het gebruik van speekselvervangers
Het is niet mogelijk de speekselproductie te stimuleren wanneer uw speekselklieren niet meer werken. Als ze nog maar een beetje functioneren, kunt u ze onvoldoende stimuleren. Dan kunt u met behulp van zogenoemde speekselvervangers de gevolgen van een droge mond beperken. Dit zijn speciale vloeistoffen in de vorm van een bevochtigingsgel (Biotène Oral Balance) of een verstuiver (Glandosane, Xialine). Een bevochtigingsgel brengt u op de slijmvliezen aan. Met behulp van een verstuiver kunt u de mondholte met die vloeistof bevochtigen. Het lichtzure Glandosane is voor iemand met eigen tanden en kiezen niet aan te bevelen voor frequent gebruik. Een gel wordt vooral ’s nachts prettig gevonden, een spray is vooral overdag aangenaam. Welk middel u het prettigst vindt, moet u zelf ondervinden. Een mondgel is bij de drogist of apotheek te koop. Een speekselvervanger kan de tandarts voorschrijven en is bij de apotheek verkrijgbaar. Overleg in ieder geval met uw tandarts en begin niet op eigen initiatief aan een middel, ook al is dit bij de drogist of apotheek verkrijgbaar.

Ik heb een droge mond. Is extra verzorging van de mond nodig?
Het is belangrijk dat iemand met een droge mond extra zorg besteedt aan zijn tanden, kiezen en tandvlees. Denk daarbij aan het volgende:

  • Poets uw tanden tweemaal per dag met een zachte tandenborstel en gebruik een fluoridetandpasta.
  • De meeste tandpasta’s hebben een te scherpe mentholsmaak. Alternatieven zijn kinder- of juniortandpasta’s of tandpasta’s specifiek ontwikkeld voor mensen met een droge mond.
  • Gebruik dagelijks ragers, flossdraad of tandenstokers om de ruimten tussen uw tanden en kiezen te reinigen.
  • Eet zo min mogelijk suikerhoudend en zuur voedsel.
  • Overleg met uw tandarts of mondhygiënist of u extra fluoride moet gebruiken en hoe u uw tanden, kiezen en tandvlees het beste kunt verzorgen.

Wie een kunstgebit heeft, doet er goed aan dit zo schoon mogelijk te houden. Reinig het zorgvuldig na iedere maaltijd. Gebruik een speciale protheseborstel en water om etensresten goed te verwijderen. Reinig uw kunstgebit dagelijks met een bij de drogisterij of apotheek beschikbaar reinigingsmiddel. Volg daarbij de voorschriften van de fabrikant. Vraag eventueel uw behandelaar om advies. Een vuil kunstgebit is vooral in een droge mond een broedplaats voor bacteriën en schimmels. Houd ook het slijmvlies (kaken, gehemelte en de overgang van de kaak naar de wangen) onder de prothese goed schoon. Doe uw kunstgebit ’s nachts uit en bewaar het in water. U kunt uw kunstgebit ook in een reinigingsmiddel leggen.

Zie voor meer informatie de websites:

www.drogemond.nl
www.drymouth.info (engelstalig)

Ik heb een droge mond. Moet ik vaker naar de tandarts?
Iemand met een droge mond moet ten minste één keer in de drie maanden de tandarts of mondhygiënist bezoeken. Alleen dan kan beginnende aantasting van uw tanden en kiezen tijdig worden onderkend en verdere aantasting worden voorkómen. Vooral bij ernstige monddroogheid kan deze aantasting zo snel gaan, dat de ontstane schade bij de halfjaarlijkse controle zeer moeilijk of zelfs niet meer te herstellen is.

Download als informatiefolder

Een gezond gebit tijdens de zwangerschap

Tijdens uw zwangerschap heeft u meer kans op het krijgen van tandvleesproblemen en gaatjes. Over het algemeen kunt u dat met extra aandacht voor de verzorging van uw gebit voorkomen.

Kost elk kind de moeder een tand?
U kent vast het praatje wel dat elk kind een tand kost. Gelukkig is dat niet zo. Door de zwangerschap heeft u meer kans op het krijgen van ontstekingen in de mond. Het tandvlees gaat hierdoor sneller bloeden en het is gevoeliger. Als u bovendien minder aandacht besteedt aan de gebitsverzorging en u door uw zwangerschap bijvoorbeeld meer snoept, neemt de kans op het krijgen van gaatjes toe.

Voorzorgsmaatregelen bij zwangerschap
Met een goede gebitsverzorging hoeft uw gebit niet te lijden onder uw zwangerschap. Eigenlijk is het een kwestie van goed blijven poetsen, tweemaal per dag. Houd ook de ruimtes tussen de tanden en kiezen goed schoon met flossdraad of tandenstokers. De verleiding is misschien groot om tandvlees dat bloedt (en dus ontstoken is) te ontzien. Bovendien is het verleidelijk om in geval van misselijkheid de achterste kiezen niet te poetsen. Houd juist deze plekken extra goed schoon. Een tandenborstel met een kleine kop is bij misselijkheid beter te verdragen. Gebruik niet te vaak zoetigheid en suikerhoudende dranken. Bezoek zo nodig uw tandarts of mondhygiënist een keer extra als u vragen heeft.
Let op: overdreven of verkeerd gebruik van hulpmiddelen bij de mondhygiëne kan schade veroorzaken aan de tanden en het tandvlees.

Misselijk
Vaak gaat een zwangerschap gepaard met misselijkheid. Sommige vrouwen zijn zo misselijk dat ze regelmatig moeten overgeven. De verleiding is groot om direct daarna uw tanden te poetsen om die vieze smaak in uw mond kwijt te raken. Toch kunt u dat beter niet doen. Maagzuur tast het glazuur aan. De borstel en de tandpasta hebben een schurende werking. Als u direct na het overgeven uw tanden poetst, kunt u het tandglazuur gemakkelijk wegpoetsen. Beter kunt u uw mond spoelen met water of een mondspoelmiddel.

Tandheelkundige behandelingen bij zwangerschap
Vertel uw tandarts voorafgaand aan de controle dat u zwanger bent. De eerste drie maanden van de zwangerschap is hij voor de zekerheid terughoudend met het maken van röntgenfoto’s. Soms worden uitgebreide tandheelkundige behandelingen uitgesteld tot na de bevalling. Maar de meeste tandheelkundige behandelingen kunt u zonder risico tijdens de zwangerschap ondergaan.

De baby is er. En nu de zorg voor het kindergebit
De leeftijd waarop kinderen hun eerste tandjes krijgen verschilt per kind. Doorgaans breekt de eerste melktand door tussen de zes en negen maanden. De zorg voor de mondgezondheid van uw kind begint zodra het eerste tandje is doorgebroken. Denk daarbij aan het volgende:

  • Poets zodra het eerste tandje is doorgebroken zorgvuldig met een speciale kindertandenborstel en gebruik fluoride-peutertandpasta.
  • Bij kinderen tot twee jaar is het voldoende als u de tanden één keer per dag poetst. Poets de tanden van kinderen vanaf twee jaar twee keer per dag.
  • Stap zo vroeg mogelijk van een zuigfles of antilekbeker over op een drinkbeker zonder tuit. De meeste kinderen kunnen al vanaf negen maanden uit een beker zonder tuit leren drinken. Beperk het gebruik van de zuigfles en anti-lekbeker. Vaak kleine beetjes sap sabbelen uit een zuigfles kan het melkgebit op ernstige wijze aantasten.

Geef geen flesje mee naar bed. Ook niet met melk. Want ook in melk zit van nature suiker dat tandbederf kan veroorzaken.

 Download als informatiefolder

Elektrisch poetsen

Met een goede mondhygiëne houdt u tanden, kiezen en tandvlees gezond. Tandenpoetsen vormt hiervoor de basis. Maar goed tandenpoetsen is een secuur werkje en zeker niet eenvoudig. Vooral met een gewone tandenborstel lukt het vaak niet goed genoeg. Er blijft gemakkelijk tandplak op en tussen de tanden en kiezen achter. Daardoor kunnen gaatjes en tandvleesontstekingen ontstaan. Met een elektrische tandenborstel kunt u tandplak op een makkelijke manier verwijderen.
De elektrische tandenborstel maakt de juiste poetsbeweging voor u. Zo kunt u zich beter concentreren op de plaatsing van de borstelkop in de mond. Poetsen met een elektrische tandenborstel betekent niet dat de gebitsverzorging verder ‘automatisch’ gaat. Ook nu is het belangrijk dat u de borstel goed hanteert en zorgvuldig te werk gaat. Poetsen met een elektrische tandenborstel maakt het reinigen tussen uw tanden en kiezen niet overbodig!

Welke typen elektrische tandenborstels zijn er?
Er bestaan in hoofdzaak twee typen elektrische tandenborstels. De techniek van de borstels verschilt. Zo wordt gebruikgemaakt van de oscillerende-roterende (ronddraaiend heen-en-weergaand) en de sonische (zijwaarts heen-en-weergaand) techniek. De roterende borstels hebben een kleine ronde borstelkop. Hierdoor is het makkelijker om plak te verwijderen op moeilijk bereikbare plaatsen. Ze zijn het populairst en het meest effectief. Uit onderzoek blijkt dat deze borstels beter plak verwijderen dan normale handtandenborstels. Ze zorgen daarmee dus voor een betere mondhygiëne. Aan de nieuwste roterende borstels is een pulserende techniek toegevoegd. Hierbij beweegt de borstelkop in een hoge snelheid naar de tand toe. Zo komen de borstelharen beter tussen de tanden en kiezen.

De sonische borstels hebben de vertrouwde vorm van de gewone handtandenborstel. De poetstechniek lijkt sterk op die van de gewone tandenborstel. De borstel beweegt snel heen-en-weer en maakt een zijwaartse borstelbeweging. Hiervan is nog niet wetenschappelijk aangetoond dat ze beter reinigen dan gewone handtandenborstels. Een belangrijk voordeel is wel dat de borstel automatisch de juiste poetsbeweging voor u maakt.

Welke elektrische borstel moet ik kiezen?
Er zijn heel veel verschillende soorten elektrische tandenborstels te koop. Dat maakt het kiezen vaak niet makkelijker. Kies eerst voor een borstelkop. Wilt u poetsen met een kleine ronde borstelkop? Of gaat uw voorkeur uit naar de vertrouwde langwerpige vorm? Eigenlijk maakt u nu de keuze voor het roterende of sonische systeem. Kies in ieder geval voor een accugeladen elektrische tandenborstel. Ze functioneren beter dan de varianten op batterijen. De exemplaren op batterijen zijn minder effectief. Ze maken een beperkt aantal poetsbewegingen en de kracht van de batterij is gering. Borstels op batterijen zijn wel een handig alternatief voor op vakantie. Vrijwel alle accugeladen elektrische tandenborstels hebben een timer. Dat is handig, want dan krijgt u na twee minuten poetsen een signaal dat u lang genoeg heeft gepoetst. Sommige borstels geven na dertig seconden een signaal, zodat u weet dat u van vlak kunt wisselen. Kies een borstel die u prettig vindt in het gebruik. U zult er beter mee poetsen en u heeft een kleinere kans dat u schade aanricht aan uw tanden of tandvlees. De beste tandenborstel is die borstel die u graag gebruikt!

Kijk ook op: www.oral-b.nl

Waarmee moet ik poetsen?
Gebruik een borstel met zachte haren. Vervang deze zodra de haren uit elkaar gaan staan en buiten de borstelkop uitsteken. Een nieuwe opzetborstel verwijdert meer plak dan een borstel die aan vervanging toe is. Poets uw tanden tweemaal per dag met fluoridetandpasta. Gebruik een halve tot één centimeter tandpasta. Of u nu elektrisch poetst of gewoon: reinig ook de ruimte tussen uw tanden en kiezen met flossdraad, tandenstokers of ragers. Kies de hulpmiddelen in overleg met uw tandarts of mondhygiënist.

Hoe moet ik poetsen met een elektrische tandenborstel?
Hieronder volgt een heldere poetsinstructie voor het roterende systeem. De poetstechniek voor de sonische variant wijkt hiervan af. Kijk daarvoor in de gebruiksaanwijzing van uw elektrische tandenborstel. Zet de borstel onder een kleine hoek op het tandoppervlak net over de tandvleesrand. Oefen weinig druk uit. Zodra de borstel contact maakt met het tandoppervlak reinigt de borstel al. Houd de borstel enkele seconden stil op de tand of kies, zodat de borstel ook tussen uw tanden en kiezen komt. De borstel maakt zelf de poetsbeweging. Beweeg de borstel alleen om deze naar de volgende tand of kies te brengen. Volg daarbij de vorm van uw tanden en kiezen. Gaat u voor het eerst elektrisch poetsen? Vraag uw tandarts of mondhygiënist om een poetsinstructie.

Instructie elektrisch poetsen
Houd een vaste poetsvolgorde aan. Begin bijvoorbeeld steeds aan de binnenkant in de onderkaak en poets die helemaal. Schuif de borstel steeds één tand of kies op. Let erop dat u de borstelkop diep tussen uw kiezen en uw tong in plaatst. Anders raken de borstelharen uw kiezen niet goed en wordt het randje van het tandvlees niet schoon. Poets ook de achterkant van de laatste kies zorgvuldig. Poets dan de hele buitenkant van de onderkaak. Doe dat ook weer tand voor tand. Poets vervolgens bovenop de kiezen (de kauwvlakken). Poets ook hier weer kies voor kies.

Is een elektrische tandenborstel beter dan een gewone tandenborstel?
Ja, uit onderzoek is gebleken dat roterende elektrische tandenborstels beter plak verwijderen dan normale handtandenborstels. Ze zorgen daarmee dus voor een betere mondhygiëne.

Reinigt de elektrische tandenborstel ook tussen mijn tanden en kiezen?
Als u de roterende elektrische borstel goed gebruikt, komt deze gedeeltelijk tussen uw tanden en kiezen. Elektrisch poetsen maakt het reinigen van die tussenruimten niet overbodig! Reinig daarom ook de ruimten tussen uw tanden en kiezen eenmaal per dag met flossdraad, tandenstokers of ragers.

Welke tandpasta moet ik gebruiken als ik elektrisch poets?
Poets ook met een elektrische tandenborstel uw tanden tweemaal per dag met een fluoridetandpasta.

Kan een elektrische tandenborstel het tandvlees of het tandglazuur beschadigen?
Bij juist gebruik kan de elektrische tandenborstel uw tandvlees of tandglazuur niet beschadigen. Als u een verkeerde poetsmethode hanteert, te krachtig poetst of een sterk schurende tandpasta gebruikt, kunt u uw tandvlees en tandglazuur beschadigen. Maar dit geldt ook voor het gebruik van een gewone tandenborstel. Dat kan zelfs als u een borstel gebruikt met zachte haren. Neem uw borstel daarom mee naar de tandartspraktijk en vraag uw tandarts of mondhygiënist om een poetsinstructie.

Kan ik uitsluitend elektrisch poetsen?
Ja, u kunt uw tanden uitsluitend elektrisch poetsen. Wilt u daarnaast toch graag handmatig blijven poetsen? Poets dan bijvoorbeeld eenmaal elektrisch en eenmaal met een gewone tandenborstel per dag.

Is een elektrische tandenborstel ook geschikt voor kinderen?
Ja, zodra kinderen een tandenborstel kunnen vasthouden, kunnen ze ook elektrisch poetsen. Er zijn speciale elektrische tandenborstels en opzetborstels voor kinderen. Die zijn kleiner en daarom geschikt voor de kindermond. Poetsen met een elektrische tandenborstel is juist leuk voor kinderen. Het draagt bij aan de motivatie om het gebit goed te verzorgen. Zeker voor de ouders is de elektrische tandenborstel een handig hulpmiddel. Met de elektrische tandenborstel kunnen ouders makkelijk en goed napoetsen. Begeleid uw kind bij het tandenpoetsen totdat het tien jaar oud is. Dit geldt zowel voor elektrische als gewone tandenborstels.

Voor wie is elektrisch poetsen geschikt?
Elektrisch poetsen is geschikt voor iedereen. Veel mensen hebben moeite om hun gebit goed te poetsen en slaan het reinigen tussen de tanden en kiezen vaak over. Dan kan een roterende elektrische borstel effectief zijn. De elektrische borstel kan een zeer praktisch hulpmiddel zijn voor mensen met bijvoorbeeld reuma, kokhalsneigingen of stoornissen in de fijne motoriek. Moet u het gebit van bijvoorbeeld uw kind, bewoner of patiënt poetsen? Ook dan kan de elektrische borstel uitkomst bieden.

Kent elektrisch poetsen ook nadelen?
Het trillen van de borstel wordt soms als onprettig ervaren, maar vaak went dat na een tijdje vanzelf. Ook is de elektrische tandenborstel duurder dan een gewone borstel. Dat geldt zowel voor de aanschaf van de tandenborstel als voor de vervanging van de borstelkopjes. In het handvat van een elektrische tandenborstel zit een ingewikkeld stukje techniek. Als de borstel op de vloer valt, kan die stuk gaan.

De voordelen van roterend elektrisch poetsen
De elektrische tandenborstel maakt de juiste poetsbeweging voor u. Daardoor kunt u zich volledig concentreren op het goed plaatsen van de borstelkop.
De borstelkop is klein. Daardoor komt u makkelijker op de moeilijk bereikbare plaatsen in uw mond.
Als u de elektrische borstel op de juiste manier gebruikt, verwijdert u meer tandplak op en tussen uw tanden en kiezen en langs de rand van het tandvlees dan met een gewone tandenborstel. Elektrisch poetsen gaat gemakkelijk en is minder vermoeiend. Hierdoor neemt u waarschijnlijk meer tijd om te poetsen. Timers helpen daarbij. Ze geven na twee minuten een signaal. Met een elektrische tandenborstel poetst u meestal langer, waardoor uw gebit ook schoner wordt.

Eten drinken en een gezond gebit 
Veel voedingsmiddelen kunnen het glazuur van uw tanden en kiezen aantasten. Op zich is dat geen probleem. Uw gebit herstelt zich na verloop van tijd vanzelf weer. Daarbij speelt speeksel een belangrijke rol. Speeksel neutraliseert zuur en heeft zo een beschermende werking. Eet u te vaak op één dag, dan krijgt uw gebit onvoldoende kans om te herstellen. Daarom is het voor uw gebit nadelig als u de hele dag door eet of bepaalde dranken drinkt.

Wat is de invloed van eten en drinken op mijn gebit?
In vrijwel al ons eten en drinken zitten suikers en zetmeel. Tandplak bestaat uit bacteriën en producten van bacteriën. Die zetten suikers en zetmeel in de mond om in zuren. Die zuren veroorzaken gaatjes in uw gebit. Suikers worden aan veel voedingsmiddelen toegevoegd, bijvoorbeeld aan snoep, koek en frisdrank. Maar er zitten ook van nature suikers in producten, bijvoorbeeld in fruit. Zetmeel zit in aardappels, pasta’s, brood, crackers en peulvruchten. Als u vaak voedingsmiddelen gebruikt waarin suiker en zetmeel zitten, loopt u een groter risico op gaatjes in uw tanden en kiezen.

Wat is de invloed van dranken op mijn gebit?
In frisdrank, vruchtensap, yoghurtdrank en wijn zitten suikers. Ze bevatten behalve suikers die gaatjes veroorzaken ook zuren. Het zuur proeft u nauwelijks. De suiker overheerst de zure smaak. Zuren tasten uw tandglazuur aan. Daardoor slijt uw gebit. Deze vorm van slijtage heet erosie. Tanderosie is een sluipend proces dat niet gemakkelijk te herstellen is. Het gaat niet alleen om hoevéél zure producten u eet en drinkt. Hoe vaker u dat doet en hoe langer u zure producten in uw mond houdt, hoe groter de kans op tanderosie is. Ook de manier waarop u eet en drinkt is van invloed. Wanneer tanderosie niet wordt bestreden, kunnen zuren het tandglazuur en vervolgens zelfs het blootliggende tandbeen oplossen. Water zonder prik, koffie en gewone thee zonder suiker zijn niet schadelijk voor uw gebit.

Hoe vaak kan ik iets eten en drinken zonder kans op gaatjes?
De kans op gaatjes is klein wanneer u drie hoofdmaaltijden per dag en maximaal vier keer iets tussendoor eet of drinkt. Dan krijgt uw gebit voldoende kans om zich te herstellen.

Zijn lightproducten beter voor mijn tanden?
In suikervrije lightproducten zoals bijvoorbeeld zoetjes voor in de koffie of lightdranken zitten suikervangers. Deze producten veroorzaken geen gaatjes. Lightdranken bevatten wel evenveel zuur als gewone frisdranken. De kans op slijtage van uw gebit als gevolg van zuur (tanderosie) is bij lightfrisdrank dus even groot als bij gewone frisdrank.

Hoe verklein ik de kans op slijtage van mijn tanden en kiezen?
Drink niet te vaak dranken waarin zuren zitten. Gebruik ten minste één uur voor het tandenpoetsen geen zure producten. Het zuur tast namelijk het tandglazuur aan. De borstel en de tandpasta hebben een schurende werking. Als u direct na het eten of drinken van zuur uw tanden poetst, kunt u het tandglazuur gemakkelijk wegpoetsen. Dan slijt uw gebit dus sneller. Dat geldt ook als u direct nadat u heeft overgegeven uw tanden poetst. Geef uw gebit ook dan de tijd om te herstellen. Lees hier meer over tanderosie.

Maakt het voor de gezondheid van mijn gebit uit welk tussendoortje ik neem?
Het aantal tussendoortjes heeft de meeste invloed op de aantasting van uw gebit. Natuurlijk weet u ook wel dat een stuk fruit beter is dan drop, zuurtjes of ander kleverig snoepgoed. Voedsel waarop u goed moet kauwen, zoals bruine boterhammen, rauwe groente en fruit, zorgt er bovendien voor dat u de speekselvorming stimuleert. Vergeet niet dat ook veel dranken tot de tussendoortjes behoren. Ze kunnen gaatjes en gebitsslijtage veroorzaken.

Snoep verstandig, eet een appel.
Echt waar? Een appel of ander (vers) fruit is een verstandig tussendoortje, ook al zit er suiker in. Fruit is niet kleverig en wordt meestal in één keer achter elkaar opgegeten. Bovendien is fruit gezond.

Wat is het effect van kauwgom?
Als u kauwgom kauwt, activeert u de productie van beschermend speeksel. In de meeste soorten kauwgom zitten suikervervangers. Kijk ernaar op de verpakking en kies een suikervrije variant.

Wat kan ik verder doen om mijn gebit gezond te houden?
Met een goede mondhygiëne houdt u tanden, kiezen en tandvlees gezond. Poets uw tanden daarom tweemaal per dag met fluoridetandpasta. Met de tandenborstel alleen kunt u de ruimten tussen tanden en kiezen niet goed reinigen. Gebruik daarom dagelijks flossdraad, tandenstokers of ragers.

Tips voor een gezond gebit

  • Kies voor drie hoofdmaaltijden per dag, zodat u minder behoefte heeft aan tussendoortjes.
  • Gebruik maximaal vier keer per dag iets tussendoor.
  • Eet maximaal een- of tweemaal per dag zuur fruit.
  • Drink frisdrank en andere zure dranken met mate.
  • Poets uw tanden tweemaal per dag met fluoridetandpasta.
  • Gebruik dagelijks flossdraad, stokers of ragers om de ruimten tussen uw tanden en kiezen te reinigen.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw tandarts of mondhygiënist.

Download als informatiefolder

Eten, drinken en een gezond gebit

Niet vaker dan 7x iets eten of drinken per dag
Veel voedingsmiddelen kunnen het glazuur van uw tanden en kiezen aantasten. Op zich is dat geen probleem. Uw gebit herstelt zich na verloop van tijd vanzelf weer. Daarbij speelt speeksel een belangrijke rol. Speeksel neutraliseert zuur en heeft zo een beschermende werking. Eet u te vaak op één dag, dan krijgt uw gebit onvoldoende kans om te herstellen. Daarom is het voor uw gebit nadelig als u de hele dag door eet of bepaalde dranken drinkt.

Wat is de invloed van eten en drinken op mijn gebit?
In vrijwel al ons eten en drinken zitten suikers en zetmeel. Tandplak bestaat uit bacteriën en producten van bacteriën. Die zetten suikers en zetmeel in de mond om in zuren. Die zuren veroorzaken gaatjes in uw gebit. Suikers worden aan veel voedingsmiddelen toegevoegd, bijvoorbeeld aan snoep, koek en frisdrank. Maar er zitten ook van nature suikers in producten, bijvoorbeeld in fruit. Zetmeel zit in aardappels, pasta’s, brood, crackers en peulvruchten. Als u vaak voedingsmiddelen gebruikt waarin suiker en zetmeel zitten, loopt u een groter risico op gaatjes in uw tanden en kiezen.

Wat is de invloed van dranken op mijn gebit?
In frisdrank, vruchtensap, yoghurtdrank en wijn zitten behalve suikers die gaatjes veroorzaken ook zuren. Het zuur proeft u nauwelijks. De suiker overheerst de zure smaak. Zuren tasten uw tandglazuur aan. Daardoor slijt uw gebit. Deze vorm van slijtage heet tanderosie. Tanderosie is een sluipend proces dat niet gemakkelijk te herstellen is. Het gaat niet alleen om hoevéél zure producten u eet en drinkt. Hoe vaker u dat doet en hoe langer u zure producten in uw mond houdt, hoe groter de kans op tanderosie is. Ook de manier waarop u eet en drinkt is van invloed. Wanneer tanderosie niet wordt bestreden, kunnen zuren het tandglazuur en vervolgens zelfs het blootliggende tandbeen oplossen. Water, koffie en gewone thee zonder suiker zijn niet schadelijk voor uw gebit.

Hoe vaak kan ik iets eten en drinken zonder kans op gaatjes?
De kans op gaatjes is klein wanneer u drie hoofdmaaltijden per dag en maximaal vier keer iets tussendoor eet of drinkt. Dan krijgt uw gebit voldoende kans zich te herstellen.

Zijn lightproducten beter voor mijn tanden?
In suikervrije lightproducten zoals bijvoorbeeld zoetjes voor in de koffie of lightdranken zitten suikervangers. Deze producten veroorzaken geen gaatjes. Lightdranken bevatten wel evenveel zuur als gewone frisdranken. De kans op slijtage van uw gebit als gevolg van zuur (tanderosie) is bij lightfrisdrank dus even groot als bij gewone frisdrank.

Hoe verklein ik de kans op slijtage van mijn tanden en kiezen?
Eet of drink niet te vaak producten waarin zuren zitten. Neem een uur voor het tandenpoetsen geen zuur. Het zuur tast namelijk het tandglazuur aan. De borstel en de tandpasta hebben een schurende werking. Als u direct na het eten of drinken van zuur uw tanden poetst, kunt u het tandglazuur gemakkelijk wegpoetsen. Dan slijt uw gebit dus sneller. Dat geldt ook als u direct nadat u heeft overgegeven uw tanden poetst. Geef uw gebit ook dan de tijd om te herstellen. Lees hier meer over tanderosie.

Maakt het voor de gezondheid van mijn gebit uit welk tussendoortje ik neem?
Het aantal tussendoortjes heeft de meeste invloed op de aantasting van uw gebit. Natuurlijk weet u ook wel dat een stuk fruit beter is dan drop, zuurtjes of ander kleverig snoepgoed. Voedsel waarop u goed moet kauwen, zoals bruine boterhammen, rauwe groente en fruit, zorgt er bovendien voor dat u de speekselvorming stimuleert. Vergeet niet dat ook veel dranken tot de tussendoortjes behoren. Ze kunnen gaatjes en gebitsslijtage veroorzaken.

Snoep verstandig, eet een appel. Echt waar?
Een appel of ander (vers) fruit is een verstandig tussendoortje, ook al zit er suiker in. Fruit is niet kleverig en wordt meestal in één keer achter elkaar opgegeten. Bovendien is fruit gezond.

Wat is het effect van kauwgom?
Als u kauwgom kauwt, activeert u de productie van beschermend speeksel. In de meeste soorten kauwgom zitten suikervervangers. Kijk ernaar op de verpakking en kies een suikervrije variant. Xylitol is een natuurlijke zoetstof. Xylifresh kauwkom met 100% xylitol helpt tandplak voorkomen en wordt aanbevolen door het Ivoren Kruis.

Wat kan ik verder doen om mijn gebit gezond te houden?
Met een goede mondhygiëne houdt u tanden, kiezen en tandvlees gezond. Poets uw tanden daarom tweemaal per dag met fluoridetandpasta. Met de tandenborstel alleen kunt u de ruimten tussen tanden en kiezen niet goed reinigen. Gebruik daarom op advies van uw behandelaar dagelijks ragers, flossdraad of tandenstokers.

Tips voor een gezond gebit

  • Kies voor drie hoofdmaaltijden per dag, zodat u minder behoefte heeft aan tussendoortjes.
  • Gebruik maximaal vier keer per dag iets tussendoor.
  • Eet maximaal een- of tweemaal per dag zuur fruit.
  • Drink frisdrank en andere zure dranken met mate.
  • Poets uw tanden tweemaal per dag met fluoridetandpasta.
  • Gebruik dagelijks ragers, flossdraad of tandenstokers om de ruimten tussen uw tanden en kiezen te reinigen.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw tandarts of mondhygiënist.

Download als informatiefolder

Facings

Wat is een facing?
U wilt mooie witte tanden? Of wilt u verlost worden van een spleetje tussen uw tanden? Of wilt u een afgebroken tand laten repareren? Met behulp van een zogenoemde facing kan de tandarts het uiterlijk van uw gebit verfraaien.

Een facing is een laagje tandkleurig vulmateriaal van composiet of een schildje van porselein. De tandarts plakt het vulmateriaal op de tand. Zo kan hij de vorm of de kleur van een tand veranderen. Ook kan hij spleetjes tussen tanden opvullen, afgebroken hoekjes repareren, gele of bruine tanden weer wit maken en scheve tanden maskeren.

Hoe lang gaat een facing mee?
Een facing gaat vijf tot tien jaar en soms ook langer mee. Roken en veel koffie of thee drinken, werkt verkleuring in de hand. Een facing kan slijten of beschadigen als u bijvoorbeeld tandenknarst of op uw nagels bijt. De tandarts kan een gesleten of beschadigde facing altijd repareren of vervangen. Deze behandeling beschadigt de tand zelf niet.

Van welk materiaal worden facings gemaakt?
Een facing wordt gemaakt van composiet of porselein. Voor een facing van composiet hoeft de tandarts over het algemeen minder aan uw tand te slijpen. Ook is het resultaat beter voorspelbaar en de kosten zijn aanzienlijk lager dan bij een porseleinen facing. Daar tegenover staat dat een facing van porselein minder gevoelig is voor aanslag op het oppervlak.

Waaruit bestaat de behandeling voor een facing?
Het aanbrengen van een facing verloopt in een aantal stappen. Een facing van composiet brengt de tandarts in één behandeling aan. Een porseleinen facing wordt in een tandtechnisch laboratorium gemaakt. Daarom moet u minstens tweemaal naar uw tandarts.

De behandeling in stappen voor een composiet facing

1. Kiezen van de kleur
Eerst kiest de tandarts in overleg met u de juiste kleur van uw facing. Het effect van de gewenste kleur kan de tandarts u direct laten zien. Hij heeft verschillende kleuren tot zijn beschikking die hij met elkaar kan combineren. U kunt het vergelijken met het mengen van verschillende soorten verf.

2. Afslijpen van de tand
Als het nodig is, slijpt de tandarts een heel dun laagje van het oppervlak van uw tand af. Zo maakt hij ruimte voor de facing. Als dit niet gebeurt, wordt uw tand iets dikker.

3. Vastplakken van de facing
Voordat uw tandarts de composiet aan uw tand plakt, behandelt hij uw tand voor met een zuur. Ook brengt hij een hechtlaag aan op uw tand. Op deze laag bevestigt hij de nog zachte composiet.

4. In vorm brengen van de facing
Nadat uw tandarts de composiet op uw tand heeft geplakt, boetseert hij het vulmateriaal eerst globaal in de juiste vorm. De tandarts beschijnt de composiet met een blauw licht als de gewenste vorm is bereikt. Hiermee maakt hij de composiet hard. Ten slotte slijpt hij de composiet in de gewenste vorm en polijst hij het oppervlak. Dan is de facing klaar. Als u de vorm of kleur niet goed vindt, kan uw tandarts de facing, na het wegslijpen van een laagje composiet, direct corrigeren.

De behandeling in stappen voor een porseleinen facing

1. Kiezen van de kleur
Tijdens de eerste behandeling bepaalt uw tandarts in overleg met u de juiste kleur van de facing. Hij gebruikt daarvoor een kleurenstaal. Uw facing wordt vervolgens in het tandtechnisch laboratorium in deze kleur gemaakt.

2. Afslijpen van de tand
Bij een facing van porselein moet de tandarts bijna altijd glazuur wegslijpen. Een porseleinen facing moet namelijk minimaal een halve millimeter dik zijn.

3. In vorm brengen van de facing
Uw tandarts maakt een afdruk van uw tand. Die afdruk gaat naar het tandtechnisch laboratorium. Daar maken ze uw facing in de gewenste vorm.

4. Vastplakken van de facing
Tijdens de tweede behandeling brengt de tandarts de facing aan. Voordat de tandarts de facing aan uw tand plakt, behandelt hij uw tand voor met een zuur. Ook brengt hij een hechtlaag aan op uw tand. Op deze laag plakt hij de facing. Als u de vorm of kleur van de facing niet goed vindt, moet een geheel nieuwe facing in het tandtechnisch laboratorium worden gemaakt.

Hoe voelt een facing?
Een facing voelt zoals een eigen tand. Misschien moet u er eerst even aan wennen. Praten kan in het begin wat problemen geven als uw tanden langer zijn gemaakt. Als de tandarts de vorm van uw tanden erg heeft veranderd, kunnen klanken wel eens vervormen. Dat gaat na een paar dagen vanzelf over.

Kun je met een facing alles eten?
Met een facing kunt u alles eten. Maar u moet niet op harde dingen bijten, zoals op zuurtjes, uw nagels of bijvoorbeeld een pen. Ook het afscheuren van bijvoorbeeld plakband met uw tanden is af te raden.

Heeft een facing extra onderhoud nodig?
Een facing heeft geen extra onderhoud nodig. Wel zult u zoals altijd uw gebit goed moeten schoonhouden. Poets met een zachte tandenborstel. Gebruik regelmatig tandfloss om ook tussen de tanden goed te reinigen.

Wat kost een facing?
De kosten van een facing hangen onder meer af van het materiaal dat de tandarts gebruikt. Een facing van composiet is aanzienlijk goedkoper dan een facing van porselein. Dit prijsverschil ontstaat onder andere door de kosten van het tandtechnisch laboratorium. Uw tandarts kan aangeven wat de behandeling gaat kosten.

 

Flossen en flosdraad

Goede mondhygiëne is belangrijk
Met een goede mondhygiëne houdt u tanden, kiezen en tandvlees gezond. Twee keer per dag twee minuten tandenpoetsen met fluoridetandpasta vormt hiervoor de basis. Met een tandenborstel alleen kunt u de ruimte tussen uw tanden en kiezen niet altijd goed schoonmaken. Daarvoor kunt u bijvoorbeeld flossdraad gebruiken.

Tandplak
Op en tussen de tanden en kiezen ontstaat tandplak. Om uw mond gezond te houden, moet u dit nauwelijks zichtbare, wit-gelige laagje verwijderen. Tandplak bestaat hoofdzakelijk uit bacteriën en producten van bacteriën. Wanneer u de tandplak niet regelmatig weghaalt, kunnen de bacteriën tandvleesontsteking en gaatjes veroorzaken. Niet verwijderde tandplak kan hard worden en verkalken tot tandsteen. Aan tandsteen hecht zich makkelijk weer nieuwe tandplak. Het tandvlees kan steeds meer ontstoken raken. De ontsteking kan zich uitbreiden en het daaronder gelegen kaakbot aantasten. Uiteindelijk kan er zoveel kaakbot verdwijnen dat uw tanden en kiezen los gaan staan.

Verwijderen van tandplak tussen de tanden en kiezen met flossdraad
Om de tandplak tussen uw tanden en kiezen te verwijderen, kunt u verschillende hulpmiddelen gebruiken, te weten flossdraad, tandenstokers of ragers. Overleg met uw tandarts of mondhygiënist welk instrument voor u het meest geschikt is. Gebruik eenmaal per dag flossdraad als de tussenruimte zeer smal is. Bij grotere tussenruimten kunt u beter tandenstokers gebruiken. Is de tussenruimte te groot voor een tandenstoker? Gebruik dan ragers.

Welk flossdraad moet ik gebruiken?
Flossdraad is verkrijgbaar in verschillende soorten en dikten, met en zonder waslaagje. Sommige mensen gebruiken liever een flossboogje. Overleg met uw tandarts of mondhygiënist welk flossdraad u het beste kunt gebruiken.
In het begin is het gebruik van flossdraad soms moeilijk en pijnlijk. Het tandvlees gaat dan gemakkelijk bloeden omdat het nog ontstoken is. Als u dagelijks flosst, verdwijnt de ontsteking en dus ook het bloeden. Bovendien wordt het gebruik minder pijnlijk. Bloedend tandvlees kan ook het gevolg zijn van een verkeerde techniek. Wordt het bloeden niet minder of juist erger? Ga dan naar uw tandarts of mondhygiënist.

Hoe moet ik flossen?
1. Neem een stukje flossdraad van veertig centimeter voor uw hele gebit. Wikkel de uiteinden losjes om de middelvingers en houd een stukje van drie centimeter flossdraad strak tussen beide duimen en wijsvingers.

Neem een stukje flossdraad

2. Breng met behulp van uw duimen en wijsvingers de draad met gedoseerde kracht en heen-en-weergaande bewegingen door het punt waar de tanden of kiezen elkaar raken (contactpunt). Doe dit voorzichtig en voorkom doorschieten.

Breng de draad met gedoseerde kracht door het contactpunt

3. Trek de draad na het contactpunt strak om de tand of kies. Breng de draad onder het tandvlees totdat u weerstand voelt. Het mag geen pijn doen. Haal de draad dan, terwijl die contact houdt met de zijkant van de tand of kies, met korte heen-en-weergaande bewegingen terug tot het contactpunt.

Trek de draad strak om de tand of kies

4. Trek de draad nu strak om de aangrenzende zijkant van de tand of kies. Breng de draad weer voorzichtig onder het tandvlees. Stop als u weerstand voelt. Breng de draad, terwijl die contact houdt met de zijkant van de tand of kies, met korte heen-en-weergaande bewegingen terug tot het contactpunt.

Breng de draad voorzichtig onder het tandvlees

5. Breng de flossdraad dan met een zagende beweging door het contactpunt en haal hem terug.

Haal de draad met een zagende beweging door het contactpunt terug

6. Ga door naar de volgende tand of kies. Gebruik voor iedere tussenruimte steeds een nieuw stukje flossdraad.

Gebruik voor iedere tussenruimte een nieuw stukje flossdraad

Brugnaald en superfloss
Als u de flossdraad niet door het contactpunt tussen uw tanden of kiezen kunt brengen (bijvoorbeeld bij een brug of vaste beugel) kan een brugnaald uitkomst bieden. Een brugnaald is een plastic naald met een groot oog. Een gangbare flossdraad voert u door het oog van deze naald. Met het puntje van de naald komt u tussen twee tanden die erg dicht tegen elkaar aan staan. De naald is dus een hulpmiddel om de flossdraad toch tussen de tanden of kiezen te brengen op plaatsen waar dit anders niet zou lukken. Superfloss is een alternatief voor een brugnaald. Het begin van dit flossdraad heeft een stevige punt in de vorm van een plastic naald. Hierdoor kunt u het flossdraad in één keer doortrekken.

Let op: Overdreven of verkeerd gebruik van hulpmiddelen bij de mondhygiëne kan schade veroorzaken aan de tanden en het tandvlees.

 

Nieuw kunstgebit

Een nieuw kunstgebit Een nieuw kunstgebit is een grote verandering. Uw nieuwe kunstgebit speelt een belangrijke rol bij het kauwen en spreken. Bovendien zijn uw kunsttanden erg belangrijk voor uw uiterlijk. Uw tanden zijn immers uw eerste blikvanger.
Zie ook Overkappingsprothese.
Wennen aan uw nieuwe kunstgebit Uw nieuwe kunstgebit zit waarschijnlijk niet meteen lekker. Het is nieuw en vooral anders. En daaraan moet u beslist wennen. Vooral in het begin zult u wat problemen ondervinden. Uw tandarts of tandprotheticus* zal u in de lastige beginperiode goed begeleiden, zodat u zo snel mogelijk aan uw nieuwe tanden en kiezen zult wennen. Ga voor de nacontrole en periodieke controle terug naar uw behandelaar.

* Wij spreken hier kortweg over behandelaar.

NB. Dit kan een tandarts zijn of een tandprotheticus. Een tandprotheticus is een tandtechnicus die gespecialiseerd is in het maken van kunstgebitten.

Uiterlijk
Vooral als u in de spiegel kijkt, zult u erg moeten wennen. Uw bovenlip kan wat ‘voller’ zijn en uw gezicht wat minder ingevallen. Uw mond is nu eenmaal een belangrijke blikvanger. Uzelf en mensen uit uw omgeving zullen even aan uw nieuwe verschijning moeten wennen.

Eten
Eten met uw nieuwe kunstgebit is wat onwennig. Zeker in het begin zult u voorzichtig aan doen. U ervaart zelf het beste wat wel en niet kan. Neem de eerste dagen zacht voedsel, zoals puree, gehakt en zacht fruit. Probeer enkele dagen daarna een stukje vis en een aardappel. Weer later kunt u voedsel eten zoals vlees of een appel. Stukken afbijten kunt u met een kunstgebit beter niet doen. Snijd uw voedsel daarom in stukjes en kauw rustig en gelijkmatig met de kunstkiezen. Neem daarbij aan beide zijden een stukje voedsel in de mond. Neem er iets meer tijd voor dan dat u gewend was.

Praten
Met uw nieuwe kunstgebit praat u in het begin wat onwennig. U slist bijvoorbeeld. Of bepaalde klanken klinken anders dan u gewend was. Het is alsof u met een volle mond praat. Dit is normaal. Uw mond moet nog wennen aan uw nieuwe kunstgebit. Meestal gaat het na enkele dagen een stuk beter. Oefen extra met die woorden of letters die nog niet helemaal naar uw zin klinken. Lees bijvoorbeeld de krant hardop.

Pijn door een nieuw kunstgebit
Het dragen van uw nieuwe kunstgebit kan in het begin pijnlijk zijn. Het zit strak tegen uw kaken aan. Op sommige plaatsen misschien wel iets té strak. Daardoor kunnen gevoelige, zogenoemde drukplaatsen ontstaan. Door kleine en eenvoudige correcties aan uw kunstgebit kan uw behandelaar deze pijn wegnemen. Vijl of schuur nooit zelf aan uw kunstgebit!
Voor een goed resultaat is het belangrijk dat u uw kunstgebit in uw mond houdt. Probeer er direct mee te praten en te eten. De behandelaar controleert uw kunstgebit enkele dagen nadat het geplaatst is. Heeft u vanwege de pijn of de onwennigheid toch besloten uw kunstgebit uit te doen? Doe het dan minstens een halve dag voor u naar de behandelaar gaat weer in. Anders kan hij niet alle pijnlijke plekken herkennen. Laat u zich er niet toe verleiden uw oude kunstgebit weer in te doen. U zult dan natuurlijk niet aan uw nieuwe wennen. Met uw nieuwe kunstgebit is het vaak een kwestie van doorzetten!

Reinigen van uw kunstgebit
Uw kunstgebit is nu nog nieuw en mooi. Dat wilt u natuurlijk graag zo houden. Daarom moet u, net als bij eigen tanden en kiezen, uw kunstgebit verzorgen. Als u het niet regelmatig schoonmaakt, blijven er voedselresten achter. Zowel op uw kunstgebit als eronder. Als u die niet verwijdert, kan uw tandvlees op den duur gaan ontsteken. Reinig uw gebit daarom zorgvuldig na iedere maaltijd. Gebruik een speciale protheseborstel, bijvoorbeeld van Lactona of Oral-B, en water om etensresten goed te verwijderen. Gebruik géén tandpasta. Die kan te veel schuren. Een schoon kunstgebit voelt altijd glad aan. Laat het gladde gebit tijdens het reinigen niet uit uw handen glippen. Het zal kapot gaan. Vul voor de zekerheid eerst de wasbak met water en reinig uw kunstgebit daarboven.
Reinig uw kunstgebit dagelijks met een bij de drogisterij of apotheek beschikbaar reinigingsmiddel. Volg daarbij de voorschriften van de fabrikant. Vraag eventueel uw behandelaar of mondhygiënist om advies. Leg uw kunstgebit sowieso één keer per week een nachtje in een reinigingsmiddel. Hiermee voorkomt u de vorming van tandsteen op uw kunstgebit. Borstel uw kunstgebit daarna goed en spoel het af met water. Leg uw kunstgebit nooit in heet water en gebruik zeker geen bleekwater of schuurmiddelen.

Maak ook uw mond schoon
Reinig niet alleen uw kunstgebit, maar ook het slijmvlies waarop uw kunstgebit rust: uw kaken, gehemelte en de overgang van de kaak naar de wangen. Anders kunnen vervelende ontstekingen ontstaan. En ook nu geldt: voorkómen is beter dan genezen. Masseer het slijmvlies minstens één keer per dag met een zachte tandenborstel en besteed extra aandacht aan uw gehemelte. Gebruik een gewone fluoridetandpasta om uw mond te reinigen.

Doe uw kunstgebit ’s nachts uit
Wanneer u gaat slapen, moeten ook uw kaken rust krijgen. Doe daarom uw kunstgebit uit als u naar bed gaat. Dat is beter. Vindt u het vervelend om met een lege mond te slapen? Doe dan alleen uw ondergebit uit. Wilt u toch uw hele kunstgebit dag en nacht dragen? Laat uw mond en kunstgebit dan minimaal één keer per jaar door uw behandelaar controleren.

Heeft u het kunstgebit niet in uw mond?
Bewaar het dan in een glas water. Ververs het water iedere dag. U kunt uw kunstgebit ook in een glas gevuld met een reinigingsmiddel bewaren. Spoel het kunstgebit altijd goed af met water voordat u het weer in uw mond plaatst.

Eenmaal een kunstgebit, voor altijd klaar?
Na verloop van tijd bent u gewend aan uw nieuwe kunsttanden en -kiezen. Zo goed zelfs, dat het lijkt alsof ze er altijd zijn geweest. Maar dat blijft niet zo. Uw mond verandert omdat uw kaken slinken. Uw kunstgebit blijft wel even groot. Er ontstaat dus ruimte tussen uw kunstgebit en uw kaak, waardoor uw kunstgebit op den duur losser gaat zitten. Als uw kunstgebit niet goed meer past, kan het op sommige plaatsen op uw kaak zwaarder gaan drukken dan op andere. Dat kan pijn veroorzaken. Ga dan naar uw behandelaar. Schuur of vijl niet zelf aan uw kunstgebit! In zo’n geval past uw behandelaar uw kunstgebit aan. Hij kan een nieuwe laag of ‘voering’ in uw kunstgebit aanbrengen, waardoor het weer steviger zit.

Controle door de behandelaar is belangrijk
Om pijn te voorkomen en om loszitten van uw kunstgebit tijdig te kunnen constateren, is het aan te raden minstens één keer per twee jaar naar de behandelaar te gaan. Ga ook als u geen klachten heeft. Het slinken van uw kaken gaat heel ongemerkt. Het zal u in eerste instantie dus niet opvallen. Uw behandelaar kan uw kunstgebit weer goed passend maken. Of hij kan u op tijd aanraden een nieuwe te nemen (meestal na een jaar of tien), want ook een kunstgebit kan verslijten. De behandelaar controleert bovendien of uw mond nog goed gezond is. Vooral mensen met een slecht passend kunstgebit of mensen die hun kunstgebit al jarenlang dragen, kunnen vervelende mondafwijkingen krijgen.

Kleefpasta’s, kleefpoeders en andere hulpmiddelen
Er zijn allerlei kleefpasta’s, kleefpoeders en ‘voeringen’ op de markt om een kunstgebit meer houvast te geven. Die middelen zijn eigenlijk allemaal noodoplossingen. De oorzaak van het probleem wordt niet echt weggenomen. Doe nooit watjes onder uw kunstgebit. Uw kaken gaan daarvan alleen maar sneller slinken. Gaat uw kunstgebit loszitten? Ga dan naar uw behandelaar. Hij ziet meestal direct wat er aan de hand is en kan u het beste advies geven.

Download als infomatiefolder

Overkappingsprothese

U krijgt een overkappingsprothese. Dat is een grote verandering, want uw nieuwe prothese speelt een belangrijke rol bij het kauwen en spreken. Bovendien zijn uw kunsttanden erg belangrijk voor uw uiterlijk. Uw tanden zijn immers uw eerste blikvanger. Bij een ‘gewoon’ kunstgebit worden geen wortels van uw eigen tanden of kiezen gebruikt. Bij een overkappingsprothese wel. Deze werken als een soort pijlers onder het kunstgebit en geven uw gebit houvast en steun.

Slinken van de kaken bij een overkappingsprothese
Ongeveer twintig procent van de Nederlandse bevolking van zestien jaar en ouder draagt een gedeeltelijk of een volledig ‘gewoon’ kunstgebit. Bijna eenderde deel van deze mensen heeft er problemen mee. Vaak past na verloop van tijd het kunstgebit niet goed meer. Dat komt meestal door het slinken van de kaken. Hierdoor ontstaat ruimte tussen het kunstgebit en de kaak. Het kunstgebit gaat dan steeds losser zitten.
Als enkele wortels van uw tanden of kiezen behouden kunnen blijven, kan het slinken van uw kaken voor een groot deel worden voorkomen. De druk die ontstaat door het kauwen, wordt bij een ‘gewoon’ kunstgebit opgevangen door de tandeloze kaken. Bij een overkappingsprothese wordt die voor een belangrijk deel opgevangen door de pijlers onder het kunstgebit. Hierdoor slinken de kaken veel minder snel.

Hoe verloopt de behandeling voor een overkappingsprothese?

Voorbehandelingen
Voordat de tandarts de overkappingsprothese kan maken, moet hij een aantal voorbereidingen uitvoeren, de zogenoemde voorbehandelingen.

Het uitkiezen van de pijlers
Eerst kijkt de tandarts zorgvuldig welke wortels van uw tanden of kiezen hij het beste kan gebruiken als pijlers onder uw overkappingsprothese. Vaak zijn dit de wortels van de hoektanden. Om de kwaliteit van uw wortels goed te kunnen beoordelen, zal uw tandarts röntgenfoto’s maken.

Het trekken van de kiezen
Meestal zal uw tandarts daarna de kiezen trekken die hij niet als pijlers voor de overkappingprothese gebruikt. Na het trekken moeten de wonden enige tijd gelegenheid krijgen om te genezen. Uw tanden blijven dus voorlopig nog staan. In het begin is het zonder kiezen een beetje behelpen. Maar u zult zien dat het toch wel snel meevalt. Neem contact op met uw tandarts als het niet zo is. Kort na het trekken van uw kiezen zijn de wonden nog niet goed genezen. Dan kunt u het beste zacht voedsel nemen. Daarna kunt u weer proberen te eten wat u gewend was.

De voorbehandeling van de pijlers
De tanden of kiezen waarvan de wortels als pijlers gaan dienen, krijgen doorgaans een voorbehandeling. Elke wortel heeft binnenin een holte. Uw tandarts reinigt en vult die. Dit voorkomt dat er later ontstekingen aan de wortels ontstaan. Soms is deze behandeling in het verleden al uitgevoerd. Dan hoeft uw tandarts dit niet nog eens te doen.

Het maken van de overkappingsprothese

Afdrukken maken
Een afdruk van uw kaak wordt gemaakt met behulp van een afdruklepel, gevuld met een speciaal afdrukmateriaal. In het tandtechnisch laboratorium wordt die afdruk met gips gevuld. Hierdoor ontstaat een gipsmodel. Hierop wordt een goed passende afdruklepel van kunsthars gemaakt. Met deze lepel wordt nóg een afdruk gemaakt om een nóg nauwkeuriger gipsmodel te krijgen. Hierop wordt uw overkappingsprothese gemaakt.

Contact tussen boven- en onderkaak
Tijdens een volgend bezoek bepaalt de tandarts de stand van uw boven- en onderkaak ten opzichte van elkaar. Hij bepaalt hoe de tanden en kiezen in de boven- en onderkaak contact met elkaar moeten gaan maken, zodat u goed met uw overkappingsprothese kunt kauwen.

Kleur, stand en vorm van de kunsttanden
Bent u tevreden over de kleur, de vorm en de stand van uw eigen tanden? Of misschien juist niet? Informeer uw tandarts hierover vóórdat de overkappingsprothese wordt gemaakt. Uw tandarts kan u hierin advies geven. Hij zal proberen zoveel mogelijk met uw wensen rekening te houden.

De laatste fase
Vóórdat de tandarts uw kunstgebit in uw mond kan plaatsen, moet hij nog twee dingen doen. Eerst slijpt hij de tanden en kiezen, die als pijlers voor de overkappingsprothese gaan fungeren, tot net boven het tandvlees af. Alleen de wortel van zo’n tand of kies blijft dus over. Het voorbehandelde kanaal sluit hij af met een vulling. Dan trekt uw tandarts de overige tanden die in uw mond zijn blijven staan. Direct daarop aansluitend plaatst hij de overkappingsprothese. U hoeft dus niet bang te zijn dat u enige tijd zonder tanden zult rondlopen.

De eerste dagen met de overkappingsprothese

Nabloeden
De eerste uren na het trekken van uw tanden kunnen de wonden nog een beetje nabloeden. Dat kan uw speeksel rood kleuren. Dit zal vrij snel ophouden. Dan neemt het speeksel ook weer de normale kleur aan. Dat betekent niet dat de wonden helemaal zijn genezen. De eerste 24 uur kunt u ook beter niet spoelen. Er vormen zich namelijk bloedstolsels in de wonden. Als u spoelt, laten die stolsels los en begint het bloeden opnieuw. Drinken mag wel.

Er is een kleine kans dat het bloeden niet overgaat, ondanks de genomen voorzorgsmaatregelen. Waarschuw dan uw tandarts. Neem ook contact op als u pijn houdt. Neem in elk geval niet zomaar een pijnstiller. Sommige pijnstillers kunnen het bloeden juist verergeren. Spreek goed met uw tandarts af wat u de eerste 24 uur wel of niet moet doen.

Uiterlijk
Als u in de spiegel kijkt, moet u waarschijnlijk erg wennen. Uw mond is nu eenmaal een belangrijke blikvanger en die is veranderd. Neem een paar dagen de tijd om te wennen en beoordeel dan pas hoe u er met uw nieuwe overkappingsprothese uitziet.

Pijn
De eerste dagen zal uw kunstgebit nog niet echt lekker zitten. Het kan klemmen en pijn veroorzaken. Toch mag u het beslist niet uit uw mond halen, want het zit als een verband op de wonden. Vooral kauwen kan in het begin pijn veroorzaken. Eet alleen zachte dingen, zoals puree, gehakt en zacht fruit.

Wennen aan de overkappingsprothese
Pas als u weer bij uw tandarts bent, mag de overkappingsprothese voor de eerste keer uit uw mond. Uw tandarts zal de wonden zonodig reinigen. Hij kan kleine correcties aan uw kunstgebit uitvoeren, waarmee hij de pijn aanzienlijk kan verminderen of wegnemen. Om uw mond te reinigen, kunt u het voorzichtig spoelen met lauw water. Daar kunt u eventueel een beetje zout in doen. U kunt daarvoor ook een bij de drogist verkrijgbaar mondspoelmiddel met chloorhexidine gebruiken, bijvoorbeeld Perio-Aid of Corsodyl. Spoelen met lauwe kamillethee kan ook heel goed. Na een paar dagen beginnen de wonden te genezen en zal de pijn verdwijnen. U zult dan langzaam aan uw overkappingsprothese wennen. Dat vraagt tijd. De een zal sneller wennen dan de ander. Heeft u er erg veel moeite mee? Vraag uw tandarts dan om advies.

Eten
Eten met uw nieuwe overkappingsprothese is wat onwennig. Zeker in het begin zult u voorzichtig aan doen. U ervaart zelf het beste wat wel en niet kan. Probeer langzaam hardere dingen te gaan eten. Stukken afbijten kunt u met een kunstgebit beter niet doen. Snijd uw voedsel daarom in stukjes en kauw rustig en gelijkmatig met de kunstkiezen. Neem daarbij aan beide zijden een stukje voedsel in de mond. Neem er meer tijd voor dan dat u gewend was.
Praten
In het begin praat u nog wat onwennig. Het is alsof u met een volle mond praat. Bepaalde klanken klinken anders dan u gewend was. Dit is normaal. Meestal gaat het na enkele dagen een stuk beter. Oefen extra met die woorden of letters die nog niet helemaal naar uw zin klinken. Lees bijvoorbeeld de krant hardop.

Regelmatig schoonmaken van de overkappingsprothese
Als u uw overkappingsprothese uit mag doen, moet u deze en vooral de pijlers na elke maaltijd en voor het slapengaan goed reinigen. Op het kunstgebit maar ook eronder, op de pijlers en het slijmvlies waarop uw gebit rust: uw kaken, gehemelte en de overgang van de kaken naar de wangen, blijven gemakkelijk voedselresten achter. Als u deze niet verwijdert, ontstaan gaatjes in de pijlers en gaat het tandvlees rondom de pijlers ontsteken. Daardoor verliezen ze op den duur hun houvast, gaan ze los staan en kunnen pijn veroorzaken.

De overkappingsprothese
Etensresten aan de binnen- en buitenzijde van de overkappingsprothese kunt u het beste verwijderen met behulp van een speciale protheseborstel, bijvoorbeeld van Lactona of Oral-B, en water. Gebruik géén tandpasta. Die kan te veel schuren. Een schoon kunstgebit voelt altijd glad aan. Laat uw gladde gebit tijdens het reinigen niet uit uw handen glippen. Het zal kapot gaan. Vul voor de zekerheid eerst de wasbak met water en reinig uw kunstgebit daarboven.

Reinig uw prothese dagelijks met een bij de drogisterij of apotheek beschikbaar reinigingsmiddel. Volg daarbij de voorschriften van de fabrikant. Vraag eventueel uw behandelaar of mondhygiënist om advies. Leg uw kunstgebit sowieso één keer per week een nachtje in een reinigingsmiddel. Hiermee voorkomt u de vorming van tandsteen op uw kunstgebit. Borstel uw kunstgebit daarna goed en spoel het af met water. Leg uw kunstgebit nooit in heet water en gebruik zeker geen bleekwater of schuurmiddelen.

Maak ook de pijlers en uw mond schoon
Spoel in het begin, als de wonden nog niet helemaal zijn genezen, uw mond na elke maaltijd met een beetje lauw water. Poets daarna minstens één keer per dag de pijlers en het slijmvlies van de kaken met een zachte tandenborstel. U kunt het beste gewone fluoridetandpasta gebruiken. Breng één keer per dag in de overkappingsprothese op de plaats van de pijlers een gelei (Corsodyl) aan. Dit biedt extra bescherming tegen cariës (gaatjes) en tandvleesontstekingen. Corsodyl is in elke apotheek te koop. Plaats uw kunstgebit met de gelei ongeveer dertig minuten in uw mond. Haal het daarna weer uit uw mond en spoel het schoon onder de kraan.

Doe uw kunstgebit ’s nachts uit
Uw kaken hebben een tijdje nodig om aan de overkappingsprothese te wennen. Laat uw kunstgebit de eerste week dan ook ’s nachts in uw mond. Daarna is het juist beter om het voor het slapengaan wel uit te doen. Op die manier geeft u ook uw kaken rust. Vindt u het vervelend om met een lege mond te slapen? Doe dan alleen uw ondergebit uit. Wilt u toch liever uw hele gebit dag en nacht dragen? Laat uw mond en kunstgebit dan minimaal één keer per half jaar door uw tandarts controleren.
Heeft u het kunstgebit niet in uw mond? Bewaar het dan in een glas water. Ververs het water iedere dag. Uw kunstgebit kunt u ook in een glas gevuld met een reinigingsmiddel bewaren. Spoel uw kunstgebit altijd goed af met water voordat u het weer in uw mond plaatst.

Aanpassingen aan de overkappingsprothese
Na enige tijd zult u het gevoel hebben dat uw kunstgebit iets losser zit. Dat klopt. De wonden zijn genezen, waardoor uw kaken iets zijn geslonken. Hierdoor is ruimte ontstaan tussen uw kaak en uw kunstgebit. Na ongeveer zes weken of liever nog iets langer, kan de tandarts uw kunstgebit aanpassen. Hij kan een nieuwe laag of ‘voering’ in uw kunstgebit aanbrengen, waardoor het weer steviger zit. In de meeste gevallen zult u dan uw kunstgebit één of twee dagen moeten missen.

Eenmaal een overkappingsprothese, voor altijd klaar?
Na verloop van tijd bent u gewend aan uw nieuwe kunsttanden en -kiezen. Zo goed zelfs, dat het lijkt alsof ze er altijd zijn geweest. Maar dat blijft niet zo. Uw mond verandert omdat uw kaken slinken. Uw kunstgebit blijft wel even groot. Er ontstaat dus ruimte tussen uw overkappingsprothese en uw kaak, waardoor uw gebit op den duur losser gaat zitten. De kaken slinken bij een overkappingsprothese lang niet zo snel als bij een gewoon kunstgebit. Als uw overkappingsprothese niet goed meer past, kan die op sommige plaatsen op uw kaak zwaarder gaan drukken dan op andere. Dat kan pijn veroorzaken. Ga dan naar uw tandarts. Schuur of vijl niet zelf aan uw overkappingsprothese! In zo’n geval past uw tandarts uw kunstgebit aan. Hij kan er een nieuwe laag of ‘voering’ in aanbrengen, waardoor de overkappingsprothese weer steviger zit.

Controle bij uw overkappingsprothese
Het is noodzakelijk dat u éénmaal per halfjaar voor controle naar uw tandarts gaat. Regelmatige controle is belangrijk om de pijlers gezond te houden. De tandarts controleert de pijlers, uw kaken en de overkappingsprothese. Bovendien kan hij u begeleiden bij het schoonhouden ervan. Ook kan hij mogelijk kleine mankementen aan de pijlers en de overkappingsprothese die u zélf niet direct opmerkt verhelpen.

Extra voorzieningen bij een overkappingsprothese
Soms blijkt na verloop van tijd dat uw overkappingsprothese minder houvast heeft dan u had verwacht. Meestal kan uw tandarts dan extra voorzieningen aanbrengen. Zo kan hij bijvoorbeeld drukknopjes in de pijlers en in het kunstgebit maken. Of hij kan een andere (veel duurdere) methode hanteren. Dan maakt de tandarts gouden kapjes op de wortels, die hij door een staafje met elkaar verbindt. In het kunstgebit brengt hij een huls aan die precies over dit staafje past. Hierdoor kan het kunstgebit als het ware worden vastgeklikt. Dit systeem kan, net als de drukknopjes, aanzienlijk meer houvast geven aan de overkappingsprothese. In beide gevallen heeft u soms een geheel nieuwe overkappingsprothese nodig.

Gemakkelijke overgang naar een ‘gewoon’ kunstgebit
Een overkappingsprothese heeft in principe dezelfde vorm en afmetingen als een ‘gewoon’ kunstgebit. Daarom kan de overkappingsprothese, als de pijlers onverhoopt toch verloren gaan, eenvoudig worden veranderd in een ‘gewoon’ kunstgebit. Er is slechts een kleine aanpassing nodig. U hoeft dan niet zo lang te wennen aan dit aangepaste kunstgebit. Bovendien voelt het kunstgebit nog steeds vertrouwd aan.

Download als informatiefolder

Plaat- of frameprothese

Als een of meer tanden moeten worden vervangen
Een plaat- of frameprothese, ook wel partiële prothese genoemd, is een vervanging van een of meer tanden of kiezen. Een goede oplossing als uw verloren tanden of kiezen niet door een brug, kroon of implantaat worden vervangen. De prothese kunt u uit de mond nemen. Bruggen, kronen en implantaten niet. Die zitten vast in de mond.

De plaatprothese
De plaatprothese is gemaakt van een roze, tandvleeskleurige kunsthars. Daarin zijn de kunsttanden en kiezen verankerd. De gehele plaatprothese rust op het slijmvlies van de mond. Deze zit eventueel met ankertjes vast aan overgebleven tanden of kiezen.

De frameprothese
De frameprothese is gemaakt van metaal. Op het metaal is een tandvleeskleurige kunsthars aangebracht. Daarop zitten de kunsttanden of -kiezen. De frameprothese rust vooral op een deel van de overgebleven tanden of kiezen. Afhankelijk van het ontwerp rust de frameprothese ook meer of minder op het slijmvlies. De tandarts kan de frameprothese op twee manieren bevestigen. Of met metalen ankertjes die om enkele tanden of kiezen klemmen of met een soort slotje. Bij een slotje wordt de ene kant vastgemaakt aan een kroon, tand of kies en de andere kant zit vast aan de frameprothese. De frameprothese kunt u op die manier in het slotje schuiven. Het slotje zit doorgaans aan de binnenkant van de tanden en kiezen en is dus niet vanaf de buitenkant zichtbaar. Ankertjes zijn vaak wel enigszins zichtbaar.

Verschillen tussen de plaat- en frameprothese
Een plaatprothese is goedkoper dan een frameprothese, maar kent dan ook nadelen. Aangezien de plaatprothese geheel op uw tandvlees steunt, kan dat makkelijk tot tandvleesproblemen leiden. Uw tandvlees moet namelijk de kracht veroorzaakt door het kauwen, opvangen. Ook blijft voedsel gemakkelijk onder de plaatprothese zitten. Dat leidt sneller tot ontstekingen van het tandvlees. De frameprothese steunt voor een groot deel op uw overgebleven tanden en kiezen en in mindere mate op het tandvlees. Daardoor vangen uw natuurlijke tanden en kiezen de kauwkrachten op en wordt het tandvlees meer ontzien dan bij een plaatprothese. Welke voor u het meest geschikt is, verschilt per persoon. De keuze maakt u in overleg met uw tandarts.

Het maken van een plaat- of frameprothese
Afhankelijk of uw tandarts een plaat- of frameprothese aanbrengt, beslijpt hij de tanden of kiezen soms of bewerkt hij ze op een andere manier. Daarna maakt hij afdrukken van uw kaken. Dat gebeurt met behulp van een afdruklepel, gevuld met een speciaal afdrukmateriaal. In het tandtechnisch laboratorium wordt die afdruk met gips gevuld. Hierdoor ontstaat een gipsmodel. Hierop wordt een goed passende afdruklepel van kunsthars gemaakt. Met deze lepel wordt nóg een afdruk gemaakt om een nóg nauwkeuriger gipsmodel te krijgen. Hierop wordt uw plaat- of frameprothese gemaakt. In totaal heeft u vijf of zes tandartsbezoeken nodig voor het op maat maken van de plaat- of frameprothese. Alles bij elkaar neemt het ongeveer vijf weken in beslag. Voor de frameprothese duurt het op maat maken meestal enkele weken langer.

De eerste dagen met een plaat- of frameprothese
Een paar dagen nadat de tandarts de plaat- of frameprothese in uw mond heeft geplaatst, controleert hij de pasvorm. U praat wellicht nog een beetje onwennig als u de prothese net draagt. Sommige klanken klinken een beetje anders. Dit is normaal en gaat vanzelf over. U moet gewoon even aan de plaat- of frameprothese wennen. Blijven er klachten bestaan? Neem dan contact op met uw tandarts. Als uw prothese goed zit, zal de tandarts deze controleren tijdens de halfjaarlijkse controle.

Reinigen van een plaat- of frameprothese
Vooral onder uw plaat- of frameprothese kunnen veel etensresten blijven zitten. Reinig uw prothese na iedere maaltijd dan ook goed met een speciale protheseborstel, bijvoorbeeld van Lactona of Oral-B, en water. Gebruik géén tandpasta. Die kan te veel schuren. Reinig ook het slijmvlies onder uw plaat- of frameprothese (uw kaak, gehemelte en de overgang van de kaak naar de wangen) en poets uw eigen gebit zorgvuldig. Gebruik hiervoor een gewone zachte tandenborstel met fluoridetandpasta. Besteed extra aandacht aan het verwijderen van tandplak. Vooral op die tanden en kiezen waarop uw prothese steunt. Uw tandarts of mondhygiënist kan u hierover informeren.

Reinig uw kunstgebit dagelijks met een bij de drogisterij of apotheek beschikbaar reinigingsmiddel. Volg daarbij de voorschriften van de fabrikant. Vraag eventueel uw behandelaar of mondhygiënist om advies. Leg uw kunstgebit sowieso één keer per week een nachtje in een reinigingsmiddel. Hiermee voorkomt u de vorming van tandsteen op uw kunstgebit. Borstel uw kunstgebit daarna goed en spoel het af met water. Leg uw kunstgebit nooit in heet water en gebruik zeker geen bleekwater of schuurmiddelen.

Moet ik de plaat- of frameprothese ’s nachts uit doen?
Sommige mensen knarsentanden in hun slaap of drukken de kiezen stevig op elkaar. Dat kan een onnodige druk geven op de plaat- of frameprothese en het tandvlees. Daarnaast herstelt het tandvlees ’s nachts beter als u de prothese uitdoet. Overleg met uw tandarts wat u het beste kunt doen.
Heeft u de prothese niet in uw mond? Bewaar deze dan in een glas water. Ververs het water iedere dag. U kunt de prothese ook in een glas gevuld met een reinigingsmiddel bewaren. Spoel de prothese altijd goed af met water voordat u het weer in uw mond plaatst.

Download als informatiefolder

Fluoride

Fluoride, een natuurlijke stof die gaatjes helpt voorkomen
Fluoride is een natuurlijke stof die de tanden en kiezen minder kwetsbaar maakt voor zuuraanvallen van bacteriën. Het gebruik van de juiste hoeveelheden fluoride helpt zo gaatjes in tanden en kiezen voorkomen. Daarom is fluoride belangrijk bij de dagelijkse verzorging van het gebit.

Hoe kan fluoride het beste worden toegepast?
Tandenpoetsen is de beste manier om fluoride te gebruiken. Fluoride zit in de meeste tandpasta’s.

Wanneer moet je beginnen met fluoridetandpasta?
Poets de tanden één keer per dag met fluoride-peutertandpasta zodra de eerste tandjes zijn doorgebroken. Poets de tanden van kinderen van twee tot en met vier jaar twee keer per dag met deze tandpasta. Ga vanaf het vijfde jaar gewone fluoridetandpasta voor volwassenen gebruiken.

Tip: poets bij kinderen tot tien jaar ten minste eenmaal per dag na. Oudere kinderen kunnen meestal zelfstandig poetsen.

Gebruik fluoridetandpasta
Breng fluoridetandpasta aan op een droge borstel. Zo ontstaat er minder schuim en houdt u meer zicht op het poetsen.

Kan het kwaad als kinderen tandpasta doorslikken?
Het kan geen kwaad als kinderen bij het poetsen tandpasta doorslikken.

Heeft fluoride bijwerkingen?
Internationaal wordt fluoride sterk aanbevolen om tandcariës te voorkomen. In de aanbevolen dosering treden geen bijwerkingen op.

Basisadvies Fluoride

0 en 1 jaar
Vanaf het doorbreken van het eerste tandje: 1x per dag poetsen met fluoride-peutertandpasta.

2, 3 en 4 jaar
2x per dag poetsen met fluoride-peutertandpasta.

5 jaar en ouder
2x per dag poetsen met fluoridetandpasta voor volwassenen. Je kunt ook tandpasta gebruiken waarop staat ‘kinder’ of ‘junior’. Kijk dan altijd naar de leeftijd die hierbij wordt aangegeven (bijvoorbeeld 5-12 jaar). Als je twijfelt, raadpleeg dan je tandarts of mondhygiënist.

Voor alle leeftijden
Raadpleeg voor alle andere vormen van fluoridegebruik je tandarts of mondhygiënist.

Op welke manieren is extra fluoride te gebruiken?

Tandenpoetsen
Een extra poetsbeurt is de meest eenvoudige wijze waarop u extra fluoride kunt gebruiken.

Spoelen met fluoride
De tandarts kan het gebruik van fluoridevloeistof adviseren wanneer iemand extra risico loopt om gaatjes te krijgen. Dit is het geval bij beugeldragers. Soms spoelen kinderen op scholen met fluoride. Dat is niet voor alle leerlingen nodig, maar het kan ook geen kwaad. Vraag uw tandarts of mondhygiënist om advies.

Fluoridebehandeling
Als er toch gaatjes ontstaan, kan een tandarts of mondhygiënist een fluoridebehandeling geven om dit proces af te remmen.

Let op: gebruik extra fluoride alleen in overleg met de tandarts of mondhygiënist.

Gevoellige tandhalzen

Teruggetrokken tandvlees
In een gezonde mond ligt het tandvlees netjes om de tanden en kiezen. Gevoelige tandhalzen ontstaan alléén wanneer het tandvlees is teruggetrokken. Zonder teruggetrokken tandvlees is deze gevoeligheid niet mogelijk. Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug.

Blootliggende tandhalzen
Pijn bij het eten of drinken van warme of koude producten? Of juist als u iets zuurs of zoets neemt? Waarschijnlijk zijn blootliggende tandhalzen het probleem. Als het tandvlees zich terugtrekt, komt de hals en de wortel van de tand of kies bloot te liggen. Op de hals en wortel van de tand of kies zit geen glazuur. Daardoor is de tand of kies erg gevoelig voor invloeden zoals warm, koud, zoet en zuur. Ook ontstaan er gemakkelijk gaatjes in het blootliggende deel. Op een juiste manier poetsen en een goed voedingspatroon zijn erg belangrijk om de gevoeligheid aan te pakken.

Waardoor trekt het tandvlees terug?
Als u te krachtig, te langdurig, met te veel druk of met een harde tandenborstel poetst, kunt u letterlijk uw tandvlees wegpoetsen. Ook ontstoken tandvlees (parodontitis) is een oorzaak van terugtrekkend tandvlees. Ontstoken tandvlees ontstaat door een slechte mondhygiëne.

Ontstoken tandvlees
Ontstoken tandvlees kan leiden tot teruggetrokken tandvlees.

Gezond tandvlees is roze, ligt strak om de tanden en kiezen en bloedt niet als u uw tanden poetst.

Gezond Tandvlees

Rood, gezwollen of bloedend tandvlees duidt meestal op ontstoken tandvlees. Tandplak op de overgang van uw tandvlees naar uw tand of kies en de plak die tussen uw tanden en kiezen zit, veroorzaken ontstoken tandvlees. Dit stadium wordt gingivitis genoemd.

Gingivitis

Als u plak niet goed verwijdert, zorgen de bacteriën in de plak ervoor dat uw tandvlees verder ontstoken raakt. Niet verwijderde plak verkalkt tot tandsteen. Aan tandsteen hecht zich makkelijk weer nieuwe plak.

Tandsteen

Tussen de tand en het tandvlees zit een kleine ruimte (pocket). Omdat ontstoken tandvlees los komt te staan van de tanden en kiezen wordt die ruimte dieper. De ontsteking in de tandvleesrand kan zich uitbreiden in de richting van het kaakbot. Daardoor laat het tandvlees nóg verder los. Door de ontsteking gaan de vezels stuk en wordt het kaakbot afgebroken. Gevolg? Nog diepere pockets. Hierin verkalkt de tandplak gedeeltelijk tot tandsteen. Deze voortschrijdende ontsteking met afbraak van vezels en kaakbot heet parodontitis.

Parodontitis

Door het ontstoken tandvlees zijn de tanden en kiezen los komen te staan en is het tandvlees teruggetrokken. De wortel ligt gedeeltelijk bloot. Parodontitis kan behandeld worden, waardoor het tandvlees weer gezond wordt. Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug.

Teruggetrokken tandvlees

Waardoor ontstaat de pijn bij gevoelige tandhalzen?
Tanden en kiezen bestaan uit een kroon en één of meer wortels. De kroon is het deel dat u ziet en is voorzien van een sterke laag glazuur. De wortels ziet u niet en hebben géén glazuur. Zodra het tandvlees zich terugtrekt, komt dus een stukje van de tand zonder glazuur bloot te liggen. Dit poreuze materiaal is tandbeen. In tandbeen zitten kanaaltjes die verbonden zijn met de zenuwholte binnenin de tand of kies. Als het tandvlees de kanaaltjes afsluit, merkt u daar niets van. Is het tandvlees weg, dan komt door warme, koude, zoete of zure prikkels het vocht in die kanaaltjes in beweging. Die beweging irriteert de zenuwen en veroorzaakt zo de pijn.

Prikkels kunnen het vocht in de kanaaltjes van het tandbeen in beweging brengen en de zenuw irriteren

Hoe kun je gevoelige tandhalzen voorkomen?
Een goede mondhygiëne kan tandhalsgevoeligheid voorkomen. Als u niet te krachtig poetst en zorgt dat uw tandvlees niet ontstoken raakt, krijgt u hiermee niet maken. Dat betekent dat u dagelijks alle tandplak van en tussen uw tanden en kiezen moet verwijderen. Poets uw tanden daarom tweemaal per dag met een fluoridetandpasta. Een goede poetsbeurt duurt twee minuten, gebeurt zorgvuldig, niet te krachtig en met een zachte tandenborstel. Reinig ook dagelijks de ruimten tussen uw tanden en kiezen met tandenstokers, ragers of flossdraad.

Wat kunt u zelf doen tegen gevoelige tandhalzen?

Op een juiste manier poetsen
Aangezien blootliggende tandhalzen en -wortels niet beschermd zijn door glazuur, is verzorging ervan extra belangrijk. Niet alleen om gaatjes in de wortels te voorkomen, maar ook om de gevoeligheid te minimaliseren. Blijf dus, ook bij pijn, poetsen. Als u poetst met tandpasta, brengt u een beschermend laagje op de tanden aan. Hierdoor kunnen prikkels minder makkelijk de zenuwen in de tand of kies bereiken. Gevolg? Minder pijn! Maar zure vloeistoffen spoelen dit laagje gemakkelijk weg. Dan komt de pijn dus weer terug. Soms kan spoelen met een fluoride spoelmiddel ook helpen. Overleg dit met uw tandarts of mondhygiënist.

Voedingspatroon veranderen
Om de gevoeligheid te beperken, kan het belangrijk zijn dat u uw voedingspatroon verandert. Drinkt u bijvoorbeeld veel sappen of frisdrank (zuur) of eet u veel citrusfruit? Dan slijt het onbeschermde tandbeen gemakkelijk weg. De ingangen van de kanaaltjes worden breder. Hierdoor gaan de prikkels makkelijk door het tandbeen heen. Beperk daarom het aantal eet- en drinkmomenten tot maximaal zeven keer per dag. Kies voor drie hoofdmaaltijden en maximaal vier keer iets tussendoor. Eet maximaal een- of tweemaal per dag zuur fruit en drink frisdrank en andere zure dranken met mate. Eet of drink één uur voordat u uw tanden gaat poetsen géén zure producten. Zuren maken het tandbeen zwakker, waardoor u het makkelijk wegpoetst. Als u uw voedingspatroon niet verandert, kan de gevoeligheid niet behandeld worden en steeds erger worden.

Wat kan de tandarts tegen gevoelige tandhalzen doen?
De tandarts of mondhygiënist kan alleen samen met u de gevoeligheid aanpakken. Afhankelijk van de oorzaak, zult u uw mondhygiëne moeten verbeteren, uw manier van poetsen moeten aanpassen of uw voedingspatroon moeten veranderen. De tandarts kan een lak aanbrengen met extra fluoride. Deze behandeling werkt tijdelijk. Bij ernstige klachten kan de tandarts de blootliggende halzen voorzien van een vulmiddel, bijvoorbeeld composiet. Het aanbrengen hiervan moet zeer nauwkeurig gebeuren. De behandeling is vaak niet pijnloos en gebeurt daarom vaak met een plaatselijke verdoving. De tandarts moet de tand of kies droogblazen en een koude vloeistof aanbrengen.

Zijn er tandpasta’s die helpen tegen tandhalsgevoeligheid?
Zodra u uw tanden en tandhalzen poetst met tandpasta, brengt u een beschermend laagje aan. De doorgang in het tandbeen naar de zenuwholte kan daardoor blokkeren. Dan kan de gevoeligheid tijdelijk iets afnemen. Sommige tandpasta’s zijn speciaal ontwikkeld om gevoelige tandhalzen te bestrijden. Veel patiënten hebben baat bij het gebruik ervan. Maar de resultaten zijn niet altijd succesvol. De voordelen van de tandpasta kunnen door uw eet- of drinkgedrag (zuur) of door de slijpende werking van tandpasta worden tenietgedaan. Alle tandpasta’s hebben een andere werking. Probeer daarom verschillende tandpasta’s tegen gevoelige tandhalzen uit.

Controle en begeleiding bij gevoelige tandhalzen
Bespreek uw tandhalsgevoeligheid met uw tandarts of mondhygiënist. Spreek af om de hoeveel tijd u op bezoek komt voor controle en begeleiding. Heeft u verder nog vragen? Neem dan contact op met uw tandarts of mondhygiënist.

 

Gewoon gaaf

Individuele preventie voor een gaaf gebit
Wil jij ook een gaaf gebit voor je kind? En dat je kind met een gezonde mond opgroeit? De Gewoon Gaaf-methode voor kinderen van 0-18 jaar bij je tandarts of mondhygiënist helpt daarbij. Onder begeleiding van je mondzorgverlener kun jij samen met je kind het gebit gaaf en zijn mond gezond houden. Gewoon Gaaf toch? Doe je mee?

Individuele preventie
Gewoon Gaaf is een preventiemethode voor ieder individueel kind van 0 tot 18 jaar en zijn ouders*). Je tandarts of mondhygiënist geeft jou en je kind advies dat is afgestemd op het gebit van jouw kind. Hij begeleidt je kind een gaaf gebit te hebben en te houden. Bij Gewoon Gaaf maakt de tandarts of mondhygiënist een risico-inschatting. Hoe goed zorgen jij en je kind voor het gebit van je kind? Hoe is het met zijn mondhygiëne? Breken er tanden of kiezen door? Is je kind aan het wisselen? Heeft je zoon of dochter (beginnende) gaatjes in zijn gebit? Op basis van deze risico-inschatting, bepaalt de tandarts het moment waarop hij jou en je kind weer in de mondzorgpraktijk wil terugzien. Soms zal hij de kiezen extra beschermen (sealen) of een fluoridebehandeling geven. Maar meestal zijn die behandelingen niet nodig. De invulling en uitvoering van de preventiemethode kan dus binnen een gezin verschillen. Gewoon Gaaf kijkt tenslotte naar ieder individu.

Veel minder gaatjes
De Gewoon Gaaf-methode kan tot bijna 70% minder gaatjes leiden. Dat blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd in Den Bosch bij een groep kinderen van 6-9 jaar. In 3
jaar tijd kregen kinderen veel minder fluoridebehandelingen (-88%), werden ze veel minder geseald (-66%) en nam het aantal vullingen per kind flink af (-62%).

*) waar staat kind en ouders, kan ook gelezen worden cliënt/pleegkind en verzorgers/begeleiders.

Cariës (gaatjes) is een gedragsziekte
Gedragsziekten, de naam zegt het al, kun je met gezond gedrag voorkomen. Maar daar moet je dus wel wat voor doen of laten. Ieder gebit kan gaaf blijven als je weinig suiker gebruikt en zorgvuldig je tanden poetst met fluoridetandpasta. Gewoon Gaaf begeleidt jou en je kind daarbij.

Tandenpoetsen en napoetsen
Een gezonde mond begint met het op de juiste manier zorgvuldig poetsen van de tanden en kiezen met fluoridetandpasta. Gewoon Gaaf coacht jou en je kind hierbij. Meestal willen kinderen al op zeer jonge leeftijd zelf hun tanden poetsen. Dat is prima. Stimuleer dat vooral. Maar kinderen poetsen nog niet overal even goed. Daarom is hulp nodig! Goed tandenpoetsen gaat niet vanzelf, dat moet een kind leren. Kinderen tot ongeveer 10 jaar maken hun tanden en kiezen nog niet echt goed schoon. Poets daarom de tanden en kiezen bij kinderen tot die leeftijd ten minste 1x per dag na, ook als je kind elektrisch poetst. Met het napoetsen maak je tevens duidelijk hoe belangrijk deze dagelijkse verzorging is. Zo wordt tandenpoetsen een goede gewoonte. Ook na het 10e jaar blijft het belangrijk om het tandenpoetsen te begeleiden en te controleren.

Kleuren
Bij de Gewoon Gaaf-methode wordt bij iedere controle de tandplak – een nauwelijks zichtbaar wit-geel laagje – gekleurd. De mondzorgverlener brengt een vloeistof op de tanden aan die de tandplak zichtbaar maakt. Zo kun je dus precies zien waar nog tandplak zit. Je kind doet voor hoe hij zijn tanden poetst. En jij laat zien hoe je het gebit van je zoon of dochter napoetst. De mondzorgverlenerlaat zien waar de tandenborstel niet goed komt en traint je hoe je op die lastige plekken beter kunt poetsen. Ook wijst hij je op nieuwe kiezen die doorbreken. Tijdens de controle wordt het gebit van je kind in de tandartsstoel ook professioneel gereinigd. Het gebit wordt dus helemaal schoongemaakt en drooggeblazen. Pas dan kun je goed zien of en zo ja waar het gebit is aangetast. Gaatjes beginnen als witte vlekken. Als je zorgvuldig poetst, kun je die nog herstellen of ervoor zorgen dat zo’n beginnend gaatje niet groter wordt.

Beloning: een gaaf gebit
Gewoon Gaaf gelooft in belonen van wie het goed doet. Blijkt het gebit van je kind goed schoon? Ziet de tandarts of mondhygiënist geen beginnende gaatjes? Waarschijnlijk hoeft je kind dan minder vaak of helemaal geen fluoridebehandeling te ondergaan en hoeft de tandarts niet of nauwelijks te sealen. Bovendien kan je kind dan langer wegblijven tot een volgend bezoek in de mondzorgpraktijk. De grootste beloning is natuurlijk een gaaf gebit!

Eerste tandje? Poetsen!
Begin direct met tandenpoetsen zodra je het eerste puntje van het tandje ziet. Poets de tanden 1x per dag met fluoridepeutertandpasta. De hoeveelheid fluoride in fluoridepeutertandpasta is aangepast aan het gebruik door kleine kinderen. Fluoride is een natuurlijke stof die tanden en kiezen minder kwetsbaar maakt voor zuuraanvallen van bacteriën. Het gebruik van de juiste hoeveelheden fluoride helpt zo gaatjesin tanden en kiezen te voorkomen. De hoeveelheid fluoride in fluoridetandpasta is aangepast aan de leeftijd. Poets bij kinderen vanaf 2 jaar 2x per dag hun tanden met fluoridepeutertandpasta. Stap vanaf 5 jaar over op fluoridetandpasta voor volwassenen. In tandpasta voor volwassenen zit meer fluoride. Je kunt ook tandpasta gebruiken waarop staat ‘kinder’ of ‘junior’. Kijk dan naar de leeftijd die hierbij wordt aangegeven (bijvoorbeeld 5-12 jaar).

Eerste tandje? Naar de tandarts!
Om jou en je kind goed te begeleiden bij het hebben en houden van een gaaf gebit is het belangrijk dat je je kind, zodra het eerste tandje doorbreekt, meeneemt naar de mondzorgpraktijk. Wie namelijk zo veel mogelijk van de Gewoon Gaaf-methode wil profiteren, begint direct zodra het eerste tandje verschijnt. Neem je kind mee als je bijvoorbeeld zelf voor controle gaat. De tandarts of mondhygiënist legt uit hoe je het kindergebit het beste kunt verzorgen. Ook leer je al vroeg de juiste voedings- en poetsgewoonten voor je kind. Als je kind op jonge leeftijd in de mondzorgpraktijk komt, krijg het voldoende gelegenheid te wennen en raakt het vertrouwd met de omgeving en de medewerkers. Je behandelaar geeft aan wanneer je zoon of dochter weer in de praktijk moet terugkomen

Gezonde voeding, ook gezond voor je gebit?
Behalve zorgvuldig tandenpoetsen is het zeker zo belangrijk te letten op de voeding van je kind. Of je kind een gaatje krijgt, hangt af hoe goed zijn tanden worden gepoetst en hoe vaak gesnoept of zoet gedronken wordt. Bij weinig suikergebruik en zorgvuldig tandenpoetsen, kan ieder gebit gaaf blijven. Zorg ervoor dat je kind niet meer dan 7x per dag eet of drinkt. Dat is 3x een maaltijd en maximaal 4x per dag een tussendoortje. Geef je kind liever hartige dan zoete dingen. Probeer je zoon of dochter niet aan zoetigheid te laten wennen en voeg aan voedsel en dranken geen suiker toe.

Kies voor kraanwater in plaats van zoete dranken. Lightfrisdranken veroorzaken weliswaar geen gaatjes, maar bedenk dat deze, evenals de suikerhoudende varianten, nog wel zuur kunnen zijn. Ook zure producten kunnen schade veroorzaken aan het gebit.

Vragen en antwoorden over Gewoon Gaaf

Waarom is de Gewoon Gaaf-methode geïntroduceerd?
De huidige generatie jonge ouders is opgegroeid met fluoridetandpasta. Tussen 1970 en 1990 zijn in de mondgezondheid grote sprongen vooruit gemaakt. Toch is er nog een enorme gezondheidswinst te halen. Gewoon Gaaf wil de mondzorg voor kinderen effectiever maken. Gewoon Gaaf betekent een omslag in de mondzorg, waarin preventie meer vanzelfsprekend is.

De tandarts zorgt toch voor een gezond gebit van mijn kind?
Het hebben en houden van een gezond kindergebit is een samenspel tussen je kind, jezelf en je mondzorgverlener. De zorg voor het kindergebit ligt vooral bij jezelf en je zoon of dochter. Je mondzorgverlener coacht jou en je kind.

Je kunt er toch niets aan doen dat je een gaatje krijgt? Dat overkomt je toch?
Niet waar! Je kunt gaatjes in het gebit voorkomen. Op het ontstaan van gaatjes in je gebit heb je zelf veel invloed. Wie goed zijn tanden poetst met fluoridetandpasta en weinig suiker gebruikt, kan gaatjes voorkomen en zijn gebit dus gewoon gaaf houden.

Mijn kind heeft toch een zwak gebit?
Ook dan is de sleutel tot een gezond gebit een combinatie van secuur tandenpoetsen en matig suikergebruik. Kinderen die goed hun tanden (laten na)poetsen, en weinig suiker eten en drinken, houden hun gebit gewoon gaaf.

Kan een beginnend gaatje nog stoppen?
Ja! Ieder gaatje begint met een witte vlek. Gelukkig kun je beginnende gaatjes nog stoppen en zelfs deels herstellen. Maar daar is wel tijd en aandacht voor nodig.
Mag ik mijn kind een fluoridebehandeling onthouden?
Veel ouders denken dat ze hun kinderen tekortdoen als ze geen fluoridebehandeling in de mondzorgpraktijk krijgen. De beste fluoridebehandeling is het 2x per dag poetsen met fluoridetandpasta. Dat is bovendien veel prettiger dan een fluoridebehandeling bij de tandarts. Het achterwege laten van een fluoridebehandeling bij de tandarts is een bewuste en verantwoorde

keuze van je mondzorgverlener.
Is het verantwoord om de kiezen niet te sealen?
Veel ouders zien het niet sealen van de kiezen van hun kind (en hun broertje of zusje wel) als onderbehandeling. Als de tandarts of mondhygiënist geen reden heeft om het gebit van je kind te sealen, is dat een bewuste en verantwoorde keuze. In zowel gesealde als niet-gesealde kiezen kunnen gaatjes ontstaan.

Gewoon Gaaf, hoe dan?
Niets is moeilijker dan het veranderen van gedrag. Wie vroeg het juiste gedrag krijgt aangeleerd zal daar zijn leven lang plezier van hebben. Neem je kind daarom zodra het eerste tandje doorbreekt mee naar de mondzorgpraktijk en begin direct met tandenpoetsen. Samen met je mondzorgverlener kun jij het gebit van je kind gaaf houden. Is dat niet Gewoon Gaaf?

Melkgebit

Kleine mond, kleine tanden
In de kleine mond van een kind passen geen volwassen tanden. Daarom krijgt een kind eerst een melkgebit. Het gebit is belangrijk om te bijten, kauwen, spreken en slikken. Het melkgebit beïnvloedt de ontwikkeling van het gezicht en de kaken. Bovendien speelt het een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het blijvend gebit. Lees meer over de wisselen: van melkgebit naar blijvend gebit.

Wanneer krijgen kinderen hun melktanden en -kiezen?
De leeftijd waarop kinderen hun tanden krijgen verschilt per kind. Doorgaans breekt de eerste melktand door tussen de 6 en 9 maanden. De eerste 2 melktanden komen aan de onderkant in het midden tevoorschijn. Daarna volgen de 2 middelste snijtanden aan de bovenkant. De laatste melkkies verschijnt in de regel tussen de 24 en 30 maanden. Een volledig melkgebit bestaat uit 12 tanden en 8 kiezen. Zowel de tanden van het melkgebit als die van het blijvend gebit breken meestal volgens een bepaalde volgorde door (zie tekening).

Wanneer krijgen kinderen hun blijvende tanden en kiezen?
Een kind wisselt zijn melkgebit tussen zijn 6e en 13e jaar. Op de plaats van de melktanden en -kiezen komen blijvende exemplaren. Rond het 6e levensjaar breekt achter de laatste melkkies een nieuwe, blijvende kies door. Dit gebeurt meestal al voordat de voortanden wisselen. De nieuwe kiezen liggen een beetje verscholen. Veel kinderen en ouders merken niet dat de eerste blijvende kiezen doorbreken. De verzorging van deze kiezen is erg belangrijk. Het glazuur van de pas doorgebroken kies is nog erg poreus en kwetsbaar. Poets de puntjes van de nieuwe kiezen meteen mee zodra ze zijn doorgekomen. Rond het 12e jaar breken opnieuw blijvende kiezen door. Ook die zijn net na het doorbreken extra gevoelig voor het krijgen van gaatjes. De verstandskiezen zijn de laatste kiezen die doorbreken. Een volledig blijvend gebit bestaat uit 12 tanden en 16 kiezen. De verstandskiezen zijn hierbij niet meegerekend. Die breken op latere leeftijd door. Sommige mensen krijgen geen verstandskiezen.


Als je de tanden in de lengterichting poetst, sla je de nieuwe blijvende kies die doorbreekt over (foto 1). Juist de nieuwe kiezen zijn extra kwetsbaar. Zet de tandenborstel daar dwars op de tandenrij (foto 2)

Hebben alle kinderen even veel kans op gaatjes?
Of je kind een gaatje krijgt, hangt af hoe goed zijn tanden worden gepoetst en of er veel gesnoept of zoet gedronken wordt. Bij weinig suikergebruik en zorgvuldig tandenpoetsen, kan ieder gebit gaaf blijven.

Moet je een melkgebit goed verzorgen?
Een kind wisselt vanzelf zijn melkgebit voor het blijvend gebit. Je zou kunnen denken dat het daarom niet nodig is een melkgebit goed te verzorgen. Niets is minder waar. Een slechte verzorging kan gaatjes en tandvleesontsteking veroorzaken. Dit kan pijn doen, waardoor je kind slechter eet, zich niet lekker voelt of minder goed slaapt. Een slechte verzorging van het melkgebit kan ook het blijvend gebit beïnvloeden. Dat gebeurt bijvoorbeeld als melktanden of -kiezen voortijdig verloren zijn gegaan. Dan is er vaak te weinig ruimte voor het blijvend gebit.

Hoe kan ik het gebit van mijn kind goed poetsen?
Om tandbederf en ontstoken tandvlees bij je kind te voorkomen, is het belangrijk dat je de tanden van je kind goed poetst. Denk daarbij aan het volgende:

  • Poets de tanden 1x per dag zodra het eerste tandje is doorgebroken met fluoridepeutertandpasta.
  • Gebruik een peutertandenborstel met zachte haren. De kleine borstel komt gemakkelijk bij alle tanden en kiezen. Druk niet te hard.
  • Bij kinderen tot 2 jaar is het voldoende als je de tanden 1x per dag poetst. Poets de tanden van kinderen vanaf 2 jaar 2x per dag.
  • Poets in een vaste volgorde volgens de 3 B’s: Binnenkant, Buitenkant, Bovenkant. Poets altijd de rand van het tandvlees mee. Via de schrobmethode poets je het kindergebit eenvoudig en efficiënt. Maak korte horizontale overlappende bewegingen. Je kunt ook een elektrische tandenborstel voor kinderen gebruiken.
  • Maak je kind op speelse wijze met tandenpoetsen vertrouwd. Maak er een dagelijks herkenbaar ritueel van. Beschouw het begin als een gewenningsfase. In die periode is het aanbrengen van fluoride met de tandpasta belangrijker dan dat je overal met de borstel komt.
  • Poets de puntjes van de nieuwe tanden die doorbreken meteen mee. Dat geldt zowel voor het melkgebit als voor het blijvend gebit. Het glazuur van net doorgebroken tanden en kiezen is nog niet sterk. Ze zijn dus extra gevoelig voor het krijgen van gaatjes.
  • De eerste blijvende kies breekt achter de laatste melkkies door. Omdat deze lager staat, is hij lastig te zien. Poets deze nieuwe kies óók goed. Zet de borstel daar dwars op de tandenrij. Stimuleer kinderen vanaf 2 jaar om ook zelf hun tanden te poetsen. Daarmee wordt het een gewoonte. Poets wel de tanden dagelijks na, want je zoon of dochter kan het zelf nog niet goed genoeg. Blijf je kind napoetsen totdat het 10 jaar oud is. Zorg ervoor dat je goed zicht in de mond hebt en er voldoende steun is voor het hoofd van je kind als je (na)poetst. Probeer uit welke poetshouding voor jou het prettigst is. Ga bijvoorbeeld schuin achter je kind staan. Als je met je hand de kin ondersteunt, rust het hoofd tegen je bovenlichaam. Buig een beetje over je kind heen, zodat je goed ziet waar je poetst. Of ga voor je kind staan en laat het met het hoofd bijvoorbeeld tegen de muur rusten. Ondersteun de kin met je ene hand, terwijl je met de andere poetst. Op deze manier kun je goed zien waar je poetst.
  • Neem je kind als het eerste tandje doorbreekt mee naar de tandarts of mondhygiënist. Dan heeft het voldoende tijd om te wennen aan de omgeving en aan de mensen die er werken.

Fluoride
Fluoride is een natuurlijke stof die de tanden en kiezen minder kwetsbaar maakt voor zuuraanvallen van bacteriën. Het gebruik van de juiste hoeveelheden fluoride helpt zo gaatjes in tanden en kiezen te voorkomen. De hoeveelheid fluoride in fluoridepeutertandpasta is aangepast aan de leeftijd. In tandpasta voor volwassenen zit meer fluoride. Stap hierop over als je kind 5 jaar wordt. Of gebruik bij kinderen vanaf 5 jaar tandpasta waarop staat ‘kinder’ of ‘junior’. Kijk dan altijd naar de leeftijd die hierbij wordt aangegeven (bijvoorbeeld 5-12 jaar).

Wat is de invloed van eten en drinken op het melkgebit?
In vrijwel al ons eten en drinken zitten suikers en zetmeel. Die kunnen schadelijk zijn voor het gebit. Dat geldt vooral voor kleverige producten. Bacteriën zetten suikers in de mond om in zuren. Die zuren tasten het gebit aan. Gelukkig heeft speeksel een beschermende werking. Het neutraliseert de zuurinwerking op het gebit. Maar daar is wel tijd voor nodig. Beperk daarom het aantal eet- en drinkmomenten van je kind tot maximaal 7 per dag. Dat is 3x een maaltijd en maximaal 4x per dag een tussendoortje. Geef je kind liever hartige dan zoete dingen. Probeer je zoon of dochter niet aan zoetigheid te laten wennen en voeg aan voedsel en dranken geen suiker toe. Kies voor kraanwater in plaats van zoete dranken. Lightfrisdranken veroorzaken weliswaar geen gaatjes, maar bedenk dat deze, evenals de suikerhoudende varianten, nog wel zuur kunnen zijn. Ook zure producten kunnen bij veelvuldig gebruik schade veroorzaken aan het gebit. Die schade noemen we tanderosie.

Liever een beker dan een flesje
Gebruik vanaf 9 maanden een beker zonder tuit in plaats van een zuigflesje of anti-lekbeker. Gebruik een tuitbeker eventueel eerst als tussenstap. ‘s Avonds en ‘s nachts is het drinken uit een zuigflesje met zoete inhoud of melk extra schadelijk. ‘s Nachts is er minder speeksel om je gebit te beschermen. Een flesje met water mee naar bed kan altijd. Vaak sabbelen aan een zuigflesje of anti-lekbeker met bijvoorbeeld vruchtensap, siroop, drinkyoghurt of andere melkproducten kan het gebit aantasten. Het gebit komt langdurig met suikers in aanraking. Hierdoor krijgt (zuigfles)cariës meer kans. Laat je kind hun zoete drankjes in één keer opdrinken. Kies vaker voor kraanwater in plaats van zoete dranken.

Liever een speen dan een duim
Zuigen is een natuurlijke, instinctmatige behoefte van een baby. Kinderen zuigen graag op hun duim of op een speen. Meestal levert dit geen problemen op voor het melkgebit. Als de blijvende snijtanden doorbreken, kan het zuigen de boventanden en de kaak naar voren duwen. Duimt je baby? Geef dan liever een dental speen. Een kind stopt zijn duim sneller en vaker in de mond. Een speen kun je namelijk makkelijk weghalen. Ook daarom is speenzuigen meestal makkelijker af te leren. Leer sowieso het duim- of speenzuigen zo vroeg mogelijk af, maar in ieder geval vóór het doorbreken van het blijvend gebit.

 

Implantaten

Wat is een implantaat?
Een implantaat kunt u het beste vergelijken met een kunstwortel. Een implantaat vervangt een afwezige tandwortel en wordt als een schroef in de kaak gebracht. Implantaten worden gemaakt van een lichaamsvriendelijk materiaal zoals titanium. Soms zijn ze voorzien van een keramische laag. Het implantaat biedt houvast voor een kroon, brug of overkappingsprothese.

Wortel met kies op de eerste foto en een implantaat op de tweede foto

Wanneer worden implantaten toegepast?
Bij het ontbreken van één tand of kies. De tandarts plaatst op het implantaat een kroon van metaal of keramiek.

Bij het ontbreken van enkele tanden of kiezen. De implantaten worden in deze situatie van een vastzittende brug voorzien. Een brug is een voor de patiënt niet uitneembare vervanging van één of meer ontbrekende tanden en/of kiezen.

Bij het ontbreken van alle tanden en kiezen kan op implantaten (meestal twee) een overkappingsprothese worden geplaatst. Deze wordt op de implantaten vastgeklikt.

Wanneer is een behandeling met implantaten mogelijk?
In principe kan bij iedereen met volgroeid kaakbot (vanaf ongeveer achttien jaar) een implantaat worden geplaatst. Voor een succesvolle behandeling moet u wel aan enkele voorwaarden voldoen:

  • U moet voldoende kaakbot hebben voor de verankering van de implantaten.
  • Uw kaakbot moet gezond zijn.
  • Het tandvlees van de resterende tanden moet gezond zijn. Is dat niet het geval dan wordt dit eerst behandeld.
  • U moet bereid zijn de aangebrachte voorzieningen goed te onderhouden.

De tandarts beoordeelt aan de hand van röntgenfoto’s of u voldoende kaakbot heeft en of het gezond is. Tegenwoordig is het mogelijk nieuw kaakbot te laten ontstaan op plaatsen waar er te weinig van is.

NB. Roken en bovenmatig alcoholgebruik hebben een zeer nadelige invloed op het succes van de behandeling.

Hoe verloopt de behandeling met implantaten?

Twee manieren van inbrengen

  1. Het implantaat is zichtbaar in de mond (steekt door het tandvlees heen). De tandarts hoeft bij het aanbrengen van de kroon, brug of prothese het tandvlees niet meer open te maken.
  2. Het implantaat wordt na het inbrengen helemaal onder het tandvlees opgesloten. Deze aanpak bezorgt minder napijn. Bovendien is er minder kans op infectie. Het tandvlees wordt bij het aanbrengen van de kroon, brug of prothese opnieuw opengemaakt.

Uw tandarts of kaakchirurg overlegt met u welke aanpak in uw situatie de beste is.

De tandarts of kaakchirurg brengt de implantaten in.

  1. Eerst krijgt u een plaatselijke verdoving rond de plaats waar het implantaat komt.
  2. Daarna wordt het tandvlees op de plek waar het implantaat moet komen losgemaakt, zodat het kaakbot zichtbaar wordt.
  3. Dan wordt een gaatje in het kaakbot geboord.
  4. Daarin wordt het implantaat geschroefd of getikt.
  5. Het tandvlees wordt vervolgens gehecht.

1. De plaats waar het implantaat komt

2. Het tandvlees wordt losgemaakt

3. Er wordt een gaatje in het bot geboord

4. Het implantaat wordt ingebracht

5. Het tandvlees wordt gehecht

Als u meer dan één implantaat nodig heeft, worden deze vrijwel altijd tijdens dezelfde behandeling ingebracht.

Na het inbrengen van de implantaten
De ervaringen met de behandelingen zijn wisselend. Het bot zelf heeft geen gevoel, maar het tandvlees kan enigszins pijnlijk zijn. Daarvoor krijgt u zonodig een pijnstillend middel voorgeschreven.

Vaak is het verstandig gedurende één of twee weken na het aanbrengen van implantaten uw voeding aan te passen. Doe dit in overleg met uw tandarts of kaakchirurg. Drie tot zes maanden na het inbrengen is het implantaat stevig in het bot verankerd. U mag het implantaat in deze periode niet belasten. Een tijdelijk geplaatste voorziening waarborgt de kauwfunctie en de esthetiek zoveel mogelijk.

Nadat een of meer implantaten in het kaakbot zijn verankerd, plaatst de tandarts hierop de kroon, brug of prothese. Hij neemt daarvoor onder plaatselijke verdoving soms eerst een klein stukje van het tandvlees boven het implantaat weg.

Een stukje tandvlees wordt weggenomen

De kroon wordt op het implantaat geplaatst

Mondhygiëne bij implantaten
Een implantaat onder een kroon of brug zit verankerd in het bot. Het is erg belangrijk dat u de overgang van de kroon of brug naar het tandvlees goed schoonmaakt. Poets dit gebied zorgvuldig met een zachte tandenborstel en gebruik tandenstokers, ragers en/of flossdraad. Bij een slechte mondhygiëne kunt u uw implantaat verliezen.

Implantaten die als pijlers dienen onder een overkappingsprothese maakt u schoon met een zachte tandenborstel, ragers en/of (super)flossdraad. Poets tweemaal per dag het deel van het implantaat dat boven het tandvlees uitsteekt. Besteed extra aandacht aan de overgang van het implantaat naar het tandvlees. Reinig de ruimte onder de spalk met ragers en/of superfloss op aanwijzing van uw tandarts of mondhygiënist. Als u voedselresten en plak rond de implantaten niet weghaalt, gaat het tandvlees ontsteken. Daardoor verliezen ze op den duur hun houvast, gaan ze los staan en kunnen ze pijn veroorzaken.

Nazorg bij implantaten
Een goede dagelijkse mondhygiëne en regelmatige controle door de tandarts zijn noodzakelijk nadat uw implantaat is geplaatst. De tandarts of kaakchirurg geeft aan wanneer hij u wil terugzien voor controle. De tandarts besteedt bij de controle aandacht aan:

  • De gezondheid van uw tandvlees.
  • De situatie van het kaakbot rondom uw implantaten.
  • Slijtage van de kroon, brug of prothese.

Kosten van implantaten
Wat u moet betalen voor de behandeling is afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden en van uw ziektekostenverzekering. Vraag uw tandarts of kaakchirurg naar een offerte en bespreek die altijd met uw verzekeraar.

 

Kaaskiezen

Klaagt je zoon of dochter over gevoelige kiezen? Eet je kind slecht? Doet tandenpoetsen pijn? Misschien zijn er kaaskiezen in het spel. Dat zijn kiezen waarvan de beschermende glazuurlaag niet of niet goed is ontwikkeld. Ze hebben gedeeltelijk of helemaal een kaaskleur (wit-crème tot geel-bruin) en kunnen er ook wat bobbelig uitzien. Ze zijn gevoeliger dan andere kiezen, omdat de buitenste laag zwakker is. Kaaskiezen komen zowel voor in het melkgebit als in het blijvend gebit.

Meer gaatjes
Kinderen met kaaskiezen hebben meer gaatjes dan leeftijdsgenoten zonder kaaskiezen. Heeft een kind kaaskiezen in zijn melkgebit? Dan heeft het een grotere kans op de ontwikkeling van kaaskiezen in zijn blijvend gebit. In Nederland heeft 5-9% van de kinderen kaaskiezen in het melkgebit. In het blijvend gebit heeft 9-14% van de kinderen één of meerdere kaaskiezen. Kinderen met kaaskiezen in het blijvend gebit, hebben ook kans op een wit-gele verkleuring van de blijvende voortanden.

Een kaaskies in een melkgebit

Een kaaskies in een blijvend gebit

Glazuurstoornis
Tandglazuur is de buitenste beschermlaag van de tanden en kiezen. Glazuur is het hardste weefsel van het menselijk lichaam. Bij de vorming ervan kan soms iets mis gaan. Melkkiezen worden al vóór de geboorte van het kind aangemaakt. De zwangerschap is dus ook voor de gebitsontwikkeling van het kind een belangrijke periode. De ontwikkeling van de melkkiezen gaat door totdat ze rond tweejarige leeftijd doorbreken. Als er in die periode iets fout gaat, kunnen afwijkingen in het glazuur van de melkkiezen ontstaan. Er kan te weinig glazuur zijn gevormd of het glazuur is van slechte kwaliteit. De glazuurontwikkeling van de eerste blijvende kiezen en snijtanden in de bovenkaak begint ook kort voor de geboorte en gaat verder in de eerste 4 levensjaren. De oorzaak van de verstoorde glazuurvorming in de blijvende kiezen en voortanden ligt in die periode.

Waardoor ontstaan kaaskiezen?
Glazuurdefecten kunnen erfelijk zijn. Ook is bekend dat alcoholconsumptie van de moeder tijdens de zwangerschap, een laag geboortegewicht en koorts bij het kind in het eerste levensjaar kaaskiezen in het melkgebit kunnen veroorzaken. Soms is de oorzaak ook onbekend. Is je kind in de eerste 4 levensjaren vaak ziek geweest? Dat kan de oorzaak zijn van de verstoorde glazuurvorming in de blijvende kiezen.

Welke kiezen zijn gevoelig voor kaaskiezen?
In het melkgebit zijn de laatste (achterste) kiezen die doorbreken het meest gevoelig voor het krijgen van glazuurafwijkingen. Ze verschijnen als je kind tussen de 2 en 2½ jaar oud is. In het blijvend gebit zijn het juist de eerste kiezen die doorbreken. Ze komen tevoorschijn als je kind tussen de 5 en 6 jaar oud is. Deze eerste blijvende kiezen breken achter de laatste melkkiezen door, waardoor ze makkelijk onopgemerkt blijven. Goed opletten dus bij het (na)poetsen.

De gele kiezen zijn gevoellig voor kaaskiezen

Doen kaaskiezen pijn?
Kaaskiezen zijn gevoelig en kwetsbaar. Het glazuur is van mindere kwaliteit. De kies slijt daardoor sneller. Zo kunnen er vlugger gaatjes in ontstaan. Binnen korte tijd kunnen grote delen van een kies worden aangetast of afbrokkelen. Kaaskiezen kunnen pijn doen. Veel kinderen ontwijken gevoelige kiezen tijdens het tandenpoetsen. Daardoor ontstaan er nog eerder gaatjes en nog meer gevoeligheid. Kaaskiezen worden niet of slecht beschermd tegen aanvallen van buitenaf. Eten of drinken van warme, koude, zoete of juist zure producten kan pijnlijk zijn.

Kun je kaaskiezen beschermen?
Kaaskiezen kun je extra beschermen met fluoride. Goed tandenpoetsen is de beste manier om dagelijks fluoride aan te brengen. Het is dus heel belangrijk 2x per dag op de juiste manier de tanden te poetsen. Ook bij gevoeligheid. De tandarts of mondhygiënist kan je kind adviseren een keer extra tanden de poetsen en/of te spoelen met een fluoridemondspoelmiddel. Wees extra alert op het doorbreken van de (blijvende) kiezen. Zorg ervoor dat je kind regelmatig de tandarts of mondhygiënist bezoekt. Dan kan hij het gebit van je kind goed controleren en adviezen geven.

Wat doet de tandarts aan kaaskiezen?
Het is belangrijk dat de tandarts of mondhygiënist de glazuurstoornis vroegtijdig kan signaleren. Neem je kind als het eerste tandje doorbreekt mee naar de mondzorgpraktijk. De tandarts of mondhygiënist kan de gevolgen van de glazuurstoornis en het ontstaan van gaatjes zo beperkt mogelijk houden. Heeft je kind kaaskiezen in zijn melkgebit en komen de eerste blijvende kiezen door? Dan roept de mondzorgverlener je kind vaker op voor controle. Bij kaaskiezen die vroeg worden opgemerkt, kan je met goed tandenpoetsen en een juist fluoridegebruik veel bereiken. De mondzorgverlener controleert en reinigt het gebit en kan kwetsbare kiezen extra beschermen met bijvoorbeeld een fluoridelak. In veel gevallen zal de behandelaar de kaaskiezen vullen met een tandkleurig materiaal. Ernstigere gevallen kan hij bijvoorbeeld voorzien van een metalen kroon. Aanvallen van buitenaf kunnen de binnenkant van de kies dan niet meer bereiken. In sommige gevallen moet de tandarts kaaskiezen trekken.

Download informatiefolder

Kronen en bruggen

Kronen en bruggen. Duurzame vervangingen voor tanden en kiezen
Kronen en bruggen zijn bedoeld als duurzame vervangingen voor tanden en kiezen. Ze benaderen de oorspronkelijke vorm en functie zoveel mogelijk. Een behandeling voor een kroon of brug is ingewikkelder dan voor een gewone vulling. U zult dan ook enkele keren bij uw tandarts moeten terugkomen.

Wat is een kroon?
Een kroon is een kapje van metaal en/of porselein dat precies over een afgeslepen tand of kies past. Het kapje zit op de tand of kies vastgelijmd. Door een kroon krijgt de tand of kies zijn oorspronkelijke vorm en functie weer terug.

Kroon, een kapje over een tand of kies

Wanneer kan een kroon nodig zijn?

1. Er is onvoldoende houvast voor een vulling. Door tandbederf kan een groot deel van de tand of kies verloren zijn gegaan.
2. Verbeteren van het uiterlijk. Meestal gaat het daarbij om verkleurde en/of slecht gevormde tanden of kiezen die voor in de mond staan.

Wat is een brug?
Een brug wordt gemaakt ter vervanging van één of meer ontbrekende tanden en/of kiezen. Een brug zit vast aan twee of meer pijlers. Dat zijn afgeslepen tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte van de ontbrekende tand of kies. Een brug bestaat uit twee of meer kronen die op pijlers passen en een brugtussendeel, ook wel ‘dummy’ genoemd. Deze bestaat uit één of meer kunsttanden en/of kiezen die op de plaats van de open ruimte komen.


Brug, twee kronen die op de pijlers passen en een brugtussendeel

Wanneer kan een brug nodig zijn?

1. Om beter te kunnen kauwen.
2. Verbetering van het uiterlijk.
3. Om te voorkomen dat tanden en kiezen scheef gaan staan en/of gaan uitgroeien.

Als tanden en kiezen ontbreken, kunnen de tanden of kiezen van de andere kaak in de richting van de open ruimte groeien. Ook kunnen de tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte naar elkaar toe groeien, waardoor ze scheef gaan staan.


Zijaanzicht van een kaak: uitgroeien en scheef gaan staan van kiezen

Welke soorten bruggen zijn er?

Gewone brug
Bij een gewone brug bevinden de pijlers zich aan weerszijden van de open ruimte.


Gewone brug

Vrij-eindigende brug
Bij een vrij-eindigende brug bevinden de pijlers zich aan één zijde van de ontbrekende tand of kies.

Vrij-eindigende brug

Etsbrug
Een etsbrug is meestal mogelijk wanneer de tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte nagenoeg gaaf zijn. Voor deze constructie hoeft nauwelijks iets van de gave tanden te worden afgeslepen. De etsbrug wordt vooral gebruikt ter vervanging van één of twee tanden. De brug wordt door middel van metalen bevestigingsplaatjes met een speciale lijm onzichtbaar aan de binnenzijde van de tanden geplakt. Een etsbrug kan, indien nodig, meestal vrij eenvoudig worden verwijderd.


Etsbrug

Van welk materiaal zijn kronen en bruggen gemaakt?

Porselein
Kronen van porselein kunnen in veel situaties worden toegepast. Door nieuwe technieken is de kans op breuk uitgesloten. Het materiaal is tandkleurig en ziet er zeer natuurgetrouw uit.

Kroon van porselein

Metaal-porselein
Hierbij wordt metaal als basis gebruikt. Voor het uiterlijk wordt over het zichtbare metaal een laag van tandkleurig porselein aangebracht.

Kroon van metaal-porselein

Metaal
Soms worden kronen en bruggen alleen van metaal gemaakt. Dit materiaal is zeer sterk en slijtvast. Ze krijgen dan een goud- of zilverkleurige goudlegering. Vanwege de kleur plaatst de tandarts ze alleen achter in de mond.

Kroon van metaal

Hoe verloopt de behandeling van een kroon of een brug?
De behandeling van een kroon of brug verloopt in stappen. Hiervoor twee of drie bezoeken aan uw tandarts nodig. Een kroon of brug wordt niet direct in uw mond gemaakt, maar in een tandtechnisch laboratorium. Hiervoor is ongeveer één tot twee weken tijd nodig.

De behandeling in stappen

Afslijpen van de tand of kies
Allereerst wordt een deel van de tand of kies afgeslepen, totdat er genoeg ruimte is om een kroon of brug te maken. Zo nodig krijgt u een plaatselijke verdoving.

Afslijpen van de tand of kies

Afdruk maken
Vervolgens maakt de tandarts een afdruk van uw hele kaak of het gedeelte waarin zich de afgeslepen kies bevindt. Hiervoor brengt de tandarts een afdruklepel met een rubberachtige massa in uw mond. Zo ontstaat een afdruk waarin later in een tandtechnisch laboratorium gips wordt gegoten. Op dit gipsmodel wordt de kroon of brug gemaakt.

Afdruklepel met afdrukmateriaal

Beetregistratie
Met de beetregistratie bepaalt de tandarts hoe de tanden en kiezen van uw onder- en bovenkaak op elkaar passen. Daarvoor is een afdruk van de tegenovergelegen kaak nodig. Hiervoor gebruikt de tandarts een wasplaatje.

Wasplaatje voor beetregistratie

Kleur bepalen
Als de kroon of brug vóór in de mond staat, heeft deze meestal een tandkleurige buitenlaag. Samen met uw tandarts zoekt u een geschikte kleur uit.

Kleur bepalen

Noodvoorziening
Voor uw comfort en ter bescherming van de afgeslepen tand of kies , maakt de tandarts een noodvoorziening (tijdelijke kroon). Eet er geen harde of kleverige producten mee. De tijdelijke kroon is daar niet op berekend. Neem bij breuk of losraken van de tijdelijke kroon contact op met uw tandarts.

Vastzetten
Bij de laatste afspraak past uw tandarts de kroon of brug in uw mond en zet hem vast. Aan de binnenzijde van de kroon of brug brengt hij een snelhardend cement aan. Vervolgens schuift hij de kroon of brug op zijn plaats en drukt hem stevig aan.

Vastzetten met snelhardend cement

Opbouw
Als uw tand of kies te weinig houvast biedt voor een kroon of brug, kan uw tandarts eerst een opbouw maken. Hij lijmt de opbouw met een pin in het wortelkanaal vast. Dan plaatst hij de kroon of brug over de opbouw.


Opbouw

Kroon over de opbouw

Onderhoud van kronen en bruggen
De dagelijkse mondhygiëne is bij kronen en bruggen extra belangrijk. Vooral het tandvlees rondom de kroon of brug moet u goed reinigen. Een kwetsbare plek is de rand van de kroon of brug. Daarop kan gemakkelijk tandplak achterblijven. Plak veroorzaakt gaatjes langs de rand van uw kroon of brug en ontsteking van het tandvlees. Poets dit gebied zorgvuldig met een zachte tandenborstel en gebruik tandenstokers, ragers en/of flossdraad. Uw tandarts of mondhygiënist kan u hierbij adviseren.

Hoe lang gaat een kroon of brug mee?
De materialen zijn zo duurzaam dat een kroon of brug minstens tien jaar meegaat. Een goede mondhygiëne heeft veel invloed op de duurzaamheid. Door een ongelukje kan het natuurlijk voorkomen dat een kroon of een brug al voortijdig wordt beschadigd.

Krijg ik last van napijn bij de behandeling voor een kroon of een brug?
Na plaatsing kan een tand of kies die van een kroon of een brug is voorzien soms gevoelig zijn. Dit is meestal tijdelijk. Raadpleeg uw tandarts als de gevoeligheid aanhoudt of heviger wordt.

Wat kost een kroon?
De kosten voor een kroon hangen af van de soort kroon, het materiaal dat wordt gebruikt en de kosten voor het tandtechnisch laboratorium. Bovendien is het van belang of een opbouw nodig is. Vraag uw tandarts vooraf om een begroting.

Wat kost een brug?
De kosten voor een brug hangen af van de soort brug en het aantal tanden en kiezen dat moet worden vervangen. Een etsbrug is vaak goedkoper dan een gewone brug. Ook hiervoor geldt: vraag uw tandarts vooraf om een begroting.

Worden kronen en bruggen door de verzekering vergoed?
De vergoedingen variëren per verzekering. In de polis van uw ziektekostenverzekering staat op welke vergoedingen u recht heeft.

Download informatiefolder

Piercings

Piercings zijn populair. Ongeveer 5% van de jongvolwassenen heeft een mondpiercing. Wil of heb je een mondpiercing laten zetten? Let dan op de keuze van materiaal, de plaats in je mond, de kwaliteit van het aanbrengen en de verzorging van je mond(piercing). Het aanbrengen en dragen van een mondpiercing is niet zonder risico’s. Met de juiste keuzes en verzorging kun je veel problemen voorkomen.

Leeftijdsgrens en toestemming

In Nederland moet je twaalf jaar of ouder zijn als je een mondpiercing wilt laten zetten. Tussen de twaalf en zestien jaar moet een ouder toestemming geven en aanwezig zijn als de mondpiercing wordt gezet. Vanaf zestien jaar kun je zelf beslissen. Eerst moet je een toestemmingsformulier invullen met vragen over je gezondheid, informatie over vrijwilligheid en risico’s van piercen. Informeer de piercer over ziektes die je hebt (gehad), allergieën, huidproblemen en medicijnen die je gebruikt.

Kies een professionele piercer

In Nederland geldt een wet voor het zetten van piercings. Ook is er een verplichte hygiënerichtlijn voor piercers. Piercers die voldoen, krijgen een vergunning. De GGD controleert of de piercingstudio’s zich houden aan de richtlijnen. Onhygiënisch werken kan ernstige gevaren voor de gezondheid met zich meebrengen (zoals infecties, Hepatitis B, C en HIV). Een piercer moet bijvoorbeeld gesteriliseerde instrumenten en veilige materialen gebruiken. Daarnaast moeten de ruimte en medewerkers aan strikte eisen voldoen. Kies je piercer dus zorgvuldig! Op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl staan piercers met een vergunning.

In je tong of in je lip?

Tongpiercings komen het meeste voor. Zorg ervoor dat je tongpiercing in het midden en ver genoeg achter op je tong wordt geplaatst. Je kunt blijvende schade voorkomen als de tongpiercing je tanden en tandvlees niet raakt. Daarna is de lippiercing het populairst. Let erop dat de piercer de platte achterkant van je lippiercing niet op je tandvleesrand plaatst. Zo is er minder kans dat je tandvlees beschadigt.

De juiste materialen

In Nederland gebruiken piercers over het algemeen veilige materialen. Piercings zijn vaak gemaakt van chirurgisch staal of titanium. Ook moeten mondsieraden een hoogglanzende buitenlaag en een superglad oppervlak hebben. Een piercing mag een kleine hoeveelheid nikkel bevatten. Let op dat nikkel een allergische reactie, zoals eczeem, kan veroorzaken.

Speel niet met je mondpiercing. Hiermee kun je je tanden en tandvlees blijvend beschadigen.

Het zetten van de mondpiercing

Het zetten van een mondpiercing gaat relatief snel en makkelijk. Verdoving is niet gebruikelijk. Sommigen voelen niets en anderen voelen zich een moment onaangenaam. De piercer gebruikt een tang om de beweeglijke tong of lip vast te klemmen tijdens het piercen. Het is niet verstandig zelf een piercing te zetten. De instrumenten die ‘doe-het-zelvers’ voor de doorboring gebruiken, zijn niet steriel en dus ongeschikt. Ook boren ze vaak op een verkeerde plaats, waardoor bloedvaten of zenuwen geraakt kunnen worden en de piercing niet goed blijft zitten. De kans op infectie bij zelfpiercen is groot.

Genezing

Direct na het zetten van de piercing is zwelling en roodheid normaal. Ook een lichte afscheiding van wondvocht is gebruikelijk. Het weefsel kan licht bloeden, gekneusd en gevoelig zijn. Koelen met ijs kan helpen de zwelling te verminderen en kan daarmee de napijn beperken. Tegen de pijn kun je eventueel paracetamol gebruiken. Eventuele lichamelijke klachten, zoals jeuk en roodheid moeten binnen 48 uur na het zetten zijn afgenomen.

De genezingstijd varieert per piercing en per persoon. De eigen wond- en mondverzorging is van invloed op de genezingstijd. Bij tongpiercings kan dit proces tussen de vier tot zes weken duren, bij lippiercings zeven tot negen weken.

Vanwege de zwelling, wordt bij het zetten van een tongpiercing meestal een lang staafje geplaatst. Vervang het staafje door een kortere variant als de wond is genezen. Daarmee voorkom je dat de mondpiercing je tanden en tandvlees raakt bij het eten en praten. De kans op blijvende schade aan je tanden en tandvlees is dan minder groot.

Plaats een goed passend sieraad. Hiermee voorkom je blijvende schade aan je tanden en tandvlees.

Mondverzorging bij mondpiercings

Mondhygiëne is het sleutelwoord voor dragers van mondpiercings. Poets je tanden twee keer per dag twee minuten zorgvuldig met een zachte tandenborstel met fluoridetandpasta. Houd ook de ruimten tussen de tanden en kiezen goed schoon. Overleg met je mondzorgverlener of en zo ja welk hulpmiddel je moet gebruiken. Poets, als de wond is genezen, ook je piercing dagelijks met een zachte tandenborstel, zodat tandplak en tandsteen geen kans hebben zich aan de piercing te hechten. Blijft de piercing er vies uitzien na het poetsen? Mogelijk zit er tandsteen op. Je piercing verwijderen of een nieuwe plaatsen is dan de beste oplossing.

Problemen door mondpiercings op korte termijn

Mondpiercings kunnen verschillende problemen in de mond veroorzaken en gevolgen hebben voor de algemene gezondheid. Als het zetten van de mondpiercing volgens de algemene hygiëneregels gebeurt, is de kans op complicaties in de eerste weken na het plaatsen gering.

Tijdens of direct na het zetten van je mondpiercing kun je flauwvallen en ademhalingsproblemen of (langdurige) nabloedingen krijgen. Nieuwe piercings zijn open wonden en kunnen leiden tot infecties of ontstekingen. Pijn, roodheid, zwelling, warmte en eventueel ook wondvocht zijn de kenmerken. De kans op een infectie en ontsteking kun je met de juiste nazorg verkleinen. Informeer ernaar bij je piercer.

Als een ontsteking niet overgaat, neem dan contact op met je tandarts. Misschien moet je piercing worden verwijderd. Ondanks goede hygiënemaatregelen komen er via de piercingwond bacteriën in de bloedbaan terecht. Dat kan een infectie veroorzaken. Het plaatsen van tongpiercings kan in zeldzame gevallen een infectie aan het hart veroorzaken. Begin daarom niet aan een mondpiercing als je (aangeboren) hartproblemen hebt.

Problemen door mondpiercings op langere termijn

Mondpiercings kunnen op lange termijn tandvleesproblemen en tandbreuk veroorzaken. Daarnaast kunnen ze ingroeien.

Tandvleesproblemen

Mondpiercings kunnen bijdragen aan het ontstaan van tandvleesontsteking en teruggetrokken tandvlees. De wortels van de onderste snijtanden kunnen (gedeeltelijk) bloot komen te liggen. Dat kan gevoeligheid geven. Blootliggende wortels slijten sneller en zijn gevoeliger voor gaatjes. Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug.

Met een lippiercing is het risico op teruggetrokken tandvlees 4x groter.

Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug [Foto: Paro Praktijk Utrecht]

Tandbreuk

Door mondpiercings kunnen stukjes glazuur, maar ook grotere stukken van tanden of kiezen afbreken. Bij tongpiercings lopen in de meeste gevallen de grote kiezen schade op. Speel, bijt en tik niet met je piercing. Hiermee kun je schade aan je tanden aanbrengen.

Een stukje van het glazuur is afgebroken en de lippiercing is verwijderd [Foto: Levin L, Zadik Y. Am J Dent. 2007 Oct;20(5):340-4] Met je piercing naar de tandarts

Laat je mondzorgverlener weten dat je een mondpiercing draagt. Laat controleren of je piercing invloed heeft op je gebit en mondgezondheid. In geval van een verdoving in de onderkaak kan de behandelaar vragen je piercing weg te halen. Naar het ziekenhuis? Zorg dan dat je je mondpiercing(s) verwijdert als er röntgenfoto’s van je hoofd-halsgebied worden gemaakt.

Weet je het zeker?

Denk goed na of je écht een mondpiercing wilt laten zetten. Staat jouw besluit voor een mondpiercing vast? Kies dan een professionele piercer en laat je goed adviseren. Zorg dagelijks voor goede mondhygiëne en bezoek regelmatig je mondzorgverlener voor controle van je mond(piercing).

Nog vragen?

Neem dan contact op met je tandarts of mondhygiënist. Meer informatie is ook beschikbaar via www.ggd.nl, www.vppn.nl en op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl.

Download als informatiefolder

Mondspoelmiddel

Uw tandarts of mondhygiënist heeft u geadviseerd een mondspoelmiddel te gaan gebruiken. U heeft bijvoorbeeld een aantal beginnende gaatjes (cariës). Het tandenpoetsen lukt niet zo goed. Of u heeft bijvoorbeeld last van bloedend tandvlees of net een tandvleesbehandeling ondergaan. Natuurlijk kunt u ook zelf overwegen een mondspoelmiddel te gaan gebruiken. Bij de apotheek, de drogist en de supermarkt zijn veel soorten te koop. De verschillende spoelmiddelen hebben een verschillende werking. De tandarts of mondhygiënist adviseert u welke u het beste kunt gebruiken.

Spoelen, voor wie en waarom?
Onze dagelijkse mondhygiëne bestaat uit het tweemaal per dag twee minuten tandenpoetsen met eenfluoridetandpasta. Aanvullend kan uw tandarts of mondhygiënist u aanraden de ruimten tussen uw tandenen kiezen schoon te maken en/of uw mond te spoelen met een mondspoelmiddel. Wie bijvoorbeeld een beugel draagt of te weinig speeksel in de mond heeft, loopt een verhoogd risico loopt op het krijgen van gaatjes (cariës). Dan is tweemaal per dag tandenpoetsen met fluoridetandpasta onvoldoende. Uw behandelaar kan dan adviseren een mondspoelmiddel met fluoride te gaan gebruiken. Na een uitgebreide tandvleesbehandeling kan uw behandelaar tijdelijk een spoelmiddel met chloorhexidine aanraden. Wie zijn mond gezond en de conditie van zijn tandvlees op peil wil helpen houden of een frisse smaak in zijn mond waardeert, kan na het tandenpoetsen zijn mond aanvullend spoelen met mondwater. Wie mondspoelmiddelen gebruikt, blijft daarnaast gewoon zijn tanden tweemaal per dag poetsen.

Mondspoelmiddelen tegen gaatjes
Mondspoelmiddelen met fluoride versterken het tandglazuur. Tandartsen en mondhygiënisten adviseren ze vooral aan patiënten met een verhoogde kans op gaatjes. Wie (tijdelijk) extra fluoride nodig kan hebben, zijn bijvoorbeeld kinderen ofvolwassenen met een vaste beugel, patiënten met afwijkingen in de glazuuropbouw of met beginnende gaatjes. Ook wordt een fluoridespoelmiddel aangeraden bij patiënten met gevoelige tanden (als het tandvlees is teruggetrokken) en om gaatjes in de tandwortel (wortelcariës) te voorkomen. Het spoelmiddel is verkrijgbaar bij de apotheek, de drogist of de supermarkt. Wie een fluoridespoelmiddel tijdelijk moet gebruiken, hoort bij de controle van zijn behandelaar of hij ermee moet doorgaan of dat hij ermee kan stoppen. Enkele voorbeelden zijn Listerine Sterk Gebit, Listerine Total Care, Elmex anti-cariës mondspoeling, ACT, Desensin. Ook verkopen drogisten en supermarkten producten onder hun eigen merknaam.

Mondspoelmiddelen tegen ontstekingen en infecties
Mondspoelmiddelen met chloorhexidine voorkomen de vorming van tandplak. Deze spoelmiddelen mag u over het algemeen kort (meestal 1 tot 2 weken)gebruiken. Gebruik ervan kan namelijk verkleuring van uw tanden en tong, een vieze smaak en een branderig gevoel van de slijmvliezen geven. Chloorhexidinespoelmiddelen kunnen door uw behandelaar worden voorgeschreven na een tandvleesbehandeling of acute tandvleesontsteking. Daarbij kan een waterstofperoxidespoeling worden geadviseerd om verkleuringen van de tanden en tong tegen te gaan. Chloorhexidine wordt ook gebruikt om mondinfecties te voorkomen na operaties in de mond. Patiënten die niet kunnen uitspugen of spoelen of patiënten die het spoelmiddel slechts op een enkele plek moeten aanbrengen, kunnen het beste een chloorhexidinespray of -gel gebruiken. Als u zonder voorschrift overweegt een chloorhexidinespoelmiddel te gebruiken, overleg dit dan met uw tandarts of mondhygiënist. Enkele voorbeelden zijn PerioAid en Corsodyl.

Mondspoelmiddelen tegen tandplak
Mondspoelmiddelen met antibacteriële eigenschappen kunnen een bijdrage leveren aan een goede mondhygiëne.Dit type spoelmiddel kan helpen de ontwikkeling van tandplak te verminderen en de conditie van het tandvlees te verbeteren. Deze mondspoelmiddelen worden ook vaak gebruikt voor het krijgen van een frisse adem. Wie denkt dat je mondspoelmiddelen kunt gebruiken en dan niet meer hoeft te poetsen, heeft het mis. Ook deze mondspoelmiddelen worden gebruikt als aanvulling op de dagelijkse mondverzorging. Spoelen is geen vervanging van tandenpoetsen! Enkele voorbeelden zijn Meridol, Listerine Coolmint en Cool Citrus.

Mondspoelmiddelen tegen een slechte adem
Vaak wordt een slechte adem veroorzaakt door bacteriën achter op de tong. Ze produceren zwavelverbindingen en dat ruikt onaangenaam. Deze bacteriën kunt u tweemaal per dag wegschrapen met een tongreiniger. Werkt dat onvoldoende? Dan kunt u daarnaast de bacteriën die de slechte adem veroorzaken, doden met een gorgelmiddel en/of een mondspray. Voorbeelden zijn Halita en Meridol Halitoses.

Mondspoelmiddelen tegen tanderosie
Tanderosie is het oplossen van het tandglazuur door inwerking van zuren uit voedsel en dranken of uit de maag. Om tanderosie te voorkomen is het belangrijk niet meer dan zeven keer per dag te eten of drinken en tweemaal de tanden te poetsen met een fluoridetandpasta. Daarnaast adviseren tandartsen en mondhygiënisten een uur voor het tandenpoetsen geen zure producten te nuttigen. Ook kunt u uw mond spoelen met een mondspoelmiddel om uw tanden te beschermen tegen tanderosie. Een voorbeeld is Elmex Erosion Protection.

Mondspoelmiddelen tegen een droge mond
Een droge mond ontstaat door een tekort aan speeksel.De speekselklieren geven bijvoorbeeld te weinig speeksel af of werken helemaal niet meer. Veel medicijnen hebben een droge mond als bijwerking. Ook ziekten en bestraling kunnen een droge mond veroorzaken. Als uw speekselklieren niet meer werken is het niet mogelijk de speekselproductie te stimuleren. Als ze nog een beetje werken lukt dat vaak onvoldoende. Mogelijk kunnen zogenoemde speekselvervangers uitkomst bieden. Dit zijn speciale bevochtigingsvloeistoffen of -gels die een prettig mondgevoel kunnen geven. Goede voorbeelden zijn Goede voorbeelden zijn Biotène mondspoeling en Biotène OralBalance.

Overige mondspoelmiddelen
Er zijn heel veel verschillende soorten spoelmiddelen verkrijgbaar. De een werkt tegen gevoelige tanden en weer een andere geeft een frisse adem. Veel producten bieden uitstekende resultaten, maar hun werking is nooit wetenschappelijk aangetoond. Natuurlijk kunt u zelf nagaan of het product voor u werkzaam is, of u er baat bij heeft of dat u de smaak waardeert. Voorbeelden zijn Aquafresh, Sensodyne, Odol en diverse huismerken van drogisterijen etc.

Wanneer moet ik spoelen en hoe vaak?
Wanneer u moet spoelen, hangt sterk af van het product dat u gebruikt. Raadpleeg de instructies op de verpakking of in de bijsluiter. Hierin vindt u ook informatie met hoeveel mondspoelmiddel u moet spoelen, hoe lang u dat moet doen en hoe vaak. Geeft uw tandarts of mondhygiënist u een advies voor gebruik van een spoelmiddel? Volg dan dat advies.

Fabels en feiten over spoelmiddelen

Moet iedereen spoelen?
Nee, niet iedereen heeft een mondspoelmiddel nodig. U zorgt goed voor uw gebit door tweemaal per dag uw tanden te poetsen met een fluoridetandpasta.Op advies van uw behandelaar kunt u ook dagelijks de ruimten tussen uw tanden en kiezen schoonmaken met ragers, tandenstokers, flossdraad of monddouche. Daarnaast zal uw tandarts of mondhygiënist aangeven of spoelen voor u noodzakelijk of aan te raden is.

Kan ik mijn mondhygiëne verbeteren door mondspoelmiddelente gebruiken? En zo ja hoe?
Als extra aanvulling op uw dagelijkse mondhygiëne kunt u een mondspoelmiddel gebruiken om de ontwikkeling van tandplak te helpen verminderen en de conditie van het tandvlees te verbeteren.
U kunt natuurlijk ook een spoelmiddel gebruiken omdat u dat prettig vindt. Uw tandarts of mondhygiënist kan u adviseren. Volg de aanwijzingen op de verpakking van de fabrikant.

Kan ik gaatjes voorkomen door een mondspoelmiddel te gebruiken?
Gaatjes kunt u voorkomen door tweemaal per dag uw tanden te poetsen met een fluoridetandpasta.Met de tandenborstel verwijdert u de tandplak van uw tanden en kiezen. Met de tandpasta brengt u fluoride op uw tanden aan. Fluoride maakt het tandglazuur harder er minder gevoelig voor het krijgen van gaatjes. Als u desondanks toch gaatjes krijgt, kan het raadzaam zijn met een fluoridemondspoelmiddel te spoelen. Het spoelen van de mond is een aanvulling op het tweemaal daags tandenpoetsen, maar vervangt het tandenpoetsen niet.

Ik gebruik een spoelmiddel. Kan ik het tandenpoetsen nu overslaan?
Nee! Het gebruik van een mondspoelmiddel is altijd een aanvulling op de twee dagelijkse poetsbeurten. Moet je na het eten spoelen met water? Dat kan. Door na het eten te spoelen met water, spoelt u de etensresten in uw mond weg. Natuurlijk brengt u door het spoelen met water geen stoffen aan om uw gebit te beschermen.

Kan ik een spoelmiddel gebruiken voor een frisse smaak?
Ja, door het gebruik van spoelmiddelen krijgt u een frisse smaak in uw mond. Maar een frisse smaak wil nog niet zeggen dat u een frisse adem heeft. De verfrissing van uw mond kan een slechte adem (halitose) maar gedeeltelijk verdoezelen en meestal maar voor enkele minuten.

Moet ik een spoelmiddel alleen uitspugen of moet ik daarna ook mijn mond spoelen met water?
Voor een goed gebruik van de spoelmiddelen moet u de bijsluiter lezen of het advies van uw tandarts of mondhygiënist opvolgen. In het algemeen is het niet wenselijk met water na te spoelen.

Kan ik een mondspoelmiddel met alcohol gebruiken?
Volwassenen kunnen een mondspoelmiddel met alcohol gebruiken. Het toevoegen van alcohol aan mondwater is voor sommigen een punt van zorg in verband met een vermeende relatie met het optreden van kanker in de mond. In onderzoek zijn geen relaties gevonden tussen het gebruik van alcohol bevattende mondwaters en het ontstaan van mondkanker. Het is aan de gebruiker te beslissen om een alcoholhoudend mondwater wel of niet te gebruiken. Overleg desgewenst met uw behandelaar.

Wilt u zeker weten of een mondspoelmiddel voor u zinvol is? Overleg dan met uw tandarts of mondhygiënist voordat u met het middel begint.

Download als informatiefolder

Mondverzorging voor mensen met een verstandelijke beperking

Verzorging van het gebit bij mensen met een verstandelijke beperking
Iedereen is gebaat bij een gezonde mond. Met een gezonde mond kun je goed eten en drinken. Ook ziet een frisse mond er mooi uit. Mensen met een verstandelijke beperking hebben meer kans op problemen in de mond. De motoriek is vaak zwak of helemaal beperkt. In de mond uit dat zich bijvoorbeeld in slappe lip-, tong- en wangspieren. Maar ook een afwijkende tandstand, spierspanningen, gebitsbeschadiging door vallen of stoten (epilepsie) of voeding kunnen moeilijkheden in de mond geven. Met een goede mondverzorging houdt u de tanden en het tandvlees van uw kind of cliënt gezond. Bij verschillende leeftijden horen andere mondproblemen. Of u nu bij een kind of bij een volwassene met een verstandelijke beperking het gebit poetst, u zult in meer of mindere mate tegen dilemma’s aanlopen. Hier leest u de meest voorkomen- de problemen en geeft oplossingen voor een goede mondverzorging.

Tandplak en gaatjes
Tandplak is een wit-gelig laagje dat je moeilijk kunt zien. Het ontstaat op én tussen de tanden en kiezen en op de overgang naar het tandvlees. In tandplak zitten bacteriën. Die bacteriën zetten koolhydraten, zoals suiker en zetmeel uit voeding en dranken, in de mond om in zuren. Die zuren veroorzaken gaatjes (cariës) in het gebit.

Tandplak en ontstoken tandvlees
Gezond tandvlees is roze, ligt strak om de tanden en kiezen heen en bloedt niet als de tanden gepoetst worden. Rood, gezwollen of bloedend tandvlees duidt meestal op ontstoken tandvlees. Als u de tandplak op en tussen de tanden niet goed verwijdert, zorgen de bacteriën in de tandplak ervoor dat het tandvlees ontstoken raakt. Niet verwijderde tandplak kan hard worden en verkalken tot tandsteen. Aan tandsteen hecht zich makkelijk weer nieuwe tandplak. Zo raakt het tandvlees steeds meer ontstoken. De ontsteking kan zelfs het daaronder gelegen kaakbot aantasten. Ernstige tandvleesproblemen kunnen leiden tot het verlies van tanden en kiezen.

Gaatjes en tandvleesontstekingen zijn infectieziekten met zowel gevolgen voor de mondgezondheid als de algemene gezondheid.

Hoe haalt u de tandplak weg?
Tandenpoetsen is de basis van een goede mondhygiëne. Het is een secuur werkje en zeker niet eenvoudig. Voor uw kind of cliënt zelf is tandenpoetsen waarschijnlijk te moeilijk. Daarvoor is uw hulp nodig. Maar veel kinderen of cliënten wenden nogal eens hun hoofd af of duwen de borstel weg met hun tong. Ze bijten bijvoorbeeld op de borstel, kokhalzen, hebben strakke wangen, lippen en tong, klemmen de kaken op elkaar, hebben ernstig bloedend tandvlees en pijnreacties of bieden op een andere manier verzet. Een goede houding en de juiste hulpmiddelen maken het tandenpoetsen bij uw kind of cliënt makkelijker. Poets de tanden tweemaal per dag zorgvuldig en niet te krachtig. Gebruik hiervoor de poetsinstructie. Een goede poetsbeurt duurt twee minuten. Dus neem de tijd! Kies zelf een moment op de dag dat u aandacht aan mondverzorging bij uw kind of cliënt kunt besteden, bij voorkeur ’s ochtends na het ontbijt en ‘s avonds voor het slapen.

Het Ivoren Kruis adviseert tweemaal per dag de tanden twee minuten te poetsen, maar realiseert zich dat dit in niet alle situaties haalbaar is. Eén keer per dag de tanden zorgvuldig poetsen is beter dan twee keer per dag ‘half. Vraag andere tips en adviezen om de tanden van uw kind of cliënt te poetsen aan uw tandarts of mondhygiënist.

Kies een goede tandenborstel
Kies voor een elektrische tandenborstel met een kleine borstelkop. Elektrische tandenborstels verwijderen bij een juist gebruik meer tandplak dan handtandenborstels. Aan poetsen met een elektrische tandenborstel moet uw kind of cliënt beslist wennen. Neem daar twee weken de tijd voor. Lukt het ook na die periode niet om elektrisch te poetsen? Kies dan voor een handtandenborstel met zachte haren en een kleine borstelkop. Ook kunnen de tanden van volwassenen met een kinderborstel worden gepoetst, als daarmee weerstand bij uw volwassen kindof cliënt wordt verminderd. Voor alle borstels geldt: vervang de tandenborstel elke drie maanden of als de haarbosjes uit elkaar gaan staan.

Gebruik fluoridetandpasta
Fluoride maakt tandglazuur sterker en minder goed oplosbaar in zuur. Gebruik daarom een tandpasta met fluoride. U kunt met fluoridetandpasta poetsen ook als uw kind of cliënt na het poetsen niet kan spoelen. Het inslikken van een klein beetje tandpasta is niet erg. Soms kan het nuttig zijn zonder tandpasta te poetsen. Smeer dan na de poetsbeurt met uw vinger wat fluoridetandpasta op de tanden. Zo brengt u toch fluoride op de tanden aan.

Het fluoride-basisadvies luidt:

  • 0 en 1 jaar, vanaf het doorbreken van de eerste tandjes: éénmaal per dag poetsen met fluoridepeutertandpasta
  • 2, 3 en 4 jaar: tweemaal per dag poetsen met fluoridepeutertandpasta
  • 5 jaar en ouder: tweemaal per dag poetsen met fluoridetandpasta
  • Voor alle leeftijden: alle andere vormen van fluoridegebruik in overleg met tandarts of mondhygiënist

Mogelijk zal uw tandarts of mondhygiënist het gebruik van extra fluoride voor uw kind of cliënt adviseren.

Gebruik een tandenstoker of rager tussen de tanden
Met een tandenborstel alleen kunt u de ruimten tussen de tanden en kiezen niet goed schoonmaken. Dat geldt zowel voor een handtandenborstel als een elektrische tandenborstel. Gebruik daarom voor de tussenruimten een tandenstoker of een rager. Een goede tandenstoker is van hout, driehoekig van vorm met een platte kant en loopt toe in een punt. Ze kunnen verschillen van dikte. Bij grotere tussenruimten kunt u dikkere stokers gebruiken. Bij smallere tussenruimten kiest u een dunnere variant. Ook ragers zijn er in allerlei vormen en maten. Gebruik een tandenstoker of rager zo mogelijk eenmaal per dag. Kies zelf een geschikt moment, bijvoorbeeld in de middag als het iets rustiger is. Vraag uw tandarts of mondhygiënist welke tandenstoker of rager u het beste bij uw kind of cliënt kunt gebruiken en vraag om een instructie. Zie ook de instructie in deze brochure.

En als poetsen niet lukt?
Soms is het niet mogelijk een tandenborstel te gebruiken. Een gaasje of een vingertandenborstel met fluoridetandpasta kunnen praktische vervangers zijn. Als ook deze vorm van tandenpoetsen niet mogelijk is, kan een spoelmiddel of mondspray op basis van chloorhexidine uitkomst bieden. Deze stof vermindert de werking van schadelijke bacteriën in de tandplak. Overleg voor het gebruik altijd eerst met uw tandarts of mondhygiënist en vraag om een instructie. De tanden kunnen namelijk verkleuren door het gebruik van een middel met chloorhexidine.

Naar de tandarts of mondhygiënist
Ga met uw kind of cliënt minimaal tweemaal per jaar naar de tandarts of mondhygiënist. Het gebit wordt dan goed gecontroleerd en u krijgt begeleiding de mond gezond te houden. Ingrijpende behandelingen kunnen zo worden voorkomen. Is er sprake van pijn? Stel een bezoek niet langer uit en maak een afspraak. De tandarts of mondhygiënist kan ook aangeven dat hij de frequentie van het bezoek voor uw kind of cliënt wil verhogen. Niet alle tandartsen zijn ervaren in het behandelen van mensen met een beperking. Zij zullen bijvoorbeeld naar een collega verwijzen of naar een Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde. Via de Vereniging tot Bevordering der Tandheelkundige Gezondheidszorg voor Gehandicapten (VBTGG) en het Centraal Overleg Bijzondere Tandheelkunde (Cobijt) kunt u in contact komen met een dergelijk centrum. U heeft van uw huistandarts een verwijsbrief nodig

Instructie juiste poetshouding bij mensen met een verstandelijke beperking

Juiste poetshouding
Een juiste poetshouding is belangrijker dan u wellicht denkt. Te vaak staan ouders of begeleiders voor hun kind of cliënt. Maar dan heeft u weinig zicht in de mond, heeft u geen controle over uw kind of cliënt en staat u zelf in een kwetsbare positie. Laat uw kind of cliënt zitten en ga schuin achter hem staan. Fixeer het hoofd en kijk in de mond wat u doet. Druk de wang met uw vinger in de mond van uw kind of cliënt opzij en duw met uw duim de lip weg.
Ligt uw kind of cliënt? Kies dan het liefst zijn of haar voorkeurshouding. Breng het hoofd bijvoorbeeld iets omhoog met behulp van een opgerolde handdoek in zijn of haar nek. Bij kinderen en cliënten met een slikstoornis kan tandenpoetsen de kans op verslikken vergroten. Tandenpoetsen kan ook een kokhalsreflex opwekken. Poets hun tanden eens zonder tandpasta. Breng na de poetsbeurt een beetje fluoridetandpasta op uw vinger aan en ‘smeer’ de tanden en kiezen ermee in. Gebruik een (elektrische) tandenborstel en een tandenstoker of rager. Begeleiders van cliënten wordt uit hygiënische overwegingen aangeraden handschoenen te dragen.

Openen van de mond
Als uw kind of cliënt zijn mond niet wil of kan openen, zorg dan voor mondcontrole. Buig het hoofd iets naar voren. Hierdoor ontspant de mond makkelijker. Er zijn twee manieren: mondcontrole van voren (zie foto) en van opzij.

Mondcontrole van voren: Plaats uw duim van uw linkerhand (voor linkshandigen de andere hand) op het kussentje van de kin, uw wijsvinger op de wang en uw middelvinger onder de kin. Zorg dat uw duim de onderlip niet raakt. Druk met uw duim voor voorzichtig op het kussentje van de kin en met uw middelvinger zachtjes omhoog. De mond opent zich.
Mondcontrole van opzij: Leg uw wijs- en middelvinger van uw linkerhand (voor linkshandigen de andere hand) rond de kin. Leg uw wijsvinger op het kussentje van de kin, uw middelvinger daar gestrekt onder. Zorg dat uw wijsvinger de onderlip niet raakt. Uw duim rust op uw hand, niet op het gezicht. Druk met uw wijsvinger voorzichtig op het kussentje van de kin en met uw middelvinger zachtjes omhoog. De mond opent zich. Vraag uw tandarts of mondhygiënist om een demonstratie.

Bijthoutjes
Als het openhouden van de mond heel moeilijk is, kunnen bijthoutjes en -blokjes zoals de tandarts die gebruikt, soms uitkomst bieden. Er zijn bijthoutjes en -blokjes (van rubber en) van gestoomd beukenhout. Die geven geen scherpe splinters, ook niet als ze kapot worden gekauwd. U kunt ze verkrijgen via uw tandarts of mondhygiënist. U kunt aan hen ook advies vragen over het gebruik ervan.
Klik hier voor een instructie handmatig en elektrisch poetsen voor mensen met een verstandelijke beperking.
Klik hier voor een instructie van de tandenstoker.
Klik hier voor een instructie van de rager.

Ga achter uw kind of cliënt staan

Fixeer het hoofd

Maak het gebit zichtbaar met uw hand

Mondcontrole

Mondproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking
Mensen met een verstandelijke beperking hebben meer kans op tandvleesontsteking en tandbederf (gaatjes). Dit heeft een aantal oorzaken:

Voeding
Vanwege kauw- en slikproblemen eten mensen met een verstandelijke beperking vaak vloeibaar, gepureerd of fijngesneden, zacht (sonde)voedsel. Ook houden ze voedsel vaak lang in de mond. Zacht voedsel zorgt ervoor dat de natuurlijke zelfreinigende werking van de mond vermindert. Consumptie van zachte (sonde)voeding werkt de vorming van tandplak in de hand. Eenmaal hard geworden tandplak wordt tandsteen. Aan tandsteen blijft makkelijk weer nieuwe plak ‘hangen’.

Wat te doen bij zachte voeding
Mondhygiëne is hier het sleutelwoord. Zorg ervoor dat u dagelijks alle tandplak verwijdert om gaatjes en tandvleesontsteking te voorkomen.

Verminderde natuurlijke reiniging van de mond
Niet alleen zacht voedsel zorgt voor een verminderde zelfreiniging van de mond. Ook stijve en slappe verlammingen van de mondspieren, voortdurend openhouden van de mond en mondademhaling zijn oorzaken van verminderde natuurlijke reiniging van de mond.

Wat te doen bij verminderde natuurlijke reiniging van de mond
Ook hier geldt: mondhygiëne. Zorg ervoor dat u dagelijks alle tandplak verwijdert om gaatjes en tandvleesontsteking te voorkomen.

Zuigen of sabbelen
Vaak sabbelen aan een zuigfles of anti-lekbeker met zoete inhoud, bijvoorbeeld vruchtensap, siroop, drinkyoghurt en andere melkproducten, kan het gebit aantasten. Omdat het gebit langdurig met suikers in aanraking komt, is er een grote kans op het ontstaan van zogenoemde zuigflescariës.

Wat te doen bij zuigen of sabbelen
Beperk de hoeveelheid zoete drankjes. Geef als alternatief zo mogelijk water of gewone thee zonder suiker. Laat uw kind of cliënt zoete drankjes in één keer achter elkaar opdrinken. Gebruik zo mogelijk een gewone beker, bijvoorbeeld met een rietje. ’s Avonds en ’s nachts is het drinken uit een zuigfles met zoete inhoud extra schadelijk. ’s Nachts kan het speeksel de zuuraanvallen op het gebit vrijwel niet herstellen. Het (’s nachts) drinken van water uit een zuigfles is overigens niet schadelijk.

Reflux en herkauwen van voedsel
Maagzuur is extreem zuur. Zuren die in de mond komen tasten het tandglazuur aan. Deze vorm van onherstelbare gebitsslijtage wordt tanderosie genoemd. Sommige cliënten brengen de maaginhoud terug in de mond (rumineren of herkauwen) of hebben last van spontane terugkeer van voedsel (reflux). Bij reflux vloeit maagzuur terug in de slokdarm tot in de mondholte als gevolg van een storing van de sluitspier tussen de slokdarm en de maag.

Wat te doen bij reflux of herkauwen
Zuurremmende medicijnen kunnen uitkomst bieden. Soms kan een refluxoperatie nodig zijn. Ook het aanpassen van de voeding kan effect hebben. Neem voor voedingsadviezen contact op met de diëtist(e).

Stoornis in de wisselvolgorde
Kinderen worden meestal tandeloos geboren. Een kind wisselt zijn melkgebit tussen zijn zesde en twaalfde levensjaar. Zo staat het tenminste in ‘de boekjes’. Bij uw kind of cliënt kan de wisselperiode een andere zijn. Kinderen met een verstandelijke beperking hebben vaak een kleine kaak. Hierdoor past het gebit er niet in. Vaak wisselt een kind niet al zijn tanden, maar gedeeltelijk, terwijl de blijvende tanden wel zijn aangelegd. Ook de tijdstippen waarop de tanden en kiezen doorkomen kunnen afwijken.

Wat te doen bij wisselen
Het glazuur van de pas doorgebroken tanden en kiezen is nog erg poreus en kwetsbaar. Poets de puntjes van de nieuwe tanden of kiezen direct mee zodra ze zijn doorgebroken. Als nieuwe kiezen doorkomen, zwelt vaak het tandvlees op. Dat is normaal. Het kan pijnlijk zijn, maar u hoeft niet ongerust te zijn. Bezoek regelmatig de tandarts voor controle.

Afwijkende tandstand
Veel mensen met een verstandelijke beperking hebben een afwijking in de stand, de vorm en het aantal tanden en kiezen. Als tanden netjes op een rijtje staan, kun je ze goed schoonmaken. Veel moeilijker wordt dat als ze schots- en scheef of bijvoorbeeld achter elkaar staan. Met de borstel kom je er moeilijk bij. Een afwijkende tandstand heeft meestal geen consequenties voor de gezondheid van tanden en kiezen.

Wat te doen bij een afwijkende tandstand
Extra aandacht voor mondhygiëne. Let vooral op de ruimten tussen de tanden en kiezen. Soms kan de tandarts een afwijkende tandstand verbeteren met een beugel of bijvoorbeeld met implantaten. Ook kan de tandarts adviseren de tandboog te verkorten (kiezen trekken) zodat tandenpoetsen makkelijker wordt.

Gebruik van medicijnen
Verschillende medicijnen hebben als bijwerking dat de speekselklieren worden geremd in de afgifte van speeksel. Dit zijn vooral medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling tegen hoge bloeddruk (antihypertensiva), hartritmestoornissen (digoxine, anti-aritmica) of medicijnen, zoals antidepressiva, slaap- en plasmiddelen. De medicijnen tasten de speekselklieren zelf meestal niet aan, maar remmen alleen de speekselafgifte. Speeksel heeft een smerende werking bij het spreken, kauwen en slikken. Met behulp van speeksel kunnen we makkelijker bewegen met onze wangen, tong en lippen. Met speeksel bevochtigen we ons voedsel zodanig dat we het pijnloos kunnen doorslikken. Ook bevochtigt speeksel het mondslijmvlies, waarmee uitdroging wordt voorkomen. Bovendien heeft het een reinigende werking op tanden, kiezen en het mondslijmvlies. Daarnaast remt speeksel de werking en de groei van bacteriën en schimmels in de mond, waardoor mondinfecties worden voorkomen. Als uw kind of cliënt onvoldoende speeksel heeft, vormt tandplak zich sneller dan normaal. Hierdoor ontstaan er sneller gaatjes. Dit gebeurt vooral wanneer uw kind of cliënt regelmatig suikerbevattend voedsel eet of drinkt. In een droge mond treden de vorming van tandplak en gaatjes vooral op langs de randen van het tandvlees. Hierdoor kan bovendien het tandvlees gaan ontsteken. Medicijngebruik kan ook andere gevolgen hebben, zoals tandvleesgroei (middelen tegen epilepsie), verkleuringen van de tanden (chloorhexidine) en de productie van te veel speeksel, kwijlen dus (pijnstillende middelen, antipsychotica, middelen tegen beroertes).

Wat te doen bij een droge mond
AIs medicijngebruik de oorzaak is van de droge mond van uw kind of cliënt, overleg dan met de huisarts of specialist of u de soort medicijnen, de dosering of het tijdstip van toediening kunt aanpassen. U kunt de speekproductie van uw kind of cliënt stimuleren door hem voedsel te geven waarop hij goed moet kauwen. Denk aan stevige bruine boterhammen, wortels of suikervrije kauwgom. De afgifte van speeksel kan ook worden versterkt door het eten van licht zuur voedsel, zoals fruit of komkommer. Dit werkt vaak niet of onvoldoende bij mensen die reeds langer lijden aan het syndroom van Sjögren of die in het hoofd of de hals zijn bestraald.

Wat te doen bij tandvleesgroei
Vertel de tandarts of mondhygienist dat uw kind of cliënt met de medicijnen is begonnen. Meteen vanaf het begin is een extra goede mondhygiëne belangrijk. Dan kunt u tandvleesgroei bij uw kind of cliënt voorkomen. Het tandvlees groeit namelijk vooral op plaatsen waar tandplak zit. Het verwijderen van die tandplak is dus extra belangrijk. Zeker omdat het wegpoetsen op die plaatsen steeds moeilijker wordt. Rood, gezwollen en bloedend tandvlees is ontstoken. De ontsteking gaat nooit vanzelf weg. Een goede mondhygiëne is extra belangrijk. Bezoek regelmatig de tandarts of mondhygiënist om de mond van uw kind of cliënt te laten reinigen.

Wat te doen bij kwijlen
Door het eten van suikerbevattend voedsel neemt de speekselproductie toe. Geef uw kind of cliënt er daarom zo min mogelijk van. Sluit de mond van uw kind of cliënt zo veel mogelijk. Neem bij aanhoudende klachten contact op met uw huisarts, tandarts of logopedist.

Tandletsel
Kinderen en volwassenen met epilepsie kunnen op een onverwacht moment vallen. Iemand die op zijn gezicht valt, heeft kans op breuk of verlies van zijn tanden. Mensen die slecht ter been zijn, of anders motorisch zijn beperkt, lopen vaak instabieler en hebben daardoor meer kans op tandletsel. Dan is er een groep patiënten die zichzelf beschadigt. Zij lijden aan automutilatie. Automutilatie kan leiden tot tandletsel.

Wat te doen bij tandletsel
Als de tand is afgebroken, losstaat of uit de mond is: ga direct naar de tandarts. Houd (het afgebroken deel van) de tand nat in melk.

Gewoonten
Duimen in een mond met een blijvend gebit is slecht voor de stand van de tanden. Ook zuigen op doeken, spenen en vingers kan leiden tot een afwijkende tandstand. Mensen met een verstandelijke beperking zuigen vaak extreem, waardoor de tandstand verandert. Een afwijkende tandstand kan de mondhygiëne moeilijker maken. Maar ook nagelbijten en tandenknarsen (bruxisme) vergroten de kans op gebitsslijtage.

Wat te doen bij verkeerde gewoonten
Probeer de afwijkende gewoonten bij uw kind of cliënt af te leren. Stimuleer het positieve gedrag. Vraag advies aan uw tandarts, mondhygiënist, logopedist of orthopedagoog.

Syndroom van Down
Mensen met het syndroom van Down hebben vaak slappe tong- en mondspieren. Die bemoeilijken het slikken, eten, drinken en spreken. Hierdoor werkt de zelfreinigende functie van de mond minder goed. Meer tandplak is het gevolg. Mensen met Down ademen meer door de mond. Een droge mond is dan het gevolg. Daardoor is de beschermende werking van het speeksel beperkt. Door de verminderde weerstand lopen deze mensen eerder ernstige (tandvlees)ontstekingen op. De wortels van tanden en kiezen van mensen met Down zijn bovendien vaak kort. Bij een tandvleesontsteking kunnen ze dus eerder los gaan staan.

Wat te doen bij het syndroom van Down
Bevorder goede mondgewoonten. Leer uw kind of cliënt de tong zo veel mogelijk op de goede plaats te houden, dus zo veel mogelijk achter de voortanden. Begin hier vroeg mee. Juist gebruik van de tong stimuleert u meer met borst- dan met flesvoeding. Een logopedist kan u uitleg en oefeningen geven voor een juist gebruik van de tong. Probeer bij uw kind of cliënt het ademen door de neus te bevorderen. U kunt dat doen door consequent zijn mond te sluiten als uw kind of cliënt slaapt.

Reiniging van protheses en implantaten bij mensen met een verstandelijke beperking
Veel volwassenen met een verstandelijke beperking dragen een gebitsprothese (kunstgebit). Tegenwoordig is voor mensen met een verstandelijke beperking ook een behandeling met implantaten mogelijk. Een implantaat is een soort kunstwortel die in de kaak wordt geschroefd waarop de tandarts een kroon (tand of kies), brug (meer tanden of kiezen) of prothese (kunstgebit) kan bevestigen. In beide situaties is een goede mondhygiëne erg belangrijk om infecties en ontstekingen te voorkomen.

Schoonmaken van de prothese
De prothese van uw cliënt moet u net als de eigen tanden en kiezen dagelijks goed schoonmaken. Als u het kunstgebit niet regelmatig schoonmaakt, blijven er voedselresten achter. Zowel op het kunstgebit als eronder. Als u die niet verwijdert, kan het tandvlees gaan ontsteken. Spoel bij voorkeur na iedere maaltijd de prothese en de mond schoon met water. Haal etensresten op de prothese en in de mond weg. Gebruik een speciale protheseborstel bijvoorbeeld van Lactona of Oral-B om de prothese goed schoon te borstelen en daarmee te ontdoen van tandplak. Gebruik hiervoor géén tandpasta. Die kan te veel schuren. Gebruik water en een zachte vloeibare zeep. Een schoon kunstgebit voelt altijd glad aan. Laat het gladde gebit tijdens het reinigen niet uit uw handen glippen. Het zal kapot gaan. Vul voor de zekerheid eerst de wasbak met water en reinig het kunstgebit daarboven.

Leg het kunstgebit één keer per week een nachtje in azijn. Hiermee voorkomt u de vorming van tandsteen op het kunstgebit. Borstel het kunstgebit daarna goed en spoel het af met water. Leg het kunstgebit nooit in heet water en gebruik zeker geen bleekwater of schuurmiddelen. Vraag eventueel de behandelaar van uw cliënt om advies.

Maak ook de mond van uw cliënt schoon
Reinig behalve de prothese ook het slijmvlies waarop het kunstgebit rust: de kaken, het gehemelte en de overgang van de kaak naar de wangen. Anders kunnen vervelende ontstekingen ontstaan. En ook nu geldt: voorkómen is beter dan genezen. Masseer het slijmvlies minstens één keer per dag met een zachte tandenborstel en water. Besteed extra aandacht aan het gehemelte. Begin steeds aan de buitenkant in de bovenkaak. Daaraan went uw kind of cliënt het makkelijkst en geeft hij het minste verzet. Schuif de borstel steeds een beetje op. Poets daarna de binnenkant van de bovenkaak. Dan poetst u de buitenkant van de onderkaak, gevolgd door de binnenkant van de onderkaak. Wanneer uw kind of cliënt snel kokhalst, kunt u het beste vanuit het midden naar opzij en naar achteren poetsen. Lees ook de informatie over de juiste poetshouding en methoden om de mond te openen.

Doe het kunstgebit ’s nachts uit
’s Nachts moet u de prothese bij uw kind of cliënt uit de mond laten om het slijmvlies waar de prothese op rust gezond te houden. Bewaar de prothese na reiniging in een bakje schoon water. Borstel de prothese ’s morgens opnieuw voordat u deze in de mond van uw kind of cliënt terugplaatst.

Prothesereinigingsmiddelen
Er zijn diverse prothesereinigingsmiddelen op de markt. Het waterstofperoxide dat er in zit heeft een antibacteriële werking. Een reinigingsmiddel remt of verwijdert verkleuringen van o.a. koffie, thee, wijn en tabak en is verfrissend. Een reinigingsmiddel lost geen tandplak op. Hiervoor is borstelen noodzakelijk. Overmatig gebruik van deze reinigingsmiddelen kan de prothese beschadigen. Het kunstgebit kan verbleken en het oppervlak kan ruwer worden. Voor uw kind of cliënt kan een prothesereinigingstablet levensbedreigend zijn. Ook kan schade aan de slokdarm optreden als uw kind of cliënt de tablet voor een snoepje aanziet. Aangeraden wordt daarom dagelijks water en vloeibare zeep en één keer per week azijn te gebruiken.

Reinigen implantaten
Een implantaat onder een kroon of brug zit verankerd in het bot. Het is erg belangrijk dat u de overgang van de kroon of brug naar het tandvlees goed schoonmaakt. Poets dit gebied zorgvuldig met een zachte (elektrische) tandenborstel met fluoridetandpasta en gebruik daarbij tandenstokers of ragers. Mondhygiëne is bij implantaten erg belangrijk, ook voor mensen met een beperking. Bij een slechte mondhygiëne kan uw kind of cliënt zijn implantaat verliezen.

Implantaten die als pijlers dienen onder een overkappingsprothese maakt u schoon met een zachte tandenborstel en tandpasta, ragers en/of (super)flossdraad. Poets tweemaal per dag het deel van het implantaat dat boven het tandvlees uitsteekt. Besteed extra aandacht aan de overgang van het implantaat naar het tandvlees. Reinig de ruimte onder de spalk met ragers en/of superfloss op aanwijzing van de tandarts of mondhygiënist. Op voorschrift van de tandarts of mondhygiënist kunt u eenmaal per dag chloorhexidinegel rondom het implantaat aanbrengen en de gebitsprothese eroverheen plaatsen.

Als u voedselresten en tandplak rond de implantaten niet weghaalt, gaat het tandvlees ontsteken. Daardoor verliezen ze op den duur hun houvast, gaan ze los staan en kunnen ze pijn veroorzaken. Bekijk ook de juiste poetshouding, methoden om de mond te openen en de poetsinstructie.

Voor meer informatie over mond- en gebitsproblemen, mondverzorging en mondgezondheid van mensen met een verstandelijke beperking kunt u terecht bij of op:

  • Vereniging tot Bevordering der Tandheelkundige Gezondheidszorg voor Gehandicapten (VBTGG) biedt informatie over tandheelkundige zorg voro mensen met een beperking.
  • Centraal Overleg BIJzondere Tandheelkunde (COBIJT) geeft een overzicht van de in Nederland gevestigde Centra voor Bijzondere Tandheelkunde.
  • Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde (NVvK) geeft een overzicht van de in Nederland werkende kindertandartsen.
  • De Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF). De website informeert over het werk van de logopedist: het ontwikkelen en waar nodig het herstel van mondfuncties. Stoornissen in de mond kunnen ontstaan door neurologische aandoeningen of ziektes.
  • LFB is een belangenvereniging door mensen met een verstandelijke beperking die opkomt voor de belangen van mensen met een verstandelijke beperking.
  • Kiesbeter.nl is een openbare zorgportal bedoeld voor alle volwassen inwoners van Nederland die vragen hebben op het gebied van zorg, zorgverzekeringen en gezondheid. De gehandicaptenzorg in Nederland kan op basis van geboden zorg, dienstverlening en huisvesting worden gezocht en vergeleken. De site biedt ook algemene informatie over gehandicaptenzorg.

Download als informatiefolder